Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2014 May/June Paper 1 · Variant 1

0515/11/M/J/14 · 48 marks · ≈54 min

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - Foreign Language papersWhat was in this paper?

Question paper12 pages

Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 1 of 12
Page 1 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 2 of 12
Page 2 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 3 of 12
Page 3 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 4 of 12
Page 4 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 5 of 12
Page 5 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 6 of 12
Page 6 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 7 of 12
Page 7 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 8 of 12
Page 8 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 9 of 12
Page 9 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 10 of 12
Page 10 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 11 of 12
Page 11 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 12 of 12
Page 12 of 12

Mark scheme9 pages

Answers below. Sit the paper first if you are practising.

Mark scheme, page 1 of 9
Page 1 of 9
Mark scheme, page 2 of 9
Page 2 of 9
Mark scheme, page 3 of 9
Page 3 of 9
Mark scheme, page 4 of 9
Page 4 of 9
Mark scheme, page 5 of 9
Page 5 of 9
Mark scheme, page 6 of 9
Page 6 of 9
Mark scheme, page 7 of 9
Page 7 of 9
Mark scheme, page 8 of 9
Page 8 of 9
Mark scheme, page 9 of 9
Page 9 of 9

Paper as text

Question paper, page 1

This document consists of 11 printed pages and 1 blank pages. IB14 06_0515_01/3RP © UCLES 2014 [Turn over *8595945162* Cambridge International Examinations Cambridge International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/01 Paper 1 Listening May/June 2014 Approx. 45 minutes Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. DO NOT WRITE IN ANY BARCODES. Answer all questions in Sections 1, 2 and 3 in Dutch. There are instructions about how to answer the questions above each exercise on the Question Paper. You need not write in full sentences. Dictionaries are not permitted. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. PAPA CAMBRIDGE

Question paper, page 2

2 © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 - 8 Je hoort een aantal korte gesprekken. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis [X] het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hoort elk kort gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 1 Je wilt op het station een kaartje naar Groningen kopen. De man achter het loket zegt: A A B C D € 30 € 34 € 40 € 43 B C D Hoeveel kost het kaartje? [1] 2 Je koopt wat te eten op het station. De verkoper zegt: A A B C D B C D Wat kun je kopen? [1]

Question paper, page 3

3 © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 [Turn over 3 Je wilt ook nog appelsap. De verkoper zegt: A A B C D X X X X B C D Waar ligt het appelsap? [1] 4 Je vriendin haalt je op van het station in Groningen. Ze zegt: A A B C D B C D Wat wil je vriendin? [1] 5 Jullie gaan ’s avonds naar een feest van Maria. Je vriendin zegt: A A B C D B C D Wat geven jullie aan Maria? [1]

Question paper, page 4

4 © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 6 Het feest is gezellig, maar jullie moeten naar huis. Je vriendin zegt: A A B C D B C D Hoe gaan jullie naar huis? [1] 7 Jullie zijn weer bij je vriendin thuis. De vader van je vriendin zegt: A A B C D 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 B C D Hoe laat is het ontbijt? [1] 8 Je vriendin zegt: A A B C D B C D Wat voor weer wordt het morgen? [1] [Totaal: 8]

Question paper, page 5

5 © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 [Turn over Tweede oefening, vragen 9 - 15 Janna en Mark gaan uit. Maak aantekeningen bij het gesprek. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. Je hoort eerst een voorbeeld. Voorbeeld: Waar wil Janna heen? voetbalwedstrijd 9 Waar is de wedstrijd? [1] 10 Hoe laat afspreken? [1] [PAUZE] 11 Waar afspreken? [1] 12 Vervoer? [1] 13 Hoe ver van Janna’s huis? [1] [PAUZE] 14 Wie neemt Mark mee? (i) [1] (ii) [1] 15 Wat neemt Janna mee? [1] [Totaal: 8]

Question paper, page 6

6 © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 Deel 2 Eerste oefening, vragen 16 - 19 Je hoort vier jongeren praten over hun taken in huis. Luister naar het gesprek en vul bij elke naam de juiste letters in. Je hebt niet alle letters nodig. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de lijst met taken door te lezen. In het voorbeeld hoor je Simone. Taken: A afwassen I koken B auto wassen J konijnen voeren C badkamer schoonmaken K konijnenhok schoonmaken D bed opmaken L stofzuigen E boodschappen doen M tafel afruimen na het avondeten F gras maaien N tafel afruimen na het ontbijt G hond uitlaten O vuile was in de mand doen H koeien melken Voorbeeld: Simone: taak 1: I taak 2: A 16 Rob: taak 1: [1] taak 2: [1] 17 Marlies: taak 1: [1] taak 2: [1]

Question paper, page 7

7 © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 [Turn over 18 Cor: taak 1: [1] taak 2: [1] 19 Leontien: taak 1: [1] taak 2: [1] [Totaal: 8]

Question paper, page 8

8 © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 Tweede oefening, vragen 20 - 25 Je gaat luisteren naar een interview met Joop. Hij is lid van een politieke partij. Beantwoord de vragen in het Nederlands. Je hoort het interview twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 20 Van welke partij is Joop lid? [1] 21 Wat is vooral belangrijk voor de partij van Joop? (i) [1] (ii) [1] [PAUZE] 22 Wat wil Joop veranderen in scholen? (i) [1] (ii) [1] 23 Waarom eet Joop geen vlees? [1] 24 Waarom eten mensen vlees, volgens Joop? [1] [PAUZE] 25 Wat wil de partij doen om mensen minder vlees te laten eten? [1] [Totaal: 8]

Question paper, page 9

9 © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 [Turn over Deel 3 Eerste oefening, vragen 26 - 31 Je gaat luisteren naar een radio-interview met Thomas Mulder. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis [X] het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hoort het interview twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 26 Thomas heeft ... A een filmfestival georganiseerd. B een kleine rol in een film gespeeld. C de hoofdrol in een film gespeeld. D een filmprijs gewonnen. [1] 27 Thomas werd uitgekozen omdat hij ... A blauwe ogen had. B bevriend was met de regisseur. C foto’s voor zijn vriend kwam brengen. D leek op de jongen die ze zochten. [1] [PAUZE] 28 Thomas vond het verhaal ... A ingewikkeld. B interessant. C saai. D spannend. [1]

Question paper, page 10

10 © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 29 Het contact met de bekende actrices ... A wende snel. B was moeizaam. C bleef gek. D was geweldig. [1] [PAUZE] 30 De hoofdpersoon van het verhaal en Thomas zijn ... A hetzelfde. B anders. C echte denkers. D echte doeners. [1] 31 Thomas spreekt ... A alleen Nederlands. B Nederlands en Duits. C Nederlands en Engels. D Nederlands, Frans, Engels en Duits. [1] [Totaal: 6]

Question paper, page 11

11 © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 Tweede oefening, vragen 32 - 38 Je hoort een gesprek met Bert van Manen. Hij is straatcoach. Beantwoord de vragen in het Nederlands. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 32 Wat doet een straatcoach? [1] 33 Sinds wanneer heeft Amsterdam straatcoaches? [1] 34 Wat is de achtergrond van de meeste straatcoaches? [1] [PAUZE] 35 Welke eigenschappen moet je hebben als straatcoach? (i) [1] (ii) [1] 36 Waar kun je een straatcoach aan herkennen? (i) [1] (ii) [1] [PAUZE] 37 Wat doen straatcoaches als ze horen dat er ergens problemen zijn? (i) [1] (ii) [1] 38 Wat kunnen straatcoaches in laatste instantie nog doen? [1] [Totaal: 10]

Question paper, page 12

12 Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. © UCLES 2014 0515/01/M/J/14 BLANK PAGE

Mark scheme, page 1

CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2014 series 0515 DUTCH (FOREIGN LANGUAGE) 0515/01 Paper 1 (Listening), maximum raw mark 48 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes should be read in conjunction with the question paper and the Principal Examiner Report for Teachers. Cambridge will not enter into discussions about these mark schemes. Cambridge is publishing the mark schemes for the May/June 2014 series for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level components and some Ordinary Level components. PAPA CAMBRIDGE

Mark scheme, page 2

Page 2 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 01 © Cambridge International Examinations 2014 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1–8 1 B [1] 2 A [1] 3 A [1] 4 C [1] 5 B [1] 6 A [1] 7 C [1] 8 D [1] [Totaal: 8] Tweede oefening, vragen 9–15 9 stadion [1] 10 7 uur [1] 11 kerk [1] 12 fietsen (also accept: fiets) [1] 13 een kwartier / 15 minuten (also accept: niet ver) [1] 14 (i) zus [1] (ii) (haar) vriend [1] 15 regenjas [1] [Totaal: 8]

Mark scheme, page 3

Page 3 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 01 © Cambridge International Examinations 2014 Deel 2 Eerste oefening, vragen 16–19 16 Rob taak 1 D [1] taak 2 O [1] 17 Marlies taak 1 C [1] taak 2 E [1] 18 Cor taak 1 H [1] taak 2 G [1] 19 Leontien taak 1 N [1] taak 2 K [1] [Totaal: 8] Tweede oefening, vragen 20–25 20 [De] Groene Partij [1] 21 (i) planten [1] (ii) dieren [1] 22 (i) meer tijd voor sport [1] (ii) gezond eten (groentetuin) [1] 23 het is beter voor de wereld [1] 24 omdat ze het lekker vinden [1] 25 vlees duurder maken [1] [Totaal: 8]

Mark scheme, page 4

Page 4 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 01 © Cambridge International Examinations 2014 Deel 3 Eerste oefening, vragen 26–31 26 C [1] 27 D [1] 28 A [1] 29 A [1] 30 B [1] 31 C [1] [Totaal: 6] Tweede oefening, vragen 32–38 32 Hij maakt de sfeer op straat beter / maakt de straat rustiger. [1] 33 sinds 2006 [1] 34 hangjongere / ze hebben [vroeger] zelf ook op straat rondgehangen / ze waren vroeger ook hangjongere [1] 35 (i) geestelijk sterk [1] (ii) lichamelijk sterk [1] 36 (i) hun felrood T-shirt / trui [1] (ii) logo [1] 37 (i) praten met jongeren [1] (ii) afspraken met hen maken / kijken of ze zich aan de afspraken houden [1] 38 op [huis]bezoek gaan [1] [Totaal: 10]

Mark scheme, page 5

Page 5 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 01 © Cambridge International Examinations 2014 Transcript Deel 1, eerste oefening, vragen 1 tot en met 8 F Vraag 1 F Je wilt op het station een kaartje naar Groningen kopen. De man achter het loket zegt: M Hier is het kaartje. Dat is dan 34 euro. F Hoeveel kost het kaartje? F Vraag 2 F Je koopt wat te eten op het station. De verkoper zegt: M We hebben broodjes met ham en kaas. F Wat kun je kopen? F Vraag 3 F Je wilt ook nog appelsap. De verkoper zegt: M Appelsap ligt links onder in de koelkast. F Waar ligt het appelsap? F Vraag 4 F Je vriendin haalt je op van het station in Groningen. Ze zegt: F2 Ik wil nog schoenen kopen. Ga je mee? F Wat wil je vriendin? F Vraag 5 F Jullie gaan’s avonds naar een feest van Maria. Je vriendin zegt: F2 Ik heb een bos bloemen gekocht voor Maria. Die kunnen we samen geven. F1 Wat geven jullie aan Maria?

Mark scheme, page 6

Page 6 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 01 © Cambridge International Examinations 2014 F Vraag 6 F Het feest is gezellig, maar jullie moeten naar huis. Je vriendin zegt: F2 Het is bijna 11 uur. Mijn vader komt ons zo met de auto halen. F Hoe gaan jullie naar huis? F Vraag 7 F Jullie zijn weer bij je vriendin thuis. De vader van je vriendin zegt: M Morgenochtend ontbijten we om half negen. F Hoe laat is het ontbijt? F Vraag 8 F Je vriendin zegt: F2 Zullen we morgen naar het bos gaan? Het wordt mooi weer. F Wat voor weer wordt het morgen? F Tweede oefening, vragen 9 tot en met 15 F Hoi Mark, volgende week is er een voetbalwedstrijd. Zullen we er heen gaan? M Goed idee! Wanneer is het precies? F De wedstrijd is op woensdagavond in het stadion. De wedstrijd begint om acht uur, maar ik wil er wat eerder zijn, want het wordt druk. Laten we om zeven uur afspreken. M Oké. Waar spreken we af? F Zullen we bij de kerk afspreken? M Bij de kerk is goed. Kom je ook op de fiets? F Ja, want het is niet ver. Het is maar een kwartiertje fietsen van mijn huis. M Ik neem mijn zus en haar vriend ook mee. Ze zijn gek op voetbal. M O, gezellig. We kopen daar wel eten en drinken. Ik neem wel een regenjas mee, want vorig keer regende het! F Ja, da’s waar ook! Hopelijk blijft het deze keer droog.

Mark scheme, page 7

Page 7 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 01 © Cambridge International Examinations 2014 F Deel 2, eerste oefening, vragen 16 tot en met 19 M Hallo Simone. Wat moet jij allemaal thuis doen? F Ik help thuis met koken en met de afwas. Eten maken vind ik leuk, vooral pannenkoeken bakken, maar het afwassen daarna vind ik vreselijk. M En jij, Rob? M2 Ik moet elke dag mijn kamer opruimen. Ik moet mijn bed netjes opmaken en de vuile kleren in de wasmand doen. Mijn moeder komt controleren als ik naar school ben. Als het niet goed is, krijg ik minder zakgeld. M Gaat dat ook zo bij jou thuis, Marlies? F Nee, mijn moeder komt bijna nooit in mijn kamer. Dat is mijn terrein. Ik moet wel de badkamer schoonmaken. Dat doe ik één keer per week. We zijn met z’n vijven, dus het is wel nodig. Verder doe ik de boodschappen met mijn moeder. Ze heeft last van haar rug, dus ik draag de tassen. M Welke taken doe jij, Cor? M2 Nou, mijn ouders hebben een boerderij, en daar help ik dus mee, maar alleen in de vakanties, hoor. Dan help ik mijn vader met het melken van de koeien en allerlei andere zaken. Ik krijg later de boerderij, dus vind ik het helemaal niet erg om te helpen. In huis hoef ik verder niet veel te doen, maar ik laat wel elke middag de hond uit. M En tenslotte: Leontien. Help jij ook mee thuis? F Jazeker. Mijn ouders werken allebei en gaan vroeg weg. Ik moet de ontbijttafel afruimen. Mijn oudere zus helpt ’s avonds na het eten. We hebben ook konijnen en ik maak het hok elke vrijdagmiddag schoon. Mijn zus geeft ze elke dag te eten. F Tweede oefening, vragen 20 tot en met 25 F Joop, jij bent lid van de Groene Partij. Waar houdt de partij zich mee bezig? M De Groene Partij vindt dat we rekening moeten houden met de aarde. Het is vooral belangrijk dat we zorgen voor planten en dieren. F Hoe denken jullie over de gewone problemen in het dagelijkse leven? M We hebben allerlei ideeën over hoe ons leven eruit moet zien. We vinden bijvoorbeeld dat je op school veel meer tijd moet hebben voor sport en dat de leerlingen gezond moeten eten. Ik denk bijvoorbeeld aan een groentetuin bij iedere school, zodat de jongeren weten waar de groenten vandaan komen. F Wat vinden jongeren eigenlijk van jullie partij? M Als leerlingen kiezen op school, zijn we vaak één van de grootste partijen. Dat komt omdat ze zich zorgen maken over de natuur, en daar proberen wij te helpen. F Ik heb ergens gelezen dat veel leden van jouw partij vegetariër zijn. Ben jij dat ook?

Mark scheme, page 8

Page 8 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 01 © Cambridge International Examinations 2014 M Ja, ik denk dat het beter is voor de wereld als we minder vlees eten. De enige reden dat we vlees eten is omdat mensen het lekker vinden. Voor je gezondheid is het niet nodig. F Hoe kun je ervoor zorgen dat mensen minder vlees gaan eten? M Nou, vlees, maar ook eieren en melk, zijn eigenlijk veel te goedkoop. We vinden dat vlees duurder moet worden. Als dat gebeurt, gaan mensen vanzelf minder vlees kopen. Dat is ons doel. Zoals je ziet hebben we grote plannen. F Dank je wel voor het interessante gesprek. Ik wens jou en je partij veel succes! F Deel 3, eerste oefening, vragen 26 tot en met 31 F In onze studio is vandaag Thomas Mulder te gast. Hij speelt de hoofdrol in ‘De krantenjongen’ – één van de films op het Nederlandse filmfestival. Thomas, hoe ben je eigenlijk aan deze rol gekomen? M Ja, dat was toevallig. Een vriend van mij is acteur en is al ingeschreven bij een castingbureau. Ik was bij hem thuis toen zijn moeder zei dat hij foto’s in moest sturen voor deze filmrol, maar hij was twee centimeter te groot. Ze wilden iemand die niet langer was dan een meter zeventig. Je moest ook bruine ogen en bruin haar hebben. Toen vroeg zijn moeder of het misschien iets voor mij was. Ik stuurde wat foto’s naar het castingbureau en werd meteen gebeld. F Kende je het boek al voordat je de rol had? M Nee, ik heb het pas gelezen toen ik hoorde dat ik de rol had. Om eerlijk te zijn vond ik het boek moeilijk. Er komen heel veel personen in voor, je weet niet altijd wie wat zegt. Op het eind wordt het wel duidelijker, maar je moet er echt inkomen. F Hoe was het om met bekende actrices te spelen? M Anders dan ik dacht. Ik had foto’s van ze opgezocht op het internet, dus het was wel raar toen ik ze voor het eerst in het echt zag. Maar al gauw was het heel normaal. F De krantenjongen is een echte denker, ben jij ook zo? M Niet echt. Ik denk niet zo vaak na over de gevolgen van wat ik doe. Tot nu toe gaat het goed. Ach, af en toe gaat er wel eens iets fout op school. Iedereen doet wel eens domme dingen. Laatst heb ik een stinkbom af laten gaan, en toen werd ik de klas uitgestuurd. Dat was wel stom want ik kom toch al veel minder op school door deze film. F De acteurs komen uit allerlei landen en op de set wordt Duits, Engels, Nederlands en Frans gesproken. Is dat lastig? M Dat valt wel mee. Ik zit in de tweede klas dus we spreken al Engels. En Frans en Duits kan ik niet, maar die hoef ik gelukkig ook niet te spreken.

Mark scheme, page 9

Page 9 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 01 © Cambridge International Examinations 2014 F Tweede oefening, vragen 32 tot en met 38. F Dag Bert, jij bent dus straatcoach in Amsterdam. Dat moet je even uitleggen. Wat is dat? M Hoe zal ik het zeggen? Een straatcoach probeert de sfeer op de straten van de stad rustiger te maken. F Is dat dan nodig? M Ja, er zijn af en toe situaties die een beetje uit de hand lopen en daar proberen wij wat aan te doen. F Hoe lang bestaat de straatcoach al? M Al vanaf 2006 lopen er straatcoaches rond in Amsterdam. F Zijn jullie een soort politie? M Nou, het is anders. Je moet de taal spreken van de straat. De meeste straatcoaches zijn zelf ooit ook zogenaamde ‘hangjongeren’ geweest, van die jongeren die dag en nacht op straat rondhangen Ze weten dus hoe die jongeren die de straat onveilig maken denken. Maar ook waarom ze dingen doen, wat belangrijk is voor hun. F Niet iedereen is zeker geschikt om straatcoach te worden... M Dat klopt. Niet iedereen heeft de juiste eigenschappen. Je moet geestelijk en lichamelijk sterk zijn. We zijn de oren en de ogen van de buurt. F Zijn jullie makkelijk herkenbaar? M O ja, we hebben een uniform aan. Niet zoals de politie, maar een felrood T-shirt of een trui in dezelfde kleur. Er staat ook een mooi logo op. Net als de politie zijn we met z’n tweeën en zijn we op de fiets. F Maar ik begrijp nog steeds niet wat jullie nou anders maakt dan de politie. M We mogen lang niet zoveel als de politie. Maar we pakken problemen ook heel anders aan. Als we horen dat hangjongeren ergens last veroorzaken, gaan we erheen om met de jongeren te praten. En vaak helpt dat wel. We maken wat afspraken met ze en kijken dan later of ze zich daar aan houden. Als dat niet helpt gaan we op huisbezoek. Daar zitten de ouders dan ook bij. Zo lossen we toch wel veel dingen op.

What you needed in this session

Cambridge’s own grade thresholds for 2014 May/June, Paper 1 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.

A34/48
B29/48
C24/48
D18/48
E13/48
F9/48
G5/48