Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2013 May/June Paper 1 · Variant 1
0515/11/M/J/13 · 48 marks · ≈54 min
The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.
Question paper12 pages












Mark scheme11 pages
Answers below. Sit the paper first if you are practising.











Paper as text
Question paper, page 1
This document consists of 11 printed pages and 1 blank page. IB13 06_0515_01/2RP © UCLES 2013 [Turn over *4733494540* For Examiner's Use Section 1 Section 2 Section 3 Total UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/01 Paper 1 Listening May/June 2013 Approx. 45 minutes Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions in Sections 1, 2 and 3 in Dutch. There are instructions about how to answer the questions above each exercise on the Question Paper. You need not write in full sentences. Dictionaries are not permitted. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. www.XtremePapers.com
Question paper, page 2
2 © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Deel 1 Eerste oefening, vragen 1-8 Je hoort een kort gesprek. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis [×] het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hoort elk fragment van het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 1 Peter belt Joke. Hij vraagt: A B C D donderdag C woensdag B dinsdag A maandag D Wanneer willen Peter en Joke een dagje weg? [1] 2 Joke vraagt: A B C A B C D D Hoe gaan ze naar de haven? [1]
Question paper, page 3
3 © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use 3 Peter zegt: A B C A B C D D Wat gaan ze doen in de haven? [1] 4 Joke zegt: A B C A B C D COLA D Wat wil Joke meenemen? [1] 5 Peter zegt: A B C A B C D D Wat willen ze op de boot kopen? [1]
Question paper, page 4
4 © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use 6 Peter vraagt: A B C A C D B D Wat wil Peter huren? [1] 7 Joke zegt: A B C A B C D D Wat wil Joke zien? [1] 8 Peter vraagt: A B C A B C D 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 D Hoe laat gaat de laatste boot terug? [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 5
5 © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 9-15 Trudy gaat op vakantie. Maak aantekeningen bij het gesprek. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. Je hoort eerst een voorbeeld. Voorbeeld: Welk land? België 9 Hoelang? [1] 10 Met wie? [1] [PAUZE] 11 Hoe duur? [1] 12 Waar is het hotel in Gent? [1] 13 Wat voor slaapkamer? [1] [PAUZE] 14 Wat doen? (i) [1] (ii) [1] 15 Wie spelen er op het festival? [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 6
6 © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Deel 2 Eerste oefening, vragen 16-19 Je hoort vier leerlingen praten over hun cursus. Luister naar het gesprek en vul bij elke naam de juiste letter én het juiste nummer in. Je hebt niet alle letters en nummers nodig. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de lijsten door te lezen. In het voorbeeld hoor je Joris. cursus hoelang? A tekenen 1 een dag B circus 2 een week C fotografie 3 vier middagen D dansen 4 drie maanden E koken 5 een avond per week F theater 6 een half jaar G verhalen schrijven 7 een jaar Voorbeeld: cursus hoelang? Joris D 5 16 Lisa [1] [1] 17 Sarah [1] [1] 18 Rob [1] [1] 19 Jennie [1] [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 7
7 © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 20-26 Je gaat luisteren naar een interview met Maria. Beantwoord de vragen in het Nederlands. Je hoort het interview twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 20 Wat speelt Maria? [1] 21 Waarom heeft Maria zin in het toernooi? Geef twee redenen. (i) [1] (ii) [1] [PAUZE] 22 Waarom traint Maria niet meer dan normaal voor een toernooi? [1] 23 Wat gaat Maria doen na het toernooi? [1] 24 Wat is het verschil tussen mannen en vrouwen in de sport, volgens Maria? [1] [PAUZE] 25 Wat doet Maria’s school om haar te helpen? [1] 26 Wat doet Maria graag als ze moet wachten tussen de wedstrijden door? [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 8
8 © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Deel 3 Eerste oefening, vragen 27-32. Je gaat luisteren naar een radio-interview met Leonieke Jansen. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis (×) het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hoort het interview twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 27 Leonieke heeft afgelopen zaterdag ... A een sportcompetitie gewonnen. B een zangwedstrijd gewonnen. C een schrijfwedstrijd gewonnen. D een filmprijs gewonnen. [1] 28 Leonieke voelt zich geweldig maar ... A ziek. B duizelig. C slaperig. D raar. [1] [PAUZE] 29 Leonieke treedt al op sinds haar ... A eerste. B vijfde. C achtste. D twaalfde. [1]
Question paper, page 9
9 © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use 30 Leonieke vond het meedoen met X-factor zwaar, ... A want ze mocht niks. B want ze moest veel. C maar de moeite waard. D maar ze ging haar eigen gang. [1] [PAUZE] 31 Als Leonieke niet zingt ... A blijft ze lekker thuis. B gaat ze lekker uit. C gaat ze naar feesten. D gaat ze naar vrienden. [1] 32 Wat wil Leonieke in de komende maanden doen? A Een beetje uitrusten. B Wachten op een goed contract. C Zo bekend mogelijk worden. D Zich voorbereiden op de volgende show. [1] [Totaal: 6]
Question paper, page 10
10 © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 33-39 Je hoort een gesprek met Piet de Rooij. Hij is de ombudsman voor kinderen. Beantwoord de vragen in het Nederlands. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 33 Voor wie is de kinderombudsman precies bedoeld? [1] 34 Sinds wanneer heeft Nederland een kinderombudsman? [1] 35 Waarom vonden de Verenigde Naties dat Nederland een kinderombudsman moest aanstellen? [1] [PAUZE] 36 Met welke problemen houdt de kinderombudsman zich bezig? (i) [1] (ii) [1] 37 Waar heeft Piet de Rooij al eerder als kinderombudsman gewerkt? [1] [PAUZE] 38 Waarom wilden sommige mensen geen kinderombudsman, volgens Piet? (i) [1] (ii) [1]
Question paper, page 11
11 © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use 39 Welke twee voorbeelden geeft Piet van kinderen die bij hem terecht kunnen? (i) [1] (ii) [1] [Totaal: 10]
Question paper, page 12
12 Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. © UCLES 2013 0515/01/M/J/13 BLANK PAGE
Mark scheme, page 1
CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2013 series 0515 DUTCH (FOREIGN LANGUAGE 0515/01 Paper 1 (Listening), maximum raw mark 48 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes should be read in conjunction with the question paper and the Principal Examiner Report for Teachers. Cambridge will not enter into discussions about these mark schemes. Cambridge is publishing the mark schemes for the May/June 2013 series for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level components and some Ordinary Level components. www.XtremePapers.com
Mark scheme, page 2
Page 2 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 01 © Cambridge International Examinations 2013 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1–8 1 B [1] 2 A [1] 3 C [1] 4 C [1] 5 D [1] 6 C [1] 7 C [1] 8 B [1] [Total: 8] Tweede oefening, vragen 9–15 9 een week [1] 10 (beste) vriendin [1] 11 45 euro [1] 12 centrum [1] 13 klein [1] 14 (i) museum [1] (ii) winkelen [1] 15 Nederlandse / Vlaamse bands [1] [Total: 8]
Mark scheme, page 3
Page 3 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 01 © Cambridge International Examinations 2013 Deel 2 Eerste oefening, vragen 16–19 16 Lisa C 3 [2] 17 Sarah F 2 [2] 18 Rob E 4 [2] 19 Jennie A 6 [2] [Total: 8] Tweede oefening, vragen 20–26 20 tennis [1] 21 (i) houdt van reizen [1] (ii) houdt van wedstrijden (spelen) [1] 22 Ze moet uitgerust zijn. / Ze mag niet moe zijn. [1] 23 spelen tegen mannen [1] 24 mannen slaan harder (dan vrouwen) [1] 25 Ze mag in twee jaar examen doen. [1] 26 lezen [1] [Total: 8]
Mark scheme, page 4
Page 4 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 01 © Cambridge International Examinations 2013 Deel 3 Eerste oefening, vragen 27–32 27 B [1] 28 D [1] 29 D [1] 30 C [1] 31 A [1] 32 C [1] [Total: 6] Tweede oefening, vragen 33–39 33 jongeren tot 18 jaar [1] 34 sinds twee jaar [1] 35 Nederland was een van de weinige landen zonder kinderombudsman. [1] 36 (i) problemen op school [1] (ii) problemen met de politie [1] 37 in het buitenland [1] 38 (i) te duur [1] (ii) niet nodig [1] 39 (i) kinderen van wie de ouders scheiden [1] (ii) kinderen van wie het mobieltje is afgepakt [1] [Total:10]
Mark scheme, page 5
Page 5 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 01 © Cambridge International Examinations 2013 Transcript F2 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 tot en met 8 Je hoort een kort gesprek. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis [X] het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hoort elk fragment van het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. F2 Vraag 1 F2 Peter belt Joke. Hij vraagt: M1 Zullen we dinsdag een dagje weggaan? F1 Ja, dinsdag is goed. F2 Wanneer willen Peter en Joke een dagje weg? F2 Vraag 2 F2 Joke vraagt: F1 Zullen we naar een eiland gaan? M1 Ja, goed idee. Dan moeten we met de bus naar de haven. F2 Hoe gaan ze naar de haven? F2 Vraag 3 F2 Peter zegt: M1 Er is daar een markt. Wil je daar naartoe? F1 Ja, dan kunnen we daar iets lekkers kopen. F2 Wat gaan ze doen in de haven?
Mark scheme, page 6
Page 6 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 01 © Cambridge International Examinations 2013 F2 Vraag 4 F2 Joke zegt: F1 Zullen we een pak appelsap meenemen? M1 Goed, ik neem bekers mee. F2 Wat wil Joke meenemen? F2 Vraag 5 F2 Peter zegt: M1 Dan kopen we op de boot een stukje taart. F1 Doen we. F2 Wat willen ze op de boot kopen? F2 Vraag 6 F2 Peter vraagt: M1 Zullen we fietsen huren? F1 Ja, dan kan je veel meer van het eiland zien. F2 Wat wil Peter huren? F2 Vraag 7 F2 Joke zegt: F1 Ik wil ook graag naar de vogels op het strand gaan kijken. M1 Prima, dan neem ik mijn vogelboek mee. F2 Wat wil Joke zien? F2 Vraag 8 F2 Peter vraagt: M1 Het wordt prachtig weer, dus we kunnen met de laatste boot terug. Weet jij hoe laat die gaat? F1 Ja, die gaat om half negen ’s avonds. F2 Hoe laat gaat de laatste boot terug?
Mark scheme, page 7
Page 7 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 01 © Cambridge International Examinations 2013 M1 Tweede oefening, vragen 9 tot en met 15 Trudy gaat op vakantie. Maak aantekeningen bij het gesprek. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. Je hoort eerst een voorbeeld. F1 Ik ga op vakantie naar Gent, in België. F1 Ik ga een week lang. Gelukkig ga ik niet alleen: mijn beste vriendin gaat mee. F1 We nemen onze fietsen mee in de trein. Het is niet duur, want we krijgen studentenkorting. Mijn kaartje kost maar 45 euro. F1 We hebben een hotelletje in het centrum. F1 We hebben wel een kleine kamer, maar we slapen er alleen maar. F1 Ik heb zulke goede verhalen gehoord over Gent. We willen in ieder geval naar een museum en natuurlijk lekker winkelen. F1 In de week dat wij er zijn is er een popfestival van twee dagen. F1 Er komen veel Nederlandse en Vlaamse bands. Ik heb er erg veel zin in. F1 Deel 2 Eerste oefening, vragen 16 tot en met 19 Je hoort vier leerlingen praten over hun cursus. Luister naar het gesprek en vul bij elke naam de juiste letter én het juiste nummer in. Je hebt niet alle letters en nummers nodig. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de lijsten door te lezen. In het voorbeeld hoor je Joris. M2 Hallo Joris. Welke cursus ga jij volgen?
Mark scheme, page 8
Page 8 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 01 © Cambridge International Examinations 2013 M1 Ik begin volgende week met een cursus dansen. Alleen voor jongens! Ik vind breakdansen heel erg leuk. Deze cursus is voor beginners. Elke maandagavond van 7 tot 8. Ik heb er heel veel zin in. M2 En jij, Lisa? F2 Ik ga een cursus fotografie doen die vier middagen duurt. Elke woensdagmiddag van 3 tot 5. We bewerken onze foto’s op de computer. Je leert er vooral goed van kijken, en hoe je een verhaal kunt vertellen met beelden. M1 Welke cursus ga jij doen, Sarah? F1 Ik ga in de vakantie een theatercursus doen. Je kunt er zien of je talent hebt voor toneelspelen en of je het leuk vindt om te doen. Het is een intensieve cursus, dat wel! Een week lang elke dag van 10 tot 4 … Het is gericht op leerlingen van 14 tot 18 en ik ben net 14 geworden. M1 Ga jij ook iets in het teater doen, Rob? M2 Nee, ik ga nu drie maanden tot Kerstmis een kookcursus doen. Ik ben heel benieuwd. Het is geen cursus voor beginners, ik kan vrij goed koken en ik doe het ook heel graag. Misschien wil ik later wel in een restaurant werken. M2 En tenslotte: Jennie. Wat zijn jouw plannen? F2 Ik wil later naar de tekenacademie en daarom doe ik nu een cursus tekenen. Hoe groter mijn portfolio is, mijn map met eigen werk dus, hoe beter het is. Deze cursus is een half jaar lang. Als ik het leuk vind, ga ik nog een cursus doen. M1 Tweede oefening, vragen 20 tot en met 26 Je gaat luisteren naar een interview met Maria. Beantwoord de vragen in het Nederlands. Je hoort het interview twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. M2 In de studio hebben we vandaag Maria de Graaf. Ze is Nederlands kampioen tennis voor zestien- tot achtienjarigen. Dit weekend doet ze mee aan een Europees jeugdtoernooi in Stockholm. Maria, heb je er zin in? F2 Ja, ik vind het leuk om te reizen. Trouwens, ik houd ontzettend veel van wedstrijden spelen. Ik speel liever vandaag dan morgen – ik ben er helemaal klaar voor.
Mark scheme, page 9
Page 9 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 01 © Cambridge International Examinations 2013 M2 Train je extra veel, zo vlak voor een toernooi? F2 Niet meer dan normaal. Anders word ik te moe, dan ben ik niet uitgerust en dat is niet de bedoeling. M2 En wat staat er op het programma als het goed gaat bij dit kampioenschap? F2 Hierna ga ik tennissen bij de mannen. Dat is weer wat nieuws. M2 Wat is het verschil tussen mannen en vrouwen bij tennissen? F2 Mannen slaan de bal harder dan vrouwen, dus moet je sneller zijn. Ik kan daar denk ik veel van leren. Die wedstrijden worden vast heel spannend! M2 Nou ben je zestien, dus je zit nog op school. Sport en school – gaat dat wel samen? F2 Ja, gelukkig helpt mijn school mij enorm. Ik doe bijvoorbeeld mijn examen in twee jaar in plaats van één jaar. Dat is wel nodig hoor, met al die competities. M2 Kun je je huiswerk maken als je weg bent voor een wedstrijd, bijvoorbeeld in het buitenland? Of doe je dan helemaal niets aan school? F2 Echt studeren komt er niet van, maar ik lees wel heel graag en veel tussen de wedstrijden door. De boeken die ik voor mijn eindexamen moet lezen heb ik bijna allemaal uit. M2 Nou, Maria, ik wens je heel veel succes met het kampioenschap en natuurlijk ook met je eindexamen! M2 Deel 3 Eerste oefening, vragen 27 tot en met 32 Je gaat luisteren naar een radio-interview met Leonieke Jansen. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hoort het interview twee keer. Je hebt even tijd om de vragen door te lezen. M1 In onze studio is vandaag Leonieke Jansen te gast. Zij heeft afgelopen zaterdag X-factor gewonnen. Leonieke, je hebt prachtig gezongen. En je had het lied nog zelf geschreven ook! F1 Ja, goed he? M1 [Lacht] En hoe voelt het om te winnen? F1 Ja, wat zal ik zeggen... Het voelt geweldig natuurlijk, maar ook een beetje vreemd. Net alsof het niet echt is, alsof het een droom is. Ik heb hier natuurlijk zolang hard voor gewerkt, en nou is het opeens gebeurd, daar moet ik echt aan wennen!
Mark scheme, page 10
Page 10 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 01 © Cambridge International Examinations 2013 M1 Hoelang ben je eigenlijk al bezig met je zangcarrière? F1 Ik zing al veel langer. Ik ben op mijn achtste al begonnen met lessen, heel jong voor zangles, maar ik had een hele goede juf. Vijf jaar geleden, op m’n twaalfde, heb ik voor het eerst meegedaan met een karaoke wedstrijd, dat was mijn eerste optreden. Dat leek een beetje op de X-factor show, maar dan natuurlijk veel kleiner. Ook daar werd er door het publiek gestemd en werd er elke week een kandidaat naar huis gestuurd. M1 Je hoort vaak dat het zwaar is, X-factor, omdat je van alles moet en niks mag. F1 Ja, voor sommige mensen is dat heel vervelend, maar ik zie dat anders. Als je iets wil bereiken, moet je er wat voor over hebben. Als dat betekent dat ik een paar maanden aan het lijntje moet lopen en moet doen wat ze zeggen, dan doe ik dat graag, geen probleem. M1 En wat doe je als je niet zingt? F1 Het liefst zit ik thuis bij m’n familie op de bank. Ik ga niet graag uit, ben helemaal niet zo’n feestneus. De Leonieke die je op het podium ziet staan, is heel anders dan de Leonieke thuis! M1 Wat ben je nu van plan te gaan doen met je zangcarrière? F1 Ik ga meteen door. Nu heb ik een mooi contract gekregen en er wordt van alles voor me geregeld: concerten, interviews, alles. Ik heb dus een paar maanden de kans om zoveel mogelijk van mezelf te laten zien. Dan komt de winnaar van de volgende show weer volop in de belangstelling. Mijn plan is dus om nu meteen naam te maken. M2 Tweede oefening, vragen 33 tot en met 39. Je hoort een gesprek met Piet de Rooij. Hij is de ombudsman voor kinderen. Beantwoord de vragen in het Nederlands. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. F2 Hallo Piet, we hebben sinds een paar jaar officieel een kinderombudsman in Nederland. Wat houdt dat in? M1 Ja, het is net zoiets als de ‘kindertelefoon’. Ze helpen allebei kinderen die in de problemen zitten. De kinderombudsman helpt jongeren tot 18 jaar. F2 Hoe lang bestaat ‘ie al? M1 Nederland heeft pas sinds twee jaar een kinderombudsman. Andere landen hadden hem al veel langer. De Verenigde Naties hebben ons land daar ook al een paar keer op aangesproken. Bijna alle landen in West Europa hadden zo’n functie, maar wij nog niet. Dat was ook wel gek. F2 En doet de kinderombudsman hetzelfde als iemand van de kindertelefoon? M1 Nee, helemaal niet. De kindertelefoon heeft meer te maken met alledaagse problemen van kinderen. Bijvoorbeeld als je ruzie hebt met je vrienden, of je bent hartstikke verliefd en weet niet wat je ermee moet. De kinderombudsman helpt als je problemen hebt met je school of de politie.
Mark scheme, page 11
Page 11 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 01 © Cambridge International Examinations 2013 Alle organisaties eigenlijk die voor jongeren zouden moeten zorgen. Als ze dat niet doen en er zijn problemen, moet je als jongere dus ergens naar toe kunnen. F2 Waarom wilde je deze baan nou zo graag hebben? M1 Ik vind het heel belangrijk dat kinderen in Nederland gehoord worden, dat iemand voor hun rechten opkomt. Ik heb dat heel lang in het buitenland gedaan en ik ben heel erg blij dat ik het nu in Nederland kan gaan doen. F2 Het heeft heel lang geduurd hè, voordat er een ombudsman voor kinderen in Nederland kwam. Waardoor kwam dat eigenlijk? M1 Nou, sommige mensen vonden dat het teveel geld kostte, en ze vonden dat het niet nodig was in ons land, dat er al genoeg werd gedaan om kinderen te beschermen. F2 En met wat voor problemen kunnen kinderen nou bij je terecht? M1 Nou, stel bijvoorbeeld dat je ouders gaan scheiden. Ze hebben bepaald dat jij nu verder bij je moeder gaat wonen, maar daardoor zie je je vader bijna nooit meer. Als je daar last van hebt, en er wordt niet naar je geluisterd, dan kun je dus bij mij terecht. Ik ben een soort tussenpersoon. Ik zorg ervoor dat jij kunt vertellen wat je wilt en dat de volwassenen naar je luisteren. Of bijvoorbeeld: je hebt zitten sms’en in de klas en de leraar heeft je telefoon afgepakt. Dat mag natuurlijk, maar je moet je telefoon wel terugkrijgen aan het einde van de dag. De leraar heeft niet het recht om jouw spullen te houden. Als je als land de rechten van kinderen serieus neemt, heb je ook iemand nodig waar ze naar toe kunnen gaan als organisaties niet meewerken.
What you needed in this session
Cambridge’s own grade thresholds for 2013 May/June, Paper 1 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.