Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 — 2015 May/June Paper 1 · Variant 1

0503/11/M/J/15 · 50 marks · ≈56 min

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - First Language papersWhat was in this paper?

Question paper8 pages

Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2015 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 1 of 8
Page 1 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2015 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 2 of 8
Page 2 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2015 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 3 of 8
Page 3 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2015 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 4 of 8
Page 4 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2015 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 5 of 8
Page 5 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2015 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 6 of 8
Page 6 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2015 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 7 of 8
Page 7 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2015 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 8 of 8
Page 8 of 8

Mark scheme5 pages

Answers below. Sit the paper first if you are practising.

Mark scheme, page 1 of 5
Page 1 of 5
Mark scheme, page 2 of 5
Page 2 of 5
Mark scheme, page 3 of 5
Page 3 of 5
Mark scheme, page 4 of 5
Page 4 of 5
Mark scheme, page 5 of 5
Page 5 of 5

Paper as text

Question paper, page 1

This document consists of 5 printed pages, 3 blank pages and 1 insert. DC (LK) 105039/2 © UCLES 2015 [Turn over Cambridge International Examinations Cambridge International General Certificate of Secondary Education * 8 4 1 8 5 0 8 1 0 4 * FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 Reading May/June 2015 2 hours No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST An answer booklet is provided inside this question paper. You should follow the instructions on the front cover of the answer booklet. If you need additional answer paper ask the invigilator for a continuation booklet. Answer all questions. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. LEES EERST DE VOLGENDE INSTRUCTIES Dit examen bevat een antwoordboekje. Volg de instructies op de voorzijde van je antwoordboekje. Je surveillant heeft een extra antwoordboekje, als je meer ruimte nodig hebt voor je antwoorden. Geef antwoord op alle vragen. Het te behalen aantal punten staat tussen haakjes [ ] aan het einde van elke vraag of deelvraag. INSTRUCTIES VOOR HET ANTWOORDBOEKJE Vul de vakjes op de voorzijde van je antwoordboekje met hoofdletters in. Schrijf met donkerblauwe of zwarte pen. SCHRIJF NIET OVER DE BARCODES. Schrijf je antwoorden in het antwoordenboekje. Gebruik de voor- en achterzijde van elke bladzijde. Laat twee regels afstand vrij tussen je antwoorden op elke vraag of deelvraag. Schrijf het nummer van de vraag die je beantwoordt in de eerste linkerkantlijn. Question Part 1 1 ai aii Als de vraag is onderverdeeld, schrijf de letter van de deelvraag in de tweede linkerkantlijn. Als je een extra antwoordboekje gebruikt hebt, leg het binnen in je eerste antwoordboekje, als je klaar bent met het examen.

Question paper, page 2

2 0503/01/M/J/15 © UCLES 2015 Lees tekst 1 en beantwoord vervolgens vraag 1. Tekst 1 De Vlaming gaat met vakantie, de Nederlander viert het 1 Wij vertrekken op reis, of we gaan met vakantie. De Nederlander viert het. Op zich is dat al mooi, en geeft het aan hoe anders de beleving is. De Vlaming neemt zijn vakantie serieus. Hij smijt er geld tegenaan, en dan mag er niets verkeerd gaan. Ik generaliseer, uiteraard. De Nederlander, hij reist, en hij ontdekt. Ik generaliseer hier ook. Dat mag, dat is de essentie van dit soort stukjes, dat je herkenbaar schrijft. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. In België en Nederland zijn er die al jaren naar hetzelfde plekje trekken omdat het zo vertrouwd is. Omdat ze er alles kennen en omdat het eten zo heerlijk naar thuis smaakt. Waarschijnlijk trekken ze zelfs samen op, dat leuke stel uit Gelderland met die vriendelijke mensen uit Vlaanderen. 2 Ik herinner me, toen wij vroeger met de auto naar Spanje reden, dan voorzag mijn moeder proviand voor een heel leger tijdens de barre oversteek. Hardgekookte eieren, gehaktballen, kippenbouten, we hadden het allemaal mee. Twee volwassenen en drie kinderen, en eten voor een leger. Eenmaal voorbij Lyon wuifden we naar auto’s met Belgische nummerplaat, lotgenoten in de ruwe tocht naar Spanje, het avontuur waarvan we niet zeker waren hoe het zou aflopen. En we zouden met een gezonde kleur terugkomen. Om de buren te laten zien wat we wel niet konden. Volpension meneer. Voor dat geld kan je immers niet sukkelen. En cocktails met parapluutjes op de promenade. En souvenirs kopen voor het thuisfront. We wuifden niet naar Nederlanders, die vonden we om een of andere reden brutaal. We mopperden toen zelfs al op de Nederlander, die overal luid aanwezig was. De wereld was werkelijk hun huis en dat zou je weten ook. Lachen, gieren, brullen. Eerlijkheidshalve hebben we ook ontzettend veel gespeeld met Nederlandse kindjes die ons kwamen uitnodigen om samen te spelen. Dat durfden wij zelf niet te vragen, ook al hoorden we overduidelijk dat ze onze taal spraken. 3 Een paar generaties later is het weinig veranderd. Als je als Vlaming laat vallen dat je naar Venetië gaat, krijg je goede raad van al je vrienden. ‘Drink geen koffie op het San Marcoplein, want dat is peperduur, je kunt beter in een zijstraatje gaan!’ Wij gingen toch op dat San Marcoplein zitten. De prijs voor twee koffies viel immers erg mee … op de kaart. We zitten, genieten van de zon en de muziek van het stijlvol strijkkwartet. We zijn in onze nopjes. Het hotel is goed, we hebben geen ongelukken gehad, de vakantie kan nu echt beginnen. Met een koffietje. Daar komt de rekening. Peperduur. Er staat immers ook een bijdrage voor de muziek bij. Ik moet erom lachen. Vind het wel een geslaagde zet en begrijp nu het geheim van de exorbitante prijzen op San Marco. Ik betaal zonder morren en leg er nog een fooi bovenop. 4 Iets verder zitten Miep en Hans. Laten we ze zo maar noemen. Met een driftig aangestreept gidsje, te genieten van hun koffie. Ik vraag aan mijn gezelschap om nog even te wachten. Ik wil wel eens zien wat er gebeurt als zij hun rekening krijgen. Vijf minuten later is het zover. De ober zwiert het schoteltje elegant voor de neus van Hans en blijft breed glimlachend wachten. Hans krijgt alle kleuren. Hij is het Italiaans niet bijster machtig. Dan maar eerst tegen Miep. Dat het onfatsoenlijk is, dat ze dat toch niet kunnen maken. En dan komt het. In dat heerlijke onnavolgbare Engels dat Nederlanders overal ter wereld verbindt, ‘I want to speak to ze managers. I will not leave it here by. Zis is not honest!’ U kunt er zich iets bij voorstellen. Woest en niet van plan zich in te houden. Het wordt opgelost. Niemand heeft belang bij geruzie op San Marco. 5 Wat leer je er uit? Niets, het kan net zo goed toeval geweest zijn. Een driftkikker vind je in Vlaanderen ook. Maar toch. De dociele, gelaten Vlaming, die niet voor zichzelf opkomt tegenover de uitgesproken, assertieve Nederlander, die zich niet op zijn kop laat zitten. De 5 10 15 20 25 30 35 40 45

Question paper, page 3

3 0503/01/M/J/15 © UCLES 2015 [Turn over ene cultuur past zich aan, de andere gebruikt de regels die zij gewend is. Wij ondergaan andere volkeren en culturen, de Nederlander blijft altijd Nederlander. Ik trek door naar Umbrië, genietend van wijn, vriendschap en goede gesprekken. Beantwoord vraag 1 in je eigen woorden. 1 (a) Leg uit hoe de Vlamingen en de Nederlanders hun vakantie beleven. (alinea 1) [2] (b) Wat bedoelt de schrijver als hij zegt dat het niet erg is dat hij generaliseert? (alinea 1) [1] (c) Leg uit waarom de schrijver ook wel overeenkomsten ziet tussen hoe sommige Vlamingen en Nederlanders hun vakantie beleven. (alinea 1) [1] (d) Waarom spreekt de schrijver over de ‘barre oversteek’? (alinea 2) [2] (e) Waarom zorgde de moeder van de schrijver voor zoveel eten? (alinea 2) [1] (f) Wat moest de familie bij terugkomst aan de buren laten zien? (alinea 2) [2] (g) Wat bedoelt de schrijver met het feit dat ze Nederlanders brutaal vonden? (alinea 2) [2] (h) Wat blijkt uit het feit dat de schrijver vroeger met Nederlandse kinderen speelde? (alinea 2) [1] (i) Wat vond de schrijver grappig aan de rekening op het San Marcoplein? (alinea 3) [1] (j) Leg uit wat de schrijver van het Nederlandse stel vindt. Beargumenteer je antwoord met voorbeelden uit de tekst (alinea 4). [2] (k) Leg uit waarom de Nederlanders waarschijnlijk niet de hele rekening hebben betaald. [2] (l) Bespreek in het kort drie verschillen tussen Nederlanders en Vlamingen zoals die in de laatste alinea naar voren komen. [3] [Totaal = 20 punten voor inhoud + 5 punten voor taalgebruik = 25]

Question paper, page 4

4 0503/01/M/J/15 © UCLES 2015 Lees tekst 2 en beantwoord vervolgens vraag 2. Tekst 2 Liever geen Nederlanders tegenkomen op vakantie Ze zijn overal. Van Zuid-Frankrijk, waar ze pindakaas smeren op meegebrachte broodjes, tot aan Thailand, waar ze, met hun rugzak op, zwetend zoeken naar een vrije kamer. Je ziet ze al van mijlenver aankomen. Je ziet het aan de roodverbrande mannen die in bloemenzwembroek door de stad lopen. Of aan de vrouwen met het kort geknipte en rood geverfde haar, aan hun vrolijk gekleurde tuniek en de witte driekwart legging. Het laatste restje twijfel verdwijnt als je ze hoort praten in een taal die je maar al te bekend voorkomt. Ondanks de verschillen tussen al die bijna zeventien miljoen mensen, herken je ze meteen: Nederlanders. Beter moet je kijken om te weten wat voor soort vakantiegangers die Nederlanders zijn. Want aan de ene kant staan de types die vakantievlees uit Nederland meenemen in de caravan, en die het liefst ook op een Grieks eiland gewoon een Nederlandse menukaart willen hebben. De mensen die de onbedwingbare behoefte voelen om te toeteren als ze een Nederlands nummerbord zien op de Franse autoroute. Het zijn de Nederlanders die altijd een beetje heimwee hebben en zich ook op vakantie het liefst omringen met alles wat Nederlands is. De andere groep wil Nederland en alles wat daar op lijkt juist ontvluchten. Deze landgenoot kent geen heimwee, schaamt zich als hij andere Nederlanders op vakantie tegenkomt en ziet zichzelf meer als een avonturier. Hij – maar een zij kan het net zo goed zijn – heeft een vreselijke afkeer van ontmoetingen met zijn landgenoten in het buitenland. De ‘avonturier’ vertelt na zijn vakantie altijd over hoe klein dat restaurantje was waar ze geen woord Engels spraken. De domper op zijn vakantievreugde was het moment waarop hij toch op de bekende bloemenzwembroek stuitte terwijl hij genoot van een obscuur, regionaal drankje. Hij heeft een stille afspraak met zijn omgeving: wij horen niet van Nederlanders op vakantie te houden. De ‘avonturier’ probeert zich steeds weer af zetten tegen andere Nederlanders, zelfs als die precies zo zijn als hij. Dat lijkt op het eerste gezicht erg overdreven. Maar is het wel zo? Een Nederlander tegenkomen op vakantie is voor de ‘avonturier’ als naar een schoolfeest gaan waar ouders bij zijn. Het schoolfeest dat – voordat je echt uit kunt gaan – magische proporties kan aannemen. Een avond waarop de aula niet meer de plek is waar je meegebrachte boterhammen opeet, waarop je in de gymzaal eens niet in de touwen hangt en school voor een moment geen school meer is. Die avond dans je, drink je glaasjes fris terwijl je nonchalant op het gymrek leunt en speel je even dat je iemand anders bent. Terwijl je net doet alsof je luistert naar de muziek, zie je in je ooghoek het klasgenootje waar je het hele schooljaar lang al naar hebt gekeken, en die je nu eindelijk een keer zal vragen om te schuifelen. De Nederlander die onze ‘avonturier’ tegenkomt op vakantie is voor hem als de vader die op dat moment op de achtergrond met zijn handen over elkaar een oogje in het zeil houdt. Het zijn zijn ogen die de betovering verbreken. Weg is de spanning, want als je hem ziet staan, zie je jezelf door zijn ogen. Opeens ben je iemand die te veel cola staat te drinken in een halflege gymzaal, luisterend naar muziek die gedraaid wordt door de neef van de geschiedenisleraar. Het zijn de ogen waarmee we onszelf zien in het neonlicht. Daarom is het begrijpelijk dat de ‘avonturier’ zo’n hekel aan de ander heeft. Hij mag de pindakaas smerende mensen aan de Spaanse kust haten en doen alsof hij Spanjaard is als er Nederlanders naast hem komen zitten. Wij, de mensen die onszelf tevreden moeten stellen met een jaarlijks avontuur van een paar weken, hebben het nodig te blijven tonen dat wij wel weten hoe het moet, dat wij anders zijn. Ook al eten wij eenmaal thuis net zo goed een broodje pindakaas. 5 10 15 20 25 30 35 40

Question paper, page 5

5 0503/01/M/J/15 © UCLES 2015 2 In beide teksten worden twee soorten vakantiegangers beschreven. Schrijf een opstel waarin je bespreekt hoe beide schrijvers vakantiegangers zien. Betrek daarbij ook de meningen van de schrijvers en hoe ze die meningen naar voren brengen. Gebruik 200–250 woorden.

Question paper, page 6

6 0503/01/M/J/15 © UCLES 2015 BLANK PAGE

Question paper, page 7

7 0503/01/M/J/15 © UCLES 2015 BLANK PAGE

Question paper, page 8

8 0503/01/M/J/15 © UCLES 2015 BLANK PAGE Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. To avoid the issue of disclosure of answer-related information to candidates, all copyright acknowledgements are reproduced online in the Cambridge International Examinations Copyright Acknowledgements Booklet. This is produced for each series of examinations and is freely available to download at www.cie.org.uk after the live examination series. Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge.

Mark scheme, page 1

® IGCSE is the registered trademark of Cambridge International Examinations. CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS Cambridge International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2015 series 0503 FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 (Reading), maximum raw mark 50 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes should be read in conjunction with the question paper and the Principal Examiner Report for Teachers. Cambridge will not enter into discussions about these mark schemes. Cambridge is publishing the mark schemes for the May/June 2015 series for most Cambridge IGCSE®, Cambridge International A and AS Level components and some Cambridge O Level components.

Mark scheme, page 2

Page 2 Mark Scheme Syllabus Paper Cambridge IGCSE – May/June 2015 0503 01 © Cambridge International Examinations 2015 1 (a) De Nederlander ervaart de vakantie als iets leuks, [1] de Vlaming meer als iets wat [2] moet/iets wat je goed hoort te doen [1]. (b) Voor dit soort stukjes is het belangrijk dat de lezer de situatie herkent. [1] (c) In beide landen vind je mensen die elk jaar graag naar dezelfde plek gaan. [1] (d) Het beschrijft de reis op een humoristische/ironische manier [1] als een enorm [2] avontuur/een ruwe tocht voor de familie [1] (e) Dit is een impliciete vraag, dus zijn er een aantal antwoorden mogelijk, waaronder [1] bijvoorbeeld: Omdat ze bang was dat er geen eten was waar de familie aan gewend was/dat er anders niet genoeg eten zou zijn voor de lange reis/er genoeg eten moest zijn voor vijf personen/ze geen avontuurlijk gezin waren, als het op eten aankwam. (f) Dat ze genoeg geld hadden voor een dergelijke reis [1] en hoeveel ze daarvoor [2] wel niet hadden gekregen. [1] (g) De Nederlanders namen meer vrijheid dan beleefd is. [1] Ze maakten veel [2] lawaai/ze waren overal duidelijk aanwezig. [1] (h) Hieruit blijkt dat hij Nederlanders toch niet zo erg vond. Allow: Hieruit blijkt dat [1] Nederlandse kinderen meer durfden. (i) Dat de Venetianen op zo’n handige manier geld uit toeristen trekken. [1] (j) Two from three possible answers: [2] – Ze zijn erg goed voorbereid (het gidsje staat vol met aantekeningen). [1] – ‘Hans’ maakt zichzelf belachelijk door zo’n drama te maken. (Hans krijgt alle kleuren/in dat heerlijke onnavolgbare Engels.) [1] – Hij gaat rustig zijn gang en trekt zich nergens iets van aan (niet van plan zich in te houden.) [1] (k) Ze sluiten een compromis [1], omdat niemand ruzieënde mensen wil op het terras. [1] [2] (l) Vlamingen laten alles over zich heen komen/verdedigen zich niet/respecteren de [3] regels in een ander land. [1] Nederlanders vechten voor hun rechten, die volgens hun overal moeten gelden. [1] Nederlanders gaan uit van ‘goede afspraken’. [1] [Total: 20 + 5] [Total = 20 for Content + 5 for Language = 25]

Mark scheme, page 3

Page 3 Mark Scheme Syllabus Paper Cambridge IGCSE – May/June 2015 0503 01 © Cambridge International Examinations 2015 Writing: Accuracy of Language 5 (Excellent) Clear, carefully chosen language with complex syntax where appropriate. Varied, precise vocabulary. Hardly any or no technical errors. 4 (Good) Clear, appropriate language. Appropriate vocabulary. Few technical errors. 3 (Adequate) Language generally appropriate, but unsophisticated and generally simple syntax. Adequate vocabulary. Some technical errors. 2 (Weak) Unsophisticated language, not always appropriate. Very simple syntax some clumsiness. Thin vocabulary. A number of technical errors. 1 (Poor) Thin, inappropriate use of language. Confused and obscure. Many errors.

Mark scheme, page 4

Page 4 Mark Scheme Syllabus Paper Cambridge IGCSE – May/June 2015 0503 01 © Cambridge International Examinations 2015 2 • 15 marks are available for Reading: each relevant point extracted by the candidate from the text is ticked. A mark is awarded for each tick up to a maximum of 15 marks. (see possible answers below). • 10 marks are available for Writing (see tables below). Writing: Style and Organisation 5 (Excellent) Excellent expression and focus with assured use of own words. Good summary style with orderly grouping of ideas; excellent linkage. Answer has sense of purpose. 4 (Good) Good expression in recognizable summary style. Attempts to focus and to group ideas; good linkage. 3 (Adequate) Satisfactory expression in own words. Reasonably concise with some sense of order. Occasional lapses of focus. 2 (Weak) Limited expression but mostly in own words. Some sense of order but little sense of summary. Tendency to lose focus (e.g. by including some anecdote): thread not always easy to follow. 1 (Poor) Expression just adequate; maybe list-like. Considerable lifting; repetitive. Much irrelevance. Writing: Accuracy of Language 5 (Excellent) Clear, carefully chosen language with complex syntax where appropriate. Varied, precise vocabulary. Hardly any or no technical errors. 4 (Good) Clear, appropriate language. Appropriate vocabulary. Few technical errors. 3 (Adequate) Language generally appropriate, but unsophisticated and generally simple syntax. Adequate vocabulary. Some technical errors. 2 (Weak) Unsophisticated language, not always appropriate. Very simple syntax with clumsiness. Thin vocabulary. A number of technical errors. 1 (Poor) Thin, inappropriate use of language. Confused and obscure. Many errors.

Mark scheme, page 5

Page 5 Mark Scheme Syllabus Paper Cambridge IGCSE – May/June 2015 0503 01 © Cambridge International Examinations 2015 The following is a list of comparisons which candidates may draw between the two texts. The list is not exhaustive. 1 Tekst 1 vergelijkt Vlaamse en Nederlandse vakantiegangers. 2 Tekst 2 vergelijkt verschillende groepen Nederlandse vakantiegangers. 3 Beide schrijvers vertellen over hun eigen ‘groep’ en waarom ze daar in thuishoren. 4 De schrijver van tekst 2 gaat gedetailleerder in op de groep Nederlanders. 5 De schrijver van tekst 2 legt uit waarom hij een hekel heeft aan de andere groep vakantiegangers. 6 De schrijver van tekst 1 beschrijft zonder een hard oordeel over de andere groep. 7 Beide schrijvers drijven de spot met vakantiegangers die hun eigen eten van huis meenemen. 8 Beide schrijvers zeggen dat je Nederlanders makkelijk herkent. 9 De schrijver van de eerste tekst is meegaand, 10 De schrijver van de tweede tekst zet zich af. 11 Beide schrijvers gebruiken een situatie uit het verleden om het heden uit te leggen. 12 De schrijver van de eerste tekst beschrijft, de schrijver van de tweede tekst verklaart. 13 In tekst 1 verzacht de schrijver zijn standpunt (ik generaliseer, maar dat mag hier, voor dit doel), de schrijver in tekst twee spreekt in twee stereotypen. 14 Beide schrijvers zijn gelukkig met hun eigen groep. 15 De schrijver van tekst 1 voelt zich anders dan de Nederlanders, de schrijver van tekst 2 zegt dat hij thuis weer net als die andere groep is. 16 De schrijver van tekst 1 drijft de spot met zichzelf. 17 Beide teksten zijn in de stijl van een column of een blog. 18 Het doel van tekst 1 is amuseren, het doel van tekst 2 is uitleggen. 19 Beide teksten hebben een duidelijke conclusie. [Total = 15 for Content + 10 for Language = 25]

What you needed in this session

Cambridge’s own grade thresholds for 2015 May/June, Paper 1 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.

A41/50
B35/50
C29/50
D25/50
E21/50
F14/50
G7/50