Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 — 2012 May/June Paper 1 · Variant 1
0503/11/M/J/12 · 50 marks · ≈56 min
The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.
Question paper8 pages








Mark scheme5 pages
Answers below. Sit the paper first if you are practising.





Paper as text
Question paper, page 1
This document consists of 4 printed pages and 4 blank pages. DC (RCL (JDA)) 49989/4 © UCLES 2012 [Turn over UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education * 0 7 1 9 8 8 2 5 3 6 * FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 Reading May/June 2012 2 hours Additional Materials: Answer Booklet/Paper READ THESE INSTRUCTIONS FIRST If you have been given an Answer Booklet, follow the instructions on the front cover of the Booklet. Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions. You should pay attention to punctuation, spelling and handwriting. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. LEES EERST DE VOLGENDE INSTRUCTIES Als je een antwoordboekje/antwoordvel hebt gekregen, volg dan de instructies op de voorzijde. Schrijf je schoolnummer, je kandidaatnummer en je naam op al het werk dat je inlevert. Schrijf met een blauwe of zwarte pen. Gebruik geen nietjes, paperclips, markeerstiften, lijm of correctievloeistof. Geef antwoord op alle vragen. Let op spelling, leestekens en handschrift. Maak al je werk aan elkaar vast, als je klaar bent met het examen. Het te behalen aantal punten staat tussen haakjes [ ] aan het einde van elke vraag of deelvraag. www.XtremePapers.com
Question paper, page 2
2 0503/01/M/J/12 © UCLES 2012 Lees de volgende tekst en beantwoord vervolgens vraag 1. Tekst 1 Eenzaam en alleen Een week zonder internet. Geen Facebook, geen digitale warmte van alle lieve vrienden en vriendinnen. Kan de mens nog zonder? Ik was ingegaan op de uitnodiging van een radioprogramma om een antwoord op die vraag te vinden. Bedoeling was verstoken van alle moderne, sociale communicatiemiddelen een week lang op een drijvende bungalow te verblijven, die was aangemeerd in het afgelegen Friese Lauwersmeer. Terug naar de tijd waarin we langzamer leefden. Ik had er tegenop gezien. Bij koffercontrole werd door een douaneman van de radio al meteen een mobiele telefoon uit mijn bagage gehaald. Ik ging voor de leeuwen. Sociaal gesproken had ik me grondig op mijn ballingschap voorbereid. Op Facebook had ik van te voren gemeld wat ik zou gaan doen, met verwijzing naar de website waar men mijn belevenissen op het Lauwersmeer kon volgen. Een aantal van mijn ruim 3000 vrienden had me sterkte gewenst; dat gaf moed. Met mijn vrouw had ik de avond voor vertrek breeduit op een caféterras gezeten en daar met zoveel mogelijk mensen gesproken. Getwitterd had ik niet. Ik heb een account, maar doe er nooit wat mee. Ik ben van nature lang van stof. Wat ik dagelijks meemaak is niet in een nieuwsflits uit te drukken. Twitteren moet kort en je kunt geen plaatjes meesturen. Twitter en ik: dat wordt waarschijnlijk nooit wat. Facebook is een ander verhaal. Het mooie van Facebook is dat je de deur niet uit hoeft voor contact. Constant in contact met vrienden en collega’s, je netwerk, met zijn allen bij elkaar. Altijd middenin je sociale cirkel, van alles op de hoogte, en direct! Ik heb me er twee jaar geleden waarlijk op gestort. Dat leverde vragen op. Deed ik nog wel iets anders? ‘Het lijkt wel een verslaving.’ Het verzamelen van vrienden op Facebook sluit aan op een behoefte gehoord en gezien te worden. Helaas maakt gezelschap mij ook altijd moe, en na een periode van intensieve Faceboekerij had ik een tijdje geen bericht gepost. Ik liet de waar-ben-je-nu-ineens-vragen waaien. Netwerkvakantie, ik gaf niet thuis. Maar ik was weer begonnen, zij het ietsje minder druk dan eerder. Mijn laatste berichtje was over mijn vertrek naar het Lauwersmeer. Het uitzwaaicomité vertrok. Een eerste vlaag paniek heb ik met bier bedwongen en daarna de apparatuur aan boord uitgeprobeerd. Zouden ze niet toevallig toch . . . ? Met de mobiele telefoon kon je inderdaad twee nummers bellen: de radio-omroep, om de dagelijkse bijdrage in te spreken voor het radioprogramma en de boswachter, voor noodgevallen. Op de computer kon ik slechts mijn dagboek bijhouden. Alle sociale lijnen met de bewoonde wereld waren dood. Daar moest meteen een tweede paniekbiertje voor open. Op dat moment dringt het tot je door dat je er een week lang buiten staat. Geen reactie van de buitenwereld. En daar draait het om: antwoord op je berichten. Bewijs van je bestaan. Sinds er Facebook is, hoef je er niet meer op te wachten. Meestal direct reactie. Wat een groot genot! Terwijl ik mijn laatste bijdrage voor het radioprogramma maakte, dacht ik: ik bedien de wereld eigenlijk als gewoonlijk. Elke dag een bericht, niet op Facebook, maar op de radio en de website van de omroep. Men hoort en ziet mij, heel mooi. Maar ik dan, mag ik ook iets terug? 5 10 15 20 25 30 35
Question paper, page 3
3 0503/01/M/J/12 © UCLES 2012 [Turn over Dan breekt de gezegende dag van je bevrijding aan. Ik hoorde een speedboot naderen. Hoera! Daarna leek de tijd veel sneller te gaan. Per taxi naar de radio-omroep voor het slotgesprek, en toen naar huis. Ik viel mijn vrouw in de armen, ze voelde weer als nieuw. Hoe ik het had gehad? Heftig eenzaam en alleen. Terwijl zij iets te eten maakte, zette ik mijn computer aan. Facebook aangeklikt. Meteen mijn vrienden ingelicht: ik zat weer voor ze klaar! Beantwoord vraag 1 in je eigen woorden. 1 (a) Leg uit wat de schrijver zich afvraagt in de eerste alinea. [1] (b) Waarom is het Lauwersmeer een geschikte plek om zijn onderzoek te doen? [1] (c) Uit welke twee dingen blijkt dat de schrijver het experiment een hele opgave vindt? [2] (d) Hoe had de schrijver zich voorbereid op het verblijf in het Lauwersmeer? [2] (e) Waarom doet de schrijver niet aan ‘twitter’? [2] (f) Hoe denkt de schrijver over Facebook? (alinea 5) [3] (g) Waarom dachten de vrienden van de schrijver dat hij verslaafd was? [1] (h) Wat is de aantrekkingskracht van Facebook, volgens de schrijver? (alinea 6) [1] (i) Wat bedoelt de schrijver met een ‘netwerkvakantie’? (regel 25) [1] (j) Waarom raakte de schrijver in paniek nadat hij was uitgezwaaid? [2] (k) Wat vond de schrijver moeilijk aan zijn week? [2] (l) Wie of wat had de schrijver meer gemist: zijn vrouw of zijn computer? Leg uit waarom je dat denkt. [2] [Totaal = 20 punten voor inhoud + 5 punten voor taalgebruik = 25] 40 45
Question paper, page 4
4 0503/01/M/J/12 © UCLES 2012 Lees nu tekst 2 en beantwoord vervolgens vraag 2. Tekst 2 Ben ik een barbaar? Op een eiland, niet ver hier vandaan, speelt een reality-show die u niet volgt. De show speelt zich af op een dobberende woonboot in het Lauwersmeer, gemeerd aan een drassig eilandje van 460 bij 140 meter, overwoekerd door wilgen, riet en stilte. Senneroog heet het. Hier houdt de culturele elite de komende maanden de wacht. In dit radioprogramma gaat een dichter of acteur een week lang in z’n eentje naar een boot. Een opnameapparaatje is het enige contact met de mensheid. Spannend: zal de schrijver schrikken van de stilte? En zal de filosoof diepe gedachten hebben bij het spotten van een hem onbekende watervogel? U volgt de show niet, want die wordt uitgezonden op Radio 6, een goed verstopte verzetszender van de beschaving. Daarom hier even een samenvatting van wat voorafging. Er gebeurt niet veel vulgairs in dit reality-hoorspel. Nou ja, een van de schrijvers dronk misschien wat glaasjes te veel. Een ander fluisterde leugenverhalen door de radio of zong keihard mee met een opera, ‘uit pure balorigheid’. Kortom, niets schokkends. Hoe anders gaat het er aan toe op dat andere eiland, waar die andere reality-show speelt: op Kreta, in het stadje Chersonnissos. Daar huizen de barbaren van Oh oh Cherso, het populaire programma van de commerciële televiesiezender RTL5. Acht Hagenezen op vakantie in een partystadje. Deelnemers dragen namen als Jokertje, Barbie en Matsoe Matsoe. Een samenvatting is simpel: veel zuipen en feesten. Een deelnemer vertelde trots: ‘Mijn beste vak op school, dat was de pauze.’ Twee eilanden, twee reality-shows: Oh oh Cherso en Oh oh Senneroog. Op het ene eilandje rilt en bibbert de culturele elite, terwijl op het andere eilandje – het zonovergoten Kreta – de barbaren feestvieren. Kreta, nota bene, dat prachtige, mythische land waar Theseus ooit de stiermens Minotaurus heeft gedood. Is er een duidelijker symboliek voor de cultuurstrijd? Ik geloof niet in de cultuurstrijd. Ik ben brildrager, ik heb Latijn en Grieks gestudeerd, wil graag lid worden van de culturele elite, ben iemand die heeft gehuild bij dansvoorstellingen in Amsterdam, Den Haag en Leiden; die alle filosofen uitvoerig bestudeerd heeft op Wikipedia, maar ik geloof niet in de cultuurstrijd en ik volg met veel genoegen zowel Oh oh Cherso als Oh oh Senneroog. Cherso vind ik zelfs iets leuker. Maakt mij dat barbaar? Ben ik wel beschaafd? Of ben ik misschien net als de Minotaurus, half stier half mens? Fifty-fifty barbaar en elite? Als iemand mij dwingt te kiezen tussen Cherso en Senneroog, kies ik voor Cherso. Al was het maar omdat dat programma een onthullend, documentair karakter heeft. Een journalist vergeleek de serie met een natuurfilm: je ziet eens een milieu waar je zelf niet toe behoort. 2 Schrijf een samenvatting waarin je tekst 1 en 2 vergelijkt. Let daarbij vooral op hoe de beide schrijvers het thema ‘reality-tv’ benaderen en de stijl waarin ze dat doen. Gebruik 200–250 woorden. [Totaal = 15 punten voor inhoud + 10 punten voor taalgebruik = 25] 5 10 15 20 25 30
Question paper, page 5
5 0503/01/M/J/12 © UCLES 2012 BLANK PAGE
Question paper, page 6
6 0503/01/M/J/12 © UCLES 2012 BLANK PAGE
Question paper, page 7
7 0503/01/M/J/12 © UCLES 2012 BLANK PAGE
Question paper, page 8
8 0503/01/M/J/12 © UCLES 2012 BLANK PAGE Copyright Acknowledgements: Question 1 © Atte Jongstra; Heftig eenzaam en alleen ; NRC Handelsblad bv; 16 October 2010. Question 2 © Arjen van Veelen; Dit pulpprogramma vind ik leuker ; NRC Handelsblad bv; 26 October 2010. Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge.
Mark scheme, page 1
UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2012 question paper for the guidance of teachers 0503 FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 (Reading), maximum raw mark 50 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes must be read in conjunction with the question papers and the report on the examination. • Cambridge will not enter into discussions or correspondence in connection with these mark schemes. Cambridge is publishing the mark schemes for the May/June 2012 question papers for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level syllabuses and some Ordinary Level syllabuses. www.XtremePapers.com
Mark scheme, page 2
Page 2 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2012 0503 01 © University of Cambridge International Examinations 2012 1 (a) Kunnen mensen tegenwoordig nog wel zonder het sociale aspect van het internet leven? [1] (b) omdat het er stil is/ omdat het leven er langzamer gaat/ omdat er geen internet is [1] (c) (i) Hij probeert een telefoon mee te smokkelen. [1] (ii) Hij zegt dat hij er tegenop ziet/hij zegt dat hij voor de leeuwen gaat. [1] Keur ook ‘Hij ziet het als ballingschap’ goed als alternatief voor (i) of (ii). (d) (i) Hij had het op Facebook verteld aan zijn digitale vrienden. [1] (ii) Hij had met zijn vrouw en ‘echte’ vrienden gesproken en iets gedronken. [1] (e) (i) Hij kan iets niet kort zeggen. [1] (ii) Je kan geen foto’s laten zien. [1] (f) (i) Het is een makkelijke manier om met iedereen in contact te staan. [1] (ii) Je staat altijd midden in het sociale leven/je weet altijd alles. [1] (iii) Je krijgt meteen te horen hoe het gaat/je hoeft nooit te wachten. [1] Alternative answer for [1] mark: Je hoeft er de deur niet voor uit. (g) Hij was alleen nog maar bezig met Facebook. [1] (h) Iedereen wil graag gezien en gehoord worden en op Facebook kan dat heel eenvoudig. [1] (i) Een periode waarin je niet meer ‘netwerkt’, waarin je dus geen contact meer hebt via het internet met alle mensen die je kent. [1] (j) Hij moest nu echt zonder mobiele telefoon en internet [1] en kon daarom geen normaal sociaal contact met de andere mensen onderhouden. [1] (k) Het feit dat hij geen bericht terugkreeg (hij stuurt wel bericht en hij weet dat mensen hem wel horen) [1] en dat hij daardoor geen bewijs kreeg dat hij bestond/voelde alsof hij niet bestond. [1]
Mark scheme, page 3
Page 3 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2012 0503 01 © University of Cambridge International Examinations 2012 (l) Dit is een open vraag: ken 2 punten toe aan een antwoord dat goed gemotiveerd is op basis van de tekst en één punt toe aan een antwoord dat onvoldoende gemotiveerd is. Ongemotiveerde antwoorden die slechts uit ‘zijn computer’ of ‘zijn vrouw’ bestaan krijgen geen punten. [max. 2] Writing: Accuracy of Language 5 (Excellent) Clear, carefully chosen language with complex syntax where appropriate. Varied, precise vocabulary. Hardly any or no technical errors. 4 (Good) Clear, appropriate language. Appropriate vocabulary. Few technical errors. 3 (Adequate) Language generally appropriate, but unsophisticated and generally simple syntax. Adequate vocabulary. Some technical errors. 2 (Weak) Unsophisticated language, not always appropriate. Very simple syntax with some clumsiness. Thin vocabulary. A number of technical errors. 1 (Poor) Thin, inappropriate use of language. Confused and obscure. Many errors. [Totaal = 20 punten voor inhoud + 5 punten voor taalgebruik = 25]
Mark scheme, page 4
Page 4 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2012 0503 01 © University of Cambridge International Examinations 2012 2 • 15 marks are available for Reading: each relevant point extracted by the candidate from the text is ticked. A mark is awarded for each tick up to a maximum of 15 marks. (see possible answers below). • 10 marks are available for Writing (see tables below). Possible answers: tekst 1 tekst 2 onderwerp: reality-radioprogramma onderwerp: reality-shows geschreven door iemand die mee heeft gedaan (vanuit de ik) geschreven door een kijker (hij) hoofdvraag: kun je leven zonder internet? hoofdvraag: is deze ‘cultuur reality show’ beter dan een reality-show waar alleen maar gefeest wordt tekst concentreert op het effect van het niet hebben van contact met de buitenwereld bredere benadering van het onderwerp reality radio en televisie gaat over banale, alledaagse zaken gaat over mythologie en cultuur schrijver vindt zichzelf deel uitmaken van normale mensen schrijver vraagt zich af tot welke groep mensen hij behoort taalgebruik is eenvoudiger taalgebruik is moeilijker taalgebruik is dramatischer taalgebruik is milder/minder dramatisch schrijver herhaalt veel schrijver valt minder vaak in herhaling deelnemers zijn alleen deelnemers als groep en alleen ‘dagboek’ of ‘blog’ stijl stijl van een betoog schrijver beschrijft schrijver vergelijkt
Mark scheme, page 5
Page 5 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2012 0503 01 © University of Cambridge International Examinations 2012 Writing: Style and Organisation 5 (Excellent) Excellent expression and focus with assured use of own words. Good summary style with orderly grouping of ideas; excellent linkage. Answer has sense of purpose. 4 (Good) Good expression in recognisable summary style. Attempts to focus and to group ideas; good linkage. 3 (Adequate) Satisfactory expression in own words. Reasonably concise with some sense of order. Occasional lapses of focus. 2 (Weak) Limited expression but mostly in own words. Some sense of order but little sense of summary. Tendency to lose focus (e.g. by including some anecdote): thread not always easy to follow. 1 (Poor) Expression just adequate; maybe list-like. Considerable lifting; repetitive. Much irrelevance. Writing: Accuracy of Language 5 (Excellent) Clear, carefully chosen language with complex syntax where appropriate. Varied, precise vocabulary. Hardly any or no technical errors. 4 (Good) Clear, appropriate language. Appropriate vocabulary. Few technical errors. 3 (Adequate) Language generally appropriate, but unsophisticated and generally simple syntax. Adequate vocabulary. Some technical errors. 2 (Weak) Unsophisticated language, not always appropriate. Very simple syntax with some clumsiness. Thin vocabulary. A number of technical errors. 1 (Poor) Thin, inappropriate use of language. Confused and obscure. Many errors. [Totaal = 15 punten voor inhoud + 10 punten voor taalgebruik = 25]
What you needed in this session
Cambridge’s own grade thresholds for 2012 May/June, Paper 1 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.