Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2003 May/June Paper 1 · Variant 1

0515/11/M/J/03

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - Foreign Language papers

Question paper12 pages

Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 1 of 12
Page 1 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 2 of 12
Page 2 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 3 of 12
Page 3 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 4 of 12
Page 4 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 5 of 12
Page 5 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 6 of 12
Page 6 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 7 of 12
Page 7 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 8 of 12
Page 8 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 9 of 12
Page 9 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 10 of 12
Page 10 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 11 of 12
Page 11 of 12
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2003 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 12 of 12
Page 12 of 12

Mark scheme

No mark scheme is in the library for this paper.

Paper as text

Question paper, page 1

This document consists of 10 printed pages and 2 blank pages. SP (NF/SLC) S42848/3 © CIE 2003 [Turn over CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education FOREIGN LANGUAGE DUTCH 0515/01 Paper 1 Listening May/June 2003 Approx. 45 minutes Candidates answer on the Question Paper. No additional materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name in the spaces at the top of this page. Write in dark blue or black pen in the spaces provided on the Question Paper. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions in Section 1 and Section 2. You may also attempt Section 3. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. At the end of the examination, fasten all your work securely together. Centre Number Candidate Number Name If you have been given a label, look at the details. If any details are incorrect or missing, please fill in your correct details in the space given at the top of this page. Stick your personal label here, if provided. For Examiner’s Use Section 1 Section 2 SUB-TOTAL Section 3 TOTAL www.XtremePapers.com

Question paper, page 2

2 0515/01/M/J/03 Deel 1 Eerste oefening Vragen 1–8 In dit onderdeel krijg je een aantal aankondigingen, opmerkingen of korte gesprekken te horen. Je hoort elke aankondiging of opmerking en elk gesprek twee keer. Elke vraag heeft vier mogelijke antwoorden. Kruis het hokje bij het juiste antwoord aan. 1 Je vraagt de ober in een restaurant wat de dagschotel is. Hij zegt: Wat is de dagschotel? [1] 2 Je vraagt de groenteman hoe duur de appels zijn. Hij zegt: Hoeveel kost een kilo appels? [1] 3 Je vriend beschrijft zijn nieuwe huis. Hij zegt: Hoe ziet het huis eruit? [1] For Examiner’s Use A B C D A B C D € 0,45 € 0,50 € 0,55 € 0,60 A B C D

Question paper, page 3

3 0515/01/M/J/03 [A.U.B. omslaan 4 Je vriendin heeft een nieuw telefoonnummer. Ze zegt: Wat is haar telefoonnummer? [1] 5 Je luistert naar het weerbericht. Je hoort: Wat voor weer wordt het? [1] 6 Je vriendin beschrijft haar nieuwe jas. Ze zegt: Hoe ziet de jas eruit? [1] For Examiner’s Use A B C D 3184652 3184625 3184624 3184642 A B C D A B C D

Question paper, page 4

4 0515/01/M/J/03 7 Op het station hoor je het volgende bericht: Hoeveel minuten is de trein vertraagd? [1] 8 Je wilt weten welke bus naar het station gaat. De chauffeur zegt: Welke bus gaat naar het station? [1] [Totaal: 8] For Examiner’s Use A B C D 5 minuten 10 minuten 15 minuten 20 minuten A B C D 5 6 7 8

Question paper, page 5

5 0515/01/M/J/03 [A.U.B. omslaan Tweede oefening Vragen 9–15 In dit fragment hoor je een gesprek tussen Pieter en Yvonne. Pieter vertelt Yvonne wat ze kunnen doen in Groningen. Schrijf voor elke dag op wat de plannen zijn. Je hoort het gesprek twee keer. Je hebt even de tijd om het lijstje door te lezen, voordat je het gesprek te horen krijgt. 9 Zondagavond ……………………………………….. [1] 10 Maandag ……………………………………….. [1] 11 Dinsdag ……………………………………….. [1] 12 Woensdag ……………………………………….. [1] 13 Donderdag ……………………………………….. [1] 14 Vrijdag ……………………………………….. [1] 15 Waar ontmoeten ze elkaar? ……………………………………….. [1] [Totaal: 7] Voorbeeld Aankomst Yvonne Zondagmiddag ……………………………………….. For Examiner’s Use

Question paper, page 6

6 0515/01/M/J/03 Deel 2 Eerste oefening Vraag 16 In dit fragment hoor je negen mensen praten over hun succes. Schrijf bij 8 beroepen de eerste letter van de naam die erbij hoort. Je hebt niet alle beroepen nodig. Kies uit: Arjan, Bettina, Chris, Dorien, Edwin, Fleur, Gert, Harmke en Ibbe. Lees nu eerst de lijst met beroepen. In het voorbeeld hoor je Arjan. Voorbeeld Beroep Naam Ondernemer Beroep Naam Acteur Piloot Ondernemer Politicus Timmerman Sportvrouw Schrijver Uitvinder Brandweerman Zanger Boer [Totaal: 8] A A For Examiner’s Use

Question paper, page 7

7 0515/01/M/J/03 [A.U.B. omslaan Tweede oefening Vragen 17–22 In dit fragment hoor je een radio-interview met Annabel de Graaf. Zij heeft een rijdende winkel. Je hoort het interview twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen, voordat je het interview te horen krijgt. 17 Sinds wanneer heeft Annabel een rijdende winkel? …[1] 18 Hoe oud is Annabel? …[1] [pauze] 19 Hoe is Annabel in dit werk terecht gekomen? …[1] 20 Wat vindt Annabel leuk aan dit werk? (i) …[1] (ii) …[1] [pauze] 21 Wat heb je, behalve een winkelwagen, nodig voor dit werk? …[1] 22 Wat zijn, volgens Annabel, de nadelen van dit werk? (i) …[1] (ii) …[1] [Totaal: 8] For Examiner’s Use

Question paper, page 8

8 0515/01/M/J/03 Deel 3 Eerste oefening Vragen 23–29 In dit fragment krijg je een discussie op de radio te horen. Mark en Els worden geïnterviewd over het internet. Je hoort het gesprek twee keer. Kruis bij de vragen het hokje aan bij het juiste antwoord. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen, voordat je het gesprek te horen krijgt. 23 Waar maken veel mensen zich zorgen over volgens de interviewer? Jongeren zitten te lang op het internet. Jongeren doen te veel op het internet. Jongeren zitten te kort op het internet. Jongeren doen te weinig op het internet. [1] 24 Mark vindt e-mailen … … tijdrovend. … tijdbesparend. … tijdloos. … tijdverspilling. [1] [pauze] 25 Els vindt chatten … … gevaarlijk voor mensen die verlegen zijn. … een uitkomst voor mensen die verlegen zijn. … gevaarlijk omdat je niet weet met wie je praat. … een uitkomst omdat je niet weet met wie je praat. [1] [pauze] For Examiner’s Use A B C D A B C D A B C D

Question paper, page 9

9 0515/01/M/J/03 [A.U.B. omslaan 26 Voor Mark is het internet voornamelijk … … een plek om contacten te leggen. … een plek om contacten te onderhouden. … een bron van inspiratie. … een bron van informatie. [1] 27 Els vindt goede informatie op het net … … gemakkelijk te vinden. … moeilijk te vinden. … niet te vinden. … overal te vinden. [1] 28 Volgens Mark is winkelen op het internet wel handig, maar … … het is niet echt veilig. … je komt de deur niet meer uit. … je kunt geen producten vergelijken. … het spreekt niet iedereen aan. [1] 29 Els vindt het internet … … goed, maar we zijn er nog niet. … goed, maar je moet niet teveel surfen. … niet goed, want we zijn er nog lang niet. … niet goed, want er staat teveel onzin op. [1] [Totaal : 7] For Examiner’s Use A B C D A B C D A B C D A B C D

Question paper, page 10

10 0515/01/M/J/03 Tweede oefening Vragen 30–35 In dit fragment hoor je een interview met Job Driehoek. Hij geeft advies over wandelschoenen. Je hoort het fragment twee keer. Je hebt even de tijd om de vragen door te lezen, voordat je het fragment te horen krijgt. 30 Waarom gebeurt het interview volgens Job Driehoek op een goed moment? …[1] 31 Wanneer zijn goede wandelschoenen echt belangrijk? …[1] 32 Waarom heb je hoge wandelschoenen nodig, volgens Job? (i) …[1] (ii) …[1] 33 Waar moet je op letten als je wandelschoenen koopt, volgens Job? (i) …[1] (ii) …[1] 34 Wat zijn de nadelen van bergschoenen van hoge kwaliteit? (i) …[1] (ii) …[1] 35 Welke twee maatregelen kun je nemen tegen blaren, volgens Job? (i) …[1] (ii) …[1] [Totaal: 10] For Examiner’s Use