Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2008 May/June Paper 1 · Variant 1
0515/11/M/J/08 · 48 marks · ≈54 min
The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.
Question paper12 pages












Mark scheme4 pages
Answers below. Sit the paper first if you are practising.




Paper as text
Question paper, page 1
This document consists of 12 printed pages. IB08 06_0515_01/7RP © UCLES 2008 [Turn over *3231719820* For Examiner's Use Section 1 Section 2 Section 3 Total UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/01 Paper 1 Listening May/June 2008 Approx. 45 minutes Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. DO NOT WRITE IN ANY BARCODES Answer all questions. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. www.XtremePapers.com
Question paper, page 2
2 © UCLES 2008 0515/01/M/J/08 For Examiner's Use Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 - 8 Je hoort een aantal aankondigingen, opmerkingen of korte gesprekken. Je hoort elke aankondiging of opmerking en elk gesprek twee keer. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis [x] het hokje bij het juiste antwoord aan. Peter gaat een dagje uit met Anneke. 1 Peter vraagt aan Anneke wat ze wil doen. Ze zegt: A B C D Wat wil Anneke gaan doen? [1] 2 Peter luistert naar het weerbericht op de radio. Hij hoort: A B C D Wat voor weer wordt het vandaag? [1] A B C D A B C D
Question paper, page 3
3 © UCLES 2008 0515/01/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use 3 Ze gaan iets anders doen. Anneke zegt: M A B C D Wat wil Anneke doen in de stad? [1] 4 Peter vraagt aan Anneke hoe ze naar de stad wil. Ze zegt: A B C D Waarom wil Anneke met de bus? [1] 5 Peter en Anneke zijn in de stad en willen ergens uitrusten. Anneke zegt: A B C D Wat wil Anneke eten? [1] A B C D A B C D A B C D
Question paper, page 4
4 © UCLES 2008 0515/01/M/J/08 For Examiner's Use 6 Peter bestelt iets te drinken. Hij zegt: A B C D T K Wat bestelt Peter? [1] 7 Ze vragen de rekening. De juffrouw zegt: A B C D € 6,85 € 5,85 € 5,95 € 5,75 Hoeveel kost het? [1] 8 Anneke stelt voor om naar de film te gaan. Peter zegt: N F D A B C D E Wat moet Peter vanavond doen? [1] [Totaal: 8] A B C D A B C D A B C D
Question paper, page 5
5 © UCLES 2008 0515/01/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 9 - 14 Je hoort een gesprek tussen Hans en Loes. Ze organiseren een familiedag. Maak aantekeningen bij het gesprek. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. Je hoort eerst een voorbeeld. Voorbeeld Wanneer? volgende maand 9 Waar? [1] 10 Twee activiteiten bij mooi weer: [1] [1] [PAUZE] 11 Twee activiteiten bij slecht weer: [1] [1] 12 Wie moet Loes nog bellen? [1] [PAUZE] 13 Familiedag begint om [1] 14 Wat neemt Hans mee? [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 6
6 © UCLES 2008 0515/01/M/J/08 For Examiner's Use Deel 2 Eerste oefening, vragen 15 - 22 Je gaat luisteren naar acht jongeren die vertellen over hun werkervaring. Vul bij elke naam in waar ze hebben gewerkt. Je hoort het gesprek twee keer. Kijk nu eerst naar de plaatjes. [PAUZE] In dit voorbeeld hoor je Martha: Martha: A A B D E F G H I J K L C
Question paper, page 7
7 © UCLES 2008 0515/01/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use 15 Bart: [1] 16 Moniek: [1] [PAUZE] 17 Jan: [1] 18 Petra: [1] 19 Toon: [1] [PAUZE] 20 Ellen: [1] 21 Casper: [1] 22 Melanie: [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 8
8 © UCLES 2008 0515/01/M/J/08 For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 23 - 28 Je hoort een gesprek met Pieter Gelling. Hij is bergbeklimmer. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 23 Hoelang was de langste expeditie die Pieter heeft gemaakt? [1] 24 Hoe heeft Pieter klimmen ontdekt? [1] 25 Noem twee dingen die Pieter leuk vindt aan klimmen. [1] [1] [PAUZE] 26 Wat vindt Pieter van het eten als hij op een expeditie is? [1] 27 Noem twee dingen die Pieter doet om geld te verdienen. [1] [1] 28 Hoe voelde Pieter zich in het tentje in Zuid-Amerika? [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 9
9 © UCLES 2008 0515/01/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use Deel 3 Eerste oefening, vragen 29 - 34 Je hoort een gesprek met Anja Vinkers. Zij is fietskoerier. Kruis [x] het hokje bij het juiste antwoord aan. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. Je hoort het gesprek twee keer. 29 Hoeveel kilometer fietst Anja gemiddeld op een dag? A 20 km. B 50 km. C 100 km. D 120 km. [1] 30 Een pakje is nooit langer onderweg dan ... A …een half uur. B …een uur. C …twee uur. D …drie uur. [1] [PAUZE] 31 Wat is het nadeel van een aanhangwagentje volgens Anja? A Het is duurder. B Het duurt langer. C Het is zwaarder. D Het is gevaarlijker. [1]
Question paper, page 10
10 © UCLES 0515/01/M/J/08 For Examiner's Use 32 Anja is dit werk gaan doen om ... [1] [PAUZE] 33 Volgens Anja vinden vrouwen dit werk niet leuk omdat ... [1] 34 Voor Anja is het belangrijkste voordeel van dit werk dat het ... [1] [Totaal: 6] A …meer te kunnen bewegen. B …wat extra geld te verdienen. C …de stad te leren kennen. D …nieuwe mensen te ontmoeten. A …je veel alleen werkt. B …het gevaarlijk is. C …het te vermoeiend is. D …het erg slecht weer kan zijn. A …actief is. B …goed voor het milieu is. C …goed verdient. D …goedkoop is.
Question paper, page 11
11 © UCLES 2008 0515/01/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 35 - 43 Je hoort een gesprek met Nico Klaver, een komiek. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen. 35 Wat is De Reizende Komedie? [1] 36 Hoelang bestaat De Reizende Komedie al? [1] [PAUZE] 37 Wanneer kun je auditie doen bij De Reizende Komedie? [1] 38 Wat is het voordeel van optreden bij De Reizende Komedie? [1] 39 Wat gebeurt er na elk optreden bij De Reizende Komedie? [1] [PAUZE] 40 Waar komt het idee voor deze opleiding vandaan? [1] 41 Wat is het verschil tussen optredens van Nederlandse cabaretiers en de Reizende Komedie? [1]
Question paper, page 12
12 Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. © UCLES 0515/01/M/J/08 For Examiner's Use [PAUZE] 42 Welke twee redenen geeft Nico voor de naam De Reizende Komedie? [1] [1] 43 Wat is belangrijker dan talent, volgens Nico? [1] [Totaal: 10]
Mark scheme, page 1
UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2008 question paper 0515 FOREIGN LANGUAGE DUTCH 0515/01 Paper 1 (Listening), maximum raw mark 48 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began. All Examiners are instructed that alternative correct answers and unexpected approaches in candidates’ scripts must be given marks that fairly reflect the relevant knowledge and skills demonstrated. Mark schemes must be read in conjunction with the question papers and the report on the examination. • CIE will not enter into discussions or correspondence in connection with these mark schemes. CIE is publishing the mark schemes for the May/June 2008 question papers for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level syllabuses and some Ordinary Level syllabuses. www.XtremePapers.com
Mark scheme, page 2
Page 2 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 01 © UCLES 2008 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1–8 1 B [1] 2 C [1] 3 B [1] 4 B [1] 5 C [1] 6 A [1] 7 D [1] 8 C [1] [Totaal: 8] Tweede oefening, vragen 9–14 9 Hotel/dichtbij het station [alleen station is fout] [1] 10 wandelen [1] speeltuin/spelen [1] 11 spelletjes (spelen) [1] film/tv (kijken) [1] 12 (de) band [1] 13 2 uur [1] 14 gitaar [1] [Totaal: 8]
Mark scheme, page 3
Page 3 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 01 © UCLES 2008 Deel 2 Eerste oefening, vragen 15–22 15 D [1] 16 L [1] 17 C [1] 18 I [1] 19 F [1] 20 G [1] 21 H [1] 22 E [1] [Totaal: 8] Tweede oefening, vragen 23–28 23 8/acht weken [1] 24 (door een) boek (van een bergbeklimmer) [1] 25 avontuur mentale kracht lichamelijke kracht natuur uitdaging [twee van de bovengenoemde mogelijkheden; elk één punt, maximum = 2 punten] [2] 26 saai [1] 27 lezingen geven verhalen verkopen bijbaantjes [twee van de bovengenoemde mogelijkheden; elk één punt, maximum = 2 punten] [2] 28 bang/niet op z’n gemak/(hij vond het) een nare ervaring [1] [Totaal: 8]
Mark scheme, page 4
Page 4 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 01 © UCLES 2008 Deel 3 Eerste oefening, vragen 29–34 29 B [1] 30 D [1] 31 B [1] 32 A [1] 33 A [1] 34 B [1] [Totaal: 6] Tweede oefening, vragen 35–43 35 school voor komieken/komedie [1] 36 bijna 20 jaar [‘vanaf 1990’ mag goed gerekend worden] [1] 37 elke woensdag [1] 38 je treedt op voor een klein publiek [1] 39 evaluatie / Je praat met andere komieken over hoe je het gedaan hebt. [1] 40 (uit) Amerika en Engeland. [1] 41 geen lichteffecten en/of muziek/geen decor/decor wordt niet gebruikt [1] 42 (i) woordspeling op (het bestaande theater) de Kleine Komedie [1] (ii) groep trekt/reist (zoals een trein) door het land [1] 43 Dat je je ontwikkelt./Dat je groeit./Dat je beter probeert te worden./Dat je de dingen niet te gemakkelijk opneemt./Dat je hard werkt om beter te kunnen worden. [1] [Totaal: 10]
What you needed in this session
Cambridge’s own grade thresholds for 2008 May/June, Paper 1 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.