Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2010 May/June Paper 1 · Variant 1

0515/11/M/J/10 · 48 marks · ≈54 min

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - Foreign Language papersWhat was in this paper?

Question paper12 pages

Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 1 of 12
Page 1 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 2 of 12
Page 2 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 3 of 12
Page 3 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 4 of 12
Page 4 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 5 of 12
Page 5 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 6 of 12
Page 6 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 7 of 12
Page 7 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 8 of 12
Page 8 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 9 of 12
Page 9 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 10 of 12
Page 10 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 11 of 12
Page 11 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2010 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 12 of 12
Page 12 of 12

Mark scheme10 pages

Answers below. Sit the paper first if you are practising.

Mark scheme, page 1 of 10
Page 1 of 10
Mark scheme, page 2 of 10
Page 2 of 10
Mark scheme, page 3 of 10
Page 3 of 10
Mark scheme, page 4 of 10
Page 4 of 10
Mark scheme, page 5 of 10
Page 5 of 10
Mark scheme, page 6 of 10
Page 6 of 10
Mark scheme, page 7 of 10
Page 7 of 10
Mark scheme, page 8 of 10
Page 8 of 10
Mark scheme, page 9 of 10
Page 9 of 10
Mark scheme, page 10 of 10
Page 10 of 10

Paper as text

Question paper, page 1

This document consists of 10 printed pages and 2 blank pages. IB10 06_0515_01/3RP © UCLES 2010 [Turn over *4656928769* For Examiner's Use Section 1 Section 2 Section 3 Total UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/01 Paper 1 Listening May/June 2010 Approx. 45 minutes Candidates answer on the Question Paper No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. DO NOT WRITE IN ANY BARCODES Answer all questions. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. www.XtremePapers.com

Question paper, page 2

2 © UCLES 2010 0515/01/M/J/10 For Examiner's Use Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 - 8 Je hoort een aantal aankondigingen, opmerkingen of korte gesprekken. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis [×] het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hoort elke aankondiging, opmerking of kort gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 1 Hannah en Bert gaan naar een musical in Amsterdam. Hannah zegt: A B C A B C D D Hoe laat begint het? [1] 2 Bert zegt: A B C A B C D D Wat wil Bert? [1] 3 Hannah vindt dat een goed idee. Ze zegt: A B C A B C D D Hoe laat wil Hannah weg? [1]

Question paper, page 3

3 © UCLES 2010 0515/01/M/J/10 [Turn over For Examiner's Use 4 In het restaurant bestelt Bert iets te drinken: A B C A B C D D Wat bestelt Bert? [1] 5 De ober vraagt wat ze willen eten. Hannah zegt: A B C A B C D D Wat wil Hannah eten? [1] 6 Na het eten komen ze aan bij het theater. De kaartverkoper zegt: A B C A B C D D Waar zitten ze? [1]

Question paper, page 4

4 © UCLES 2010 0515/01/M/J/10 For Examiner's Use 7 Na de musical zegt Bert: A B C A B C D D Wat vindt Bert van de musical? [1] 8 Als ze weer op de fiets zitten, zegt Hannah: A B C A B C D 5º ºC 0 10 20 30 40 35º ºC 0 10 20 30 40 D Wat voor weer is het onderweg naar huis? [1] [Totaal: 8]

Question paper, page 5

5 © UCLES 2010 0515/01/M/J/10 [Turn over For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 9 - 15 Je gaat luisteren naar Marjolein. Ze zit op snowboarden. Maak aantekeningen bij het gesprek. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. Je hoort eerst een voorbeeld. Voorbeeld Hoe oud is Marjolein? 15 jaar 9 Hoe vaak gaat Marjolein snowboarden? [1] 10 Wanneer heeft Marjolein les? [1] 11 Wat doet Marjolein op zaterdag? [1] [PAUZE] 12 Wat gaat Marjolein doen in oktober? (i) [1] (ii) [1] [PAUZE] 13 Hoe reist Marjolein? [1] 14 Wat vindt ze niet leuk? [1] 15 Welk seizoen is het beste voor Marjolein? [1] [Totaal: 8]

Question paper, page 6

6 © UCLES 2010 0515/01/M/J/10 For Examiner's Use Deel 2 Eerste oefening, vraag 16 Je gaat luisteren naar vier jongeren die vertellen over hun hobby. Kruis [×] bij elke stelling WAAR of NIET WAAR aan. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. In het voorbeeld hoor je Bob. WAAR NIET WAAR Voorbeeld: Bob: Bob verzamelt postzegels. Petra (a) Ze neemt haar honden mee naar het strand. [1] (b) Ze is dit jaar eerste geworden. [1] [PAUZE] Jan (c) De vliegtuigjes kunnen niet altijd de lucht in. [1] (d) Bij slecht weer blijft hij thuis. [1] [PAUZE] Bettina (e) Ze werkt in de keuken van de zeilclub. [1] (f) De club is alleen open in de zomer. [1] [PAUZE] Dries (g) De band oefent in het weekend. [1] (h) Hij speelt zelf elke dag. [1] [Totaal: 8]

Question paper, page 7

7 © UCLES 2010 0515/01/M/J/10 [Turn over For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 17 - 24 Je gaat luisteren naar een gesprek met Robbie. Hij heeft een reis door Europa gemaakt. Beantwoord de vragen in het Nederlands. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 17 Wat vindt Robbie leuk aan Europa? [1] 18 Hoelang was Robbies treinkaart geldig? [1] 19 Waarom wilde Robbie eerst naar het zuiden? [1] [PAUZE] 20 Wat hebben de vrienden in Italië gedaan? [1] 21 Wat was een nadeel van Italië? [1] 22 Wat hebben de vrienden in Oostenrijk gedaan? [1] [PAUZE] 23 Waarom wilde Robbie naar Kroatië? [1] 24 Waarom vindt Robbie het gezelliger met z’n tweeën? [1] [Totaal: 8]

Question paper, page 8

8 © UCLES 2010 0515/01/M/J/10 For Examiner's Use Deel 3 Eerste oefening, vragen 25 - 30 Je hoort een gesprek met Ellen de Lange. Zij geeft cursussen wakzwemmen. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis [×] het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 25 Wakzwemmen is zwemmen … A … met eenden. B … in de openlucht. C … als je door het ijs bent gezakt. D … in een zwembad. [1] 26 Ellen geeft de cursus wakzwemmen omdat zij vindt dat … A … het een goede sport is. B … het belangrijk is voor je veiligheid. C … het een leuke activiteit is. D … je het op school makkelijk kan leren. [1] [PAUZE]

Question paper, page 9

9 © UCLES 2010 0515/01/M/J/10 [Turn over For Examiner's Use 27 De cursus is vooral bedoeld voor … A … basisschoolkinderen. B … mensen van de reddingsbrigade. C … volwassenen. D … middelbare scholieren. [1] 28 Bij het oefenen draag je … A … winterkleren. B … zomerkleren. C … lichte kleren. D … een winterjas over je zwemkleren. [1] [PAUZE] 29 Om warm te blijven moet je volgens Ellen ... A … snel zwemmen. B … je klein maken. C … rustig bewegen. D … je zo breed mogelijk maken. [1] 30 Als je in het water valt, kunnen je vrienden … A … weinig doen. B … iets naar je toe gooien. C … de ambulance bellen. D … roepen om te zeggen waar je heen moet. [1] [Totaal: 6]

Question paper, page 10

10 © UCLES 2010 0515/01/M/J/10 For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 31 - 37 Je hoort een gesprek met Klaas Koterman. Hij maakt tekeningen. Beantwoord de vragen in het Nederlands. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 31 Waarop maakt Klaas zijn tekeningen? [1] 32 Waarom begon Klaas tekeningen te maken? [1] [PAUZE] 33 Wat doen sommige voorbijgangers die de tekeningen leuk vinden? [1] 34 Welke problemen hebben sommige mensen met de tekeningen van Klaas? Noem er twee. (i) [1] (ii) [1] [PAUZE] 35 Waarom hebben de meeste collega’s van Klaas geen problemen met de tekeningen? Geef twee redenen. (i) [1] (ii) [1] 36 Welk voordeel heeft de regen voor Klaas? [1] [PAUZE] 37 Noem twee opdrachten die Klaas krijgt. (i) [1] (ii) [1] [Totaal: 10]

Question paper, page 12

12 Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. 0515/01/M/J/10 BLANK PAGE

Mark scheme, page 1

UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2010 question paper for the guidance of teachers 0515 FOREIGN LANGUAGE DUTCH 0515/01 Paper 1 (Listening), maximum raw mark 48 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes must be read in conjunction with the question papers and the report on the examination. • CIE will not enter into discussions or correspondence in connection with these mark schemes. CIE is publishing the mark schemes for the May/June 2010 question papers for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level syllabuses and some Ordinary Level syllabuses. www.XtremePapers.com

Mark scheme, page 2

Page 2 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 01 © UCLES 2010 1 B [1] 2 C [1] 3 B [1] 4 D [1] 5 C [1] 6 A [1] 7 D [1] 8 C [1] [Totaal: 8] 9 twee keer per week [1] 10 woensdag [1] 11 oefenen / snowboarden voor de lol / snowboarden met vrienden [1] 12 (i) wedstrijd (in Den Haag) [1] (ii) wintersport / naar Zwitzerland [1] 13 bus [1] 14 het duurt lang / de busreis [1] 15 winter [1] [Totaal: 8]

Mark scheme, page 3

Page 3 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 01 © UCLES 2010 16 Petra (a) Ze neemt haar honden mee naar het strand. niet waar [1] (b) Ze is dit jaar eerste geworden. niet waar [1] (c) De vliegtuigjes kunnen niet altijd de lucht in. waar [1] (d) Bij slecht weer blijft hij thuis. niet waar [1] (e) Ze werkt in de keuken van de zeilclub. waar [1] (f) De club is alleen open in de zomer. waar [1] (g) De band oefent in het weekend. niet waar [1] (h) Hij speelt zelf elke dag. waar [1] [Totaal: 8] 17 veel te zien [1] 18 1 maand [1] 19 strand / mooi weer [1] 20 steden bezocht [1] 21 erg heet [1] 22 gewandeld in de bergen [1] 23 nooit eerder geweest [1] 24 iemand om mee te praten / delen van ervaring / handiger [1] [Totaal: 8]

Mark scheme, page 4

Page 4 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 01 © UCLES 2010 25 C [1] 26 B [1] 27 A [1] 28 A [1] 29 C [1] 30 B [1] [Totaal: 6] 31 op vieze auto’s [1] 32 Hij vond de teksten stom / saai. [1] 33 Ze maken foto’s. [1] 34 (i) Ze denken dat hij de auto beschadigt. [1] (ii) Ze vinden de tekeningen lelijk. [1] 35 (i) Ze vinden het wel apart. [1] (ii) Het blijft niet lang. [1] 36 Hij kan (snel) een nieuwe tekening maken. [1] 37 (i) het versieren van auto’s voor een trouwerij [1] (ii) of voor iemand die jarig is [1] [Totaal: 10]

Mark scheme, page 5

Page 5 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 01 © UCLES 2010 TAPESCRIPT F1 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 tot en met 8 Je hoort een aantal aankondigingen, opmerkingen of korte gesprekken. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hoort elke aankondiging, opmerking of kort gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. F1 Vraag 1 Hannah en Bert gaan naar een musical in Amsterdam. Hannah zegt: F2 Ik heb de kaartjes voor de musical. Het begint om zeven uur. F1 Hoe laat begint het? F1 Vraag 2 Bert zegt: M1 Zullen we wat vroeger gaan? Dan kunnen we iets gaan eten. F1 Wat wil Bert? F1 Vraag 3 Hannah vindt dat een goed idee. Ze zegt: F2 Ja gezellig, zullen we een tafel reserveren om 6 uur? Dan moeten we om half zes weg. F1 Hoe laat wil Hannah weg? F1 Vraag 4 In het restaurant bestelt Bert iets te drinken. Hij zegt: M1 We willen graag twee rode wijn en een fles water. F1 Wat bestelt Bert? F1 Vraag 5 De ober vraagt wat ze willen eten. Hannah zegt: F2 We hebben weinig tijd, mogen wij de soep? F1 Wat wil Hannah eten?

Mark scheme, page 6

Page 6 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 01 © UCLES 2010 F1 Vraag 6 Na het eten komen ze aan bij het theater. De kaartverkoper zegt: M2 Jullie zitten in het midden van de zaal, bij het gangpad. F1 Waar zitten ze? F1 Vraag 7 Na de musical zegt Bert: M1 Wat een geweldige musical, hè? F1 Wat vindt Bert van de musical? F1 Vraag 8 Als ze weer op de fiets zitten, zegt Hannah: F2 Wat een fijne avond! Ik vind het niet eens erg dat het regent! F1 Wat voor weer is het onderweg naar huis? M1 Tweede oefening, vragen 9 tot en met 15 Je gaat luisteren naar Marjolein. Zij zit op snowboarden. Maak aantekeningen bij het gesprek. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. Je hoort eerst een voorbeeld. F2 Ik ben Marjolein. Ik ben 15 jaar. Ik ben dol op snowboarden, dat doe ik twee keer per week. Er is hier in de stad een snowboardclub. Ik heb woensdag les. Als ik tijd heb, ga ik op zaterdag met een groepje vrienden. Gewoon voor de lol. In oktober wordt het druk. Eerst heb ik een wedstrijd in Den Haag. Daarna ga ik met vakantie naar Zwitserland, voor de wintersport. We gaan met de bus. De reis duurt wel erg lang, dus daar heb ik niet zo’n zin in. Maar het is allemaal natuurlijk wel de moeite waard. Snowboarden is echt ontzettend leuk. Wat mij betreft mag het altijd winter zijn!

Mark scheme, page 7

Page 7 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 01 © UCLES 2010 F1 Deel 2 Eerste oefening, vraag 16 Je gaat luisteren naar vier jongeren die vertellen over hun hobby. Kruis bij elke stelling WAAR óf NIET WAAR aan. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. In het voorbeeld hoor je Bob. M2 Mijn naam is Bob en ik verzamel postzegels. Ik heb de verzameling geёrfd van mijn grootvader. F1 Ik ben Petra en ik train honden. Elke zaterdag ben ik met mijn honden op het veld, bij regen en zonneschijn. De honden springen over hindernissen en gaan door tunnels enzo. Het is erg leuk. In de zomer zijn er wedstrijden waar we aan meedoen. Vorig jaar ben ik eerste geworden! Ik hoop dat dat weer lukt dit jaar. M2 Ik heet Jan. Ik ben sinds kort lid van een club voor modelvliegtuigjes. Het is wel een mooi weer sport. De vliegtuigjes kunnen de lucht niet in als het regent of te hard waait. Als het slecht weer is, werken we binnen aan de modellen. Het is erg leuk om te zien hoeveel verschillende vliegtuigjes er zijn. Ik ben bijna elk weekend bij de club, weer of geen weer. F2 Ik ben Bettina en ik ben lid van de plaatselijke zeilclub. In de zomer ben ik daar elk weekend. Er wordt veel georganiseerd en er is altijd veel te doen. Ik help in de keuken als ik niet op het water zit. In de wintermaanden liggen de boten binnen, dus dan is de club dicht. Ik vind het wel prettig dat er dan niet gezeild wordt, dan heb ik tijd voor andere hobby’s. M1 Ik ben Dries en ik speel gitaar in een band. We zijn met z’n vieren en spelen al 2 jaar samen. We oefenen alleen op donderdagavond, maar we spelen vaak in het weekend, soms op vrijdag en zaterdagavond. Dat is wel veel. Niet het muziek maken zelf, want ik speel dagelijks, maar twee avonden achterelkaar optreden kost wel energie! De band ligt juist een beetje stil in de zomer, want dan is iedereen op vakantie. M2 Tweede oefening, vragen 17 tot en met 24 Je gaat luisteren naar een gesprek met Robbie. Hij heeft een reis door Europa gemaakt. Beantwoord de vragen in het Nederlands. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. F1 Hallo Robbie. Jij bent net terug van een reis door Europa. Hoe was het? M1 Het was geweldig. Je hebt altijd het idee dat je voor een spannende vakantie ver weg moet, maar er is ontzettend veel te zien in Europa. F1 Hoe heb je rondgereisd?

Mark scheme, page 8

Page 8 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 01 © UCLES 2010 M1 Ik ben met drie vrienden met de trein door Europa getrokken. We hebben een kaart gekocht waarmee je een maand lang kunt reizen. F1 En waar ben je eerst heengegaan? M1 We zijn eerst naar het zuiden gegaan. We wilden natuurlijk mooi weer en strand, het bekende verhaal. Dus zijn we via Frankrijk naar Spanje gereisd. Daar hebben we inderdaad aan het strand gelegen. F1 En toen? M1 In Spanje hebben we een boot genomen naar Italië. We hadden een beetje genoeg van het strand, dus daar hebben we een aantal steden bezocht. F1 Dat was dus wel wat anders. M1 Ja, veel gebouwen gezien en musea, en natuurlijk heerlijk gegeten. Het was er wel verschrikkelijk warm. We waren er vroeg in het jaar, in juni, maar toch was het er al behoorlijk heet. Daarom zijn we de bergen in gegaan, in Oostenrijk. Daar hebben we vier dagen gelopen. F1 En ben je nog in Oost-Europa geweest? M1 Ja, daarna. Na het bergwandelen ben ik met één vriend naar Kroatië gegaan omdat we nog nooit in dat deel van Europa waren geweest. De andere twee vrienden hadden daar geen zin in. Zij zijn naar Griekenland gegaan. Ik was wel blij dat we nog met z’n tweeën waren, want alleen reizen is wel ingewikkeld. F1 Wat maakt het ingewikkeld? M1 Ach, allemaal van die kleine dingen. Bijvoorbeeld als je een boodschapje moet doen, dat je die grote rugzak weer mee naar binnen moet nemen. Als je met z’n tweeën bent, kan de ander buiten blijven wachten met de bagage. Bovendien is het veel gezelliger als je met iemand kan praten over je ervaringen. M1 Deel 3 Eerste oefening, vragen 25 tot en met 30 Je hoort een gesprek met Ellen de Lange. Zij geeft cursussen wakzwemmen. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. M2 Wakzwemmen? Dit moet je even uitleggen. F1 Ja, dat kan ik me voorstellen. Zoals je weet is een wak een gat in het ijs. Wakzwemmen is ook een raar woord, want het gaat niet om het zwemmen zelf. Dit is een cursus waarin je leert wat je moet doen als je door het ijs zakt. M2 Gebeurt dat vaak?

Mark scheme, page 9

Page 9 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 01 © UCLES 2010 F1 Helaas wel ja, bij de reddingsbrigade maken we het toch wel regelmatig mee. Daarom willen we dat wakzwemmen een vast onderdeel wordt van het zwemdiploma. We leren kinderen al heel jong wat ze moeten doen als ze in het water vallen. Je moet met kleren aan het water in en leren watertrappen. Het is dus logisch dat we ook leren wat je moet doen als je in de winter door het ijs zakt. M2 Ja, da’s waar. M2 Zeg Ellen, voor welke leeftijd is deze cursus? F1 Nou, we willen dat het onderdeel wordt van het zwemdiploma, dus het zijn voornamelijk kinderen van de basisschool. Maar soms zijn er ook oudere kinderen en volwassenen die willen leren hoe je uit een wak komt of hoe je iemand kunt helpen die in een wak is gevallen. M2 Wat doe je op de cursus? F1 Iedereen komt op de les met winterkleren aan, en bovendien een winterjas en laarzen. Je springt met al die kleren het water in. Dat is behoorlijk zwaar. Als je in het water bent, mag je je jas uitdoen. Dan wordt het een stuk gemakkelijker. Maar we willen wel dat de deelnemers merken hoe zwaar het is als je met je winterkleren in het water valt. M2 En wat moet je dan doen? F1 Ten eerste moet je proberen om heel rustig te zwemmen, dan blijf je warmer in ijskoud water. Verder moet je jezelf zo groot mogelijk maken, zodat je niet onder het ijs glijdt. M2 Je bent natuurlijk vaak met vrienden als je gaat schaatsen. Kunnen zij wat voor je doen als je in een wak valt? F1 Jazeker. Ze moeten natuurlijk niet zomaar naar de rand van het ijs lopen, dan zakken ze er zelf ook in. Je kunt wel een das naar je vriend gooien. Dan moet je op je buik naar de rand toe kruipen en dan kun je je vriend uit het water trekken. Als je maar niet in paniek raakt, dan heb je al een hoop gewonnen. F1 Tweede oefening, vragen 31 tot en met 37. Je hoort een gesprek met Klaas Koterman. Hij maakt tekeningen. Beantwoord de vragen in het Nederlands. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. F2 Klaas, wat voor tekeningen maak je? M1 Ik teken op vieze auto’s. F2 En waarom doe je dat? M1 Nou, ik werk in de bouw en de auto’s die op het bouwterrein geparkeerd staan, zijn altijd stoffig en vuil. Ik vond die teksten zoals ‘was mij’ en ‘ik ben vies’ zo saai, dat ik dacht ‘dat kan toch leuker’. Toen ben ik tekeningetjes gaan maken in het stof.

Mark scheme, page 10

Page 10 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 01 © UCLES 2010 F2 Maar nu maak je wel wat meer dan ‘tekeningetjes’… Vindt iedereen de tekeningen leuk? M1 Niet iedereen, nee. De meeste mensen vinden het leuk en soms stoppen ze zelfs om foto’s te maken. Maar soms krijg ik negatieve opmerkingen van mensen die mij bezig zien. Ze zijn bang dat ik krassen maak op de auto’s of ze vinden de tekeningen lelijk. Ach, sommige mensen hebben met alles wat een beetje anders is een probleem. F2 Ken je de eigenaren van de auto’s die je gebruikt? M1 Heel vaak wel, de meeste auto’s zijn van mijn collega’s op het bouwterrein. Ik kom wel eens een vuile auto tegen waar ik spontaan wat op ga tekenen, maar dat gebeurt niet vaak. F2 En je collega’s vinden het goed? M1 De meesten vinden het wel apart. Bovendien zit zo’n tekening er natuurlijk nooit zo lang op. F2 Nee, da’s waar, je hebt natuurlijk maar een regenbuitje nodig en hij is weg. M1 Ja, dat is jammer, maar het betekent wel dat ik weer snel een nieuwe kan maken. Als er af en toe een hele mooie tekening tussen zit, maak ik daar zelf een foto van. Maar het meeste doe ik eigenlijk voor de lol. F2 Verdien je er ook geld mee? M1 Zo nu en dan. Ik word wel eens gevraagd om een auto te versieren, voor een huwelijk of voor iemand die jarig is. Maar ik zal er niet rijk van worden. Ik vind het gewoon erg leuk om te doen, omdat de meeste mensen er vrolijk van worden als ze het zien. F2 Doe je ook andere dingen in de kunst? M1 Niet veel, het is eigenlijk een uit de hand gelopen hobby. Ik werk in de bouw en dit is dus echt iets wat ik doe in mijn vrije tijd.

What you needed in this session

Cambridge’s own grade thresholds for 2010 May/June, Paper 1 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.

A32/48
C22/48
E12/48
F8/48