Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 — 2013 May/June Paper 1 · Variant 1

0503/11/M/J/13 · 50 marks · ≈56 min

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - First Language papersWhat was in this paper?

Question paper8 pages

Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2013 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 1 of 8
Page 1 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2013 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 2 of 8
Page 2 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2013 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 3 of 8
Page 3 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2013 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 4 of 8
Page 4 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2013 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 5 of 8
Page 5 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2013 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 6 of 8
Page 6 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2013 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 7 of 8
Page 7 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2013 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 8 of 8
Page 8 of 8

Mark scheme5 pages

Answers below. Sit the paper first if you are practising.

Mark scheme, page 1 of 5
Page 1 of 5
Mark scheme, page 2 of 5
Page 2 of 5
Mark scheme, page 3 of 5
Page 3 of 5
Mark scheme, page 4 of 5
Page 4 of 5
Mark scheme, page 5 of 5
Page 5 of 5

Paper as text

Question paper, page 1

This document consists of 4 printed pages and 4 blank pages. DC (SJF) 67173/3 © UCLES 2013 [Turn over UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education * 8 1 1 0 2 9 0 3 7 5 * FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 Reading May/June 2013 2 hours Additional Materials: Answer Booklet/Paper READ THESE INSTRUCTIONS FIRST If you have been given an Answer Booklet, follow the instructions on the front cover of the Booklet. Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions. You should pay attention to punctuation, spelling and handwriting. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. LEES EERST DE VOLGENDE INSTRUCTIES Als je een antwoordboekje/antwoordvel hebt gekregen, volg dan de instructies op de voorzijde. Schrijf je schoolnummer, je kandidaatnummer en je naam op al het werk dat je inlevert. Schrijf met een blauwe of zwarte pen. Gebruik geen nietjes, paperclips, markeerstiften, lijm of correctievloeistof. Geef antwoord op alle vragen. Let op spelling, leestekens en handschrift. Maak al je werk aan elkaar vast, als je klaar bent met het examen. Het te behalen aantal punten staat tussen haakjes [ ] aan het einde van elke vraag of deelvraag. www.XtremePapers.com

Question paper, page 2

2 0503/01/M/J/13 © UCLES 2013 Lees de volgende tekst aandachtig door en beantwoord vervolgens vraag 1. Tekst 1 60 jaar televisie Omdat mijn moeder in 1960 graag de reportage van het huwelijk tussen de Belgische koning Boudewijn en de Spaanse gravin Fabiola wilde zien, regelde mijn vader een tweedehands televisietoestel. Sindsdien stond er bij ons zo’n ding in de hoek van de kamer. Al vlug bleek het apparaat een dwingeland. Avond aan avond namen mijn ouders plaats ‘voor de buis’ om naar het enige televisiekanaal te kijken. Televisiekijken werd hun voornaamste vrijetijdsbesteding. Maar echt enthousiast waren ze niet over wat ze te zien kregen. Mijn ouders waren eigenlijk altijd kritisch over wat de televisie bracht, teleurgesteld bijna. In een van zijn legendarische oudejaarsconferences op de radio in die tijd omschreef de komiek Wim Kan televisiekijken heel treffend als: “wachten tot het leuker wordt”. Zoals het een opstandige puber betaamt, stond dit gedrag van mijn ouders me tegen. Ik haatte het gezamenlijk passief naar het televisiescherm staren. Maar als ik ’s avonds op mijn fiets op pad was, kon ik zien dat zij niet de enigen waren die altijd voor de buis hingen: huis na huis (met de gordijnen open, zoals dat hoorde) en straat na straat, overal hetzelfde beeld. Ik kan me nog de sceptische reacties herinneren bij de invoering van het zogeheten ‘tweede net’ in 1964. “Onzinnig”, meende mijn grootvader: “Je kunt toch zeker maar naar één tegelijk kijken?” Tot diep in de jaren vijftig leefden bevolkingsgroepen in Nederland min of meer naast elkaar: trouw aan eigen politieke partij, krant, school, sportclub of omroep van de eigen ideologische of religieuze overtuiging. Ook op de televisie was het de bedoeling dat elke bevolkingsgroep zijn eigen omroep had, maar dat liep anders. Televisie fungeerde juist als de grote gelijkmaker. Iedereen keek naar alle omroepen en zag wat er in de maatschappij leefde, ook bij de andere bevolkingsgroepen. En er gebeurde heel veel in ons land in de jaren zestig en zeventig. Het was een tijd van grote veranderingen. Door de komst van de televisie kon iedereen zich plotseling druk maken over dezelfde dingen. Achteraf bezien is de televisie het laatste nieuwe medium geweest waarvan de overheid nog het idee had dat ze er controle over kon houden. Op het internet, waar iedereen de producent kan zijn en waar de meest uiteenlopende dingen te zien of te lezen zijn, is dat volstrekt onmogelijk. Er is nog een belangrijk verschil tussen internet en televisie. Televisie is een medium dat naast zijn voorgangers (radio, kranten) kon bestaan, terwijl het internet een soort stijlloze slokop is, die alle concurrentie verslindt. Het grote verschil tussen de televisie in 1960 en nu is, dat er nu zoveel aanbod is. Met een kabelabonnement, kun je kiezen tussen honderden zenders. In de jaren negentig had je nog wel eens dat iedereen in je omgeving de vorige avond hetzelfde programma had gezien. Dat is nu heel zeldzaam: de kijktijd per hoofd van de bevolking is niet gedaald, maar iedereen kijkt kennelijk naar iets anders. Je hoort ook zelden meer iemand mopperen over ‘de tv’. De televisie is geen instrument van maatschappelijke integratie meer, maar gewoon iets wat je kunt aanzetten als je er zin in hebt en wat je ook gerust uit kunt laten. De puber in mij vindt dit een uitstekende ontwikkeling. 5 10 15 20 25 30 35

Question paper, page 3

3 0503/01/M/J/13 © UCLES 2013 [Turn over Beantwoord vraag 1 in je eigen woorden. 1 (a) Waarom besloot de vader van de schrijver een televisie te kopen? [1] (b) Leg uit wat de schrijver van televisie vond. (alinea 2) [2] (c) Wat vonden de ouders van de programma’s? Leg je antwoord uit. [2] (d) Hoe dacht Wim Kan over televisiekijken? Leg je antwoord uit. [2] (e) Waarom ergerde de schrijver zich aan het gedrag van zijn ouders? [1] (f) Maak duidelijk wat de grootvader van het tweede net vond. [1] (g) Waarom waren er verschillende omroepen op de televisie? [1] (h) Waardoor werd de televisie juist een ‘gelijkmaker’? (regel 19) [2] (i) Welke twee verschillen noemt de schrijver tussen de televisie en het internet? [2] (j) Wat is er veranderd in zestig jaar televisie en wat is hetzelfde gebleven? (alinea 7) [3] (k) Wat vindt de ‘puber’ in de schrijver (regel 36) een goede ontwikkeling? [1] (l) Is die beschrijving van televisiekijken die Wim Kan gaf (alinea 2) nog steeds van toepassing? Leg uit waarom je dat wel of niet denkt. [2] [Totaal = 20 voor inhoud + 5 voor taalgebruik]

Question paper, page 4

4 0503/01/M/J/13 © UCLES 2013 Lees nu tekst 2 aandachtig door en beantwoord vervolgens vraag 2. Tekst 2 De mooiste tv Mijn eerste tv-liefde was Catweazle, de serie over de middeleeuwse tovenaar die per ongeluk in onze tijd terecht was gekomen. Het was liefde voor geschiedenis, voor andere tijden. En voor absurde grapjes, want de excentrieke Catweazle gedroeg zich als een clown – voortdurend in gevecht met objecten die hij niet begreep. De vraag hoe het met Catweazle is afgelopen, heeft me mijn hele jeugd beziggehouden. Waar was hij gebleven? Ik wist het niet. Plotseling was de serie afgelopen en niemand die me kon vertellen wat er gebeurd was. De tovenaar wandelde bedroefd en verloren rond in het Engeland van eind jaren zestig, ondanks de hulp die hij kreeg van een jongetje dat hem verborg voor andere volwassenen. Ook de hulpeloosheid van Catweazle had charme. Een goede tovenaar was hij niet. “Niets lukt!”, was zijn gebruikelijke klacht als hij tevergeefs met een magische spreuk een twintigste- eeuwse uitvinding probeerde te bezweren, zoals ‘elektrukerij’. Hij zag eruit als een echte tovenaar, met wapperend grijs haar, puntsik, vier krullen in zijn snor, bolle ogen en magere handen. De afgedragen bruine mantel, de stok en de toversteen rond zijn nek kleedden hem mooi af, en hij had een kleine pad op zak, Touchwood, zijn beschermgeest. Door de onzekerheid over het lot van Catweazle weigerde ik te kijken naar andere series op de televisie. Welk opvoedend doel jeugdtelevisie ook mag hebben: deze serie heeft mij wantrouwig en sceptisch gemaakt. Een spannend verhaal niet afmaken: erger kun je een kind niet martelen. En het bevestigde wat ik om me heen zag: volwassenen waren niet te vertrouwen. Ik heb er een zwak voor afgeronde eindes aan overgehouden, ook al vinden sommige mensen dat dat juist een verhaal slecht maakt. Het einde van de serie Six Feet Under was mij het liefst. Van elk personage werd in vogelvlucht getoond hoe ze oud zouden worden en wat het leven hun zou brengen: zoetsappig, maar hartverwarmend. De hernieuwde kennismaking met Catweazle op dvd bracht mij een verrassing. Tot mijn verbazing keert Catweazle aan het einde van het eerste seizoen wél terug naar zijn eigen tijd. Hij zegt een toverspreuk en vervaagt langzaam voor de ogen van vriendje Edward. Hij kon het dus wel, maar ik heb het nooit gezien. Hoe kan dat? Wie heeft er niet opgelet? Moest ik vroeg naar bed? Een oplossing voor Catweazles wanhoop is het niet, want in het tweede en laatste seizoen springt de tovenaar per ongeluk weer naar de twintigste eeuw. Zijn avonturen, met een nieuw vriendje, lopen uit op de vervulling van een lang gekoesterde wens: hij kan vliegen. In een luchtballon die hij onbeheerd ziet staan in een weiland. In het laatste beeld verdwijnt Catweazle achter de horizon, met nieuw vertrouwen in zichzelf: “Alles is gelukt!” Maar hij keert niet terug naar zijn eigen tijd. Waar vliegt hij heen? Het open einde kwelt me opnieuw, maar minder. Omdat Catweazle er zo gelukkig uitziet. 2 Schrijf een opstel waarin je tekst 1 en 2 vergelijkt. Let daarbij vooral op hoe de beide schrijvers televisie beschrijven en wat ze willen bereiken met hun tekst. Gebruik 200–250 woorden. [Totaal = 15 punten voor inhoud + 10 punten voor taalgebruik = 25] 5 10 15 20 25 30 35

Question paper, page 5

5 0503/01/M/J/13 © UCLES 2013 BLANK PAGE

Question paper, page 6

6 0503/01/M/J/13 © UCLES 2013 BLANK PAGE

Question paper, page 7

7 0503/01/M/J/13 © UCLES 2013 BLANK PAGE

Question paper, page 8

8 0503/01/M/J/13 © UCLES 2013 BLANK PAGE Copyright Acknowledgements: Tekst 1 Tekst 2 © Raymond van den Boogaard; Al vroeg je nergens om, de tv bracht alles; p. 26-27; nrc.nl; zaterdag 2 oktober 2011. © Ron Rijghard; p. 32-33; nrc.nl; 29 augustus 2011 Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge.

Mark scheme, page 1

CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2013 series 0503 FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 (Reading), maximum raw mark 50 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes should be read in conjunction with the question paper and the Principal Examiner Report for Teachers. Cambridge will not enter into discussions about these mark schemes. Cambridge is publishing the mark schemes for the May/June 2013 series for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level components and some Ordinary Level components. www.XtremePapers.com

Mark scheme, page 2

Page 2 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0503 01 © Cambridge International Examinations 2013 1 (a) Vanwege het huwelijk van Koning Boudewijn met Fabiola. / De moeder van de schrijver wilde het. [1] (b) Hij vond het een vervelend apparaat [1], want het nam het leven in beslag [1]. [2] (c) Niet echt leuk [1]: de schrijver zegt dat ze ‘kritisch’ waren / ‘teleurgesteld’ waren / niet enthousiast waren. [1] [2] (d) Wim Kan vindt dat er niks interessants op de televisie is [1] en dat mensen alleen maar hoopten dat er nog wat leuks ging gebeuren [1]. [2] (e) Hij vond het vervelend om met z’n allen naar het beeld te kijken zonder iets te doen. [1] (f) Het feit dat er een tweede kanaal op de televisie kwam, terwijl je maar naar één zender tegelijk kan kijken. [1] (g) Zodat iedereen bij zijn eigen bevolkingsgroep / doelgroep kon blijven. [1] (h) Iedereen keek naar elkaars omroepen. [1] Ze hoorden dus andere meningen. [1] [2] (i) – De overheid kan controle uitoefenen over wat er op de televisie komt. Bij het internet is dat veel moeilijker (er is bij televisie maar een beperkt aantal producenten / makers) [1] – Het internet neemt alles over terwijl de televisie ‘erbij’ kwam. [1] [2] (j) Verschillen: – Er zijn veel meer kanalen bijgekomen. – Niemand kijkt meer naar hetzelfde, iedereen heeft wat anders gezien. – Je hoort mensen niet meer klagen over ‘de tv’. (2 van de 3) [2] Overeenkomst: Mensen kijken nog even veel. [1] [1] (k) Dat mensen de televisie niet aan hoeven te zetten. [1] (l) Elk antwoord dat goed wordt uitgelegd is goed, bijvoorbeeld: Nee, er zijn nu zoveel kanalen dat je nooit meer hoeft te wachten op iets wat leuk is. [2]

Mark scheme, page 3

Page 3 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0503 01 © Cambridge International Examinations 2013 Writing: Accuracy of Language 5 (Excellent) Clear, carefully chosen language with complex syntax where appropriate Varied, precise vocabulary. Hardly any or no technical errors. 4 (Good) Clear, appropriate language. Appropriate vocabulary. Few technical errors. 3 (Adequate) Language generally appropriate, but unsophisticated and generally simple syntax. Adequate vocabulary. Some technical errors. 2 (Weak) Unsophisticated language, not always appropriate. Very simple syntax with some clumsiness. Thin vocabulary. A number of technical errors. 1 (Poor) Thin, inappropriate use of language. Confused and obscure. Many errors. [Total: 25]

Mark scheme, page 4

Page 4 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0503 01 © Cambridge International Examinations 2013 2 • 15 marks are available for Reading: each relevant point extracted by the candidate from the text is ticked. A mark is awarded for each tick up to a maximum of 15 marks. (see possible answers on the next page). • up to 10 marks are available for Writing (see tables below). [Total: 25] Writing: Style and Organisation 5 (Excellent) Excellent expression and focus with assured use of own words. Good summary style with orderly grouping of ideas; excellent linkage. Answer has sense of purpose. 4 (Good) Good expression in recognizable summary style. Attempts to focus and to group ideas; good linkage. 3 (Adequate) Satisfactory expression in own words. Reasonably concise with some sense of order. Occasional lapses of focus. 2 (Weak) Limited expression but mostly in own words. Some sense of order but little sense of summary. Tendency to lose focus (e.g. by including some anecdote): thread not always easy to follow. 1 (Poor) Expression just adequate; maybe list-like. Considerable lifting; repetitive. Much irrelevance. Writing: Accuracy of Language 5 (Excellent) Clear, carefully chosen language with complex syntax where appropriate Varied, precise vocabulary. Hardly any or no technical errors. 4 (Good) Clear, appropriate language. Appropriate vocabulary. Few technical errors. 3 (Adequate) Language generally appropriate, but unsophisticated and generally simple syntax. Adequate vocabulary. Some technical errors. 2 (Weak) Unsophisticated language, not always appropriate. Very simple syntax with some clumsiness. Thin vocabulary. A number of technical errors. 1 (Poor) Thin, inappropriate use of language. Confused and obscure. Many errors.

Mark scheme, page 5

Page 5 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0503 01 © Cambridge International Examinations 2013 Possible points of comparison Tekst 1: 60 jaar televisie Tekst 2: De mooiste tv Onderwerp (ogenschijnlijk) hetzelfde: televisie Beschrijving van een situatie in de maatschappij (televisie als breder/sociaal fenomeen) Persoonlijke ervaring (televisie als iets individueels) Hoofdvraag: hoe heeft de Nederlandse televisie zich ontwikkeld in de afgelopen zestig jaar? Hoofdvraag: Wat is mijn lievelingsprogramma van vroeger? Doel van de tekst is informatie Doel van de tekst is vermaak Beschrijving van hoofdzakelijk negatieve ervaring Beschrijving van positieve/gemengde ervaring Formeler: taalgebruik ingewikkeld, langere zinnen Informeler: taalgebruik dichter bij de spreektaal Teksten hebben een vrolijk einde In beide teksten wordt het probleem niet echt opgelost, maar het is werkbaarder Schrijvers niet onverdeeld enthousiast over televisie Kritiek op volwassenen Televisie als geheel Televisie als één serie Veel meningen van andere mensen Één mening komt aan bod Vergelijking met andere media Toegespitst op televisie Geen analyse/bespreking van individuele televisieprogramma’s Structuur van een programma(type) wordt geanalyseerd (b.v. open einde)

What you needed in this session

Cambridge’s own grade thresholds for 2013 May/June, Paper 1 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.

A41/50
C30/50
E21/50
F14/50