Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 — 2011 May/June Paper 1 · Variant 1

0503/11/M/J/11 · 50 marks · ≈56 min

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - First Language papersWhat was in this paper?

Question paper8 pages

Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2011 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 1 of 8
Page 1 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2011 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 2 of 8
Page 2 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2011 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 3 of 8
Page 3 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2011 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 4 of 8
Page 4 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2011 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 5 of 8
Page 5 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2011 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 6 of 8
Page 6 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2011 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 7 of 8
Page 7 of 8
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2011 May/June Paper 1 · Variant 1 question paper, page 8 of 8
Page 8 of 8

Mark scheme5 pages

Answers below. Sit the paper first if you are practising.

Mark scheme, page 1 of 5
Page 1 of 5
Mark scheme, page 2 of 5
Page 2 of 5
Mark scheme, page 3 of 5
Page 3 of 5
Mark scheme, page 4 of 5
Page 4 of 5
Mark scheme, page 5 of 5
Page 5 of 5

Paper as text

Question paper, page 1

This document consists of 4 printed pages and 4 blank pages. DC (CW) 38495/2 © UCLES 2011 [Turn over UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education * 6 5 1 9 3 0 9 8 1 0 * FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 Reading May/June 2011 2 hours Additional Materials: Answer Booklet/Paper READ THESE INSTRUCTIONS FIRST If you have been given an Answer Booklet, follow the instructions on the front cover of the Booklet. Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions. You should pay attention to punctuation, spelling and handwriting. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. LEES EERST DE VOLGENDE INSTRUCTIES Als je een antwoordboekje/antwoordvel hebt gekregen, volg dan de instructies op de voorzijde. Schrijf je schoolnummer, je kandidaatnummer en je naam op al het werk dat je inlevert. Schrijf met een blauwe of zwarte pen. Gebruik geen nietjes, paperclips, markeerstiften, lijm of correctievloeistof. Geef antwoord op alle vragen. Let op spelling, leestekens en handschrift. Maak al je werk aan elkaar vast, als je klaar bent met het examen. Het te behalen aantal punten staat tussen haakjes [ ] aan het einde van elke vraag of deelvraag. www.XtremePapers.com

Question paper, page 2

2 0503/01/M/J/11 © UCLES 2011 Lees de volgende tekst aandachtig door en beantwoord vervolgens vraag 1. Tekst 1 Filosofie is hip. De nacht van de filosofie is ieder jaar een daverend succes en Filosofie Magazine groeit nog steeds. In heel Nederland zijn cafés te bezoeken waar je kunt speeddaten met Socrates* of – als je individualistischer bent ingesteld – een filosofisch consult kunt ondergaan. Zo’n consult is voor iedereen die zich afvraagt wie hij of zij eigenlijk is, of voor wie een concrete vraag heeft: Waarom willen mensen altijd samenwonen? Wat is beter voor mij: de stad of het platteland? Met therapie heeft een filosofisch consult niets van doen. De filosoof gaat uit van je eigen denkkracht. Minke Tromp is zo’n praktisch filosoof die consulten geeft. Wie bij haar komt met een vraag, moet niet denken dat hij met een antwoord weer weggaat. Het gaat Tromp niet om een oplossing. Zij wil alleen duidelijk maken hoe iemand denkt. “In therapieland wordt meelevende taal gebruikt,” zegt ze, “bij praktische filosofie in het geheel niet. Dat is actie! En de spiegel die ik door mijn vragen voorhoud, kan behoorlijk radicaal zijn.” En confronterend, had ik eerder gemerkt. Ik zag Tromp – rechtdoorzee en allergisch voor zwetsklets – aan het werk tijdens een filosofisch denkspel in Utrecht. Zo’n veertig vrouwen moesten antwoord geven op de vraag: Wat is de beste reden om ergens voor te kiezen? Volg je je hart? Kies je wat het beste is voor je ontwikkeling? Of kies je een oplossing waar anderen ook gelukkig van worden? Tromp, strak in het pak en voorzien van een strenge knot – beende door de zaal en dwong iedereen met haar vragen tot nadenken. Je kon ieders hersenen haast horen kraken. Een vrouw die weigerde te kiezen en vond dat er voor iedere reden iets te zeggen was, werd door Tromp onder vuur genomen: “Dus jij hebt geen mening, jij vindt alles goed.” Vervolgens vroeg ze de anderen of de vrouw nou wel of geen antwoord had gegeven op de vraag. Even werd de sfeer ongemakkelijk. Als ik later vraag of het geen heftige aanpak was om de anderen er bij te betrekken, haalt ze haar schouders op. “Ach, heftig…. je kunt het ook nuttig noemen. Want zo kun je nog zichtbaarder maken hoe iemand in elkaar steekt.” “Tegenwoordig wordt gevoel en beleving heel belangrijk gevonden,” vervolgt Tromp. “Mensen denken dat het saai is om na te denken. Maar nadenken kan heel grappig zijn, en laat bovenal heel duidelijk zien hoe we in het leven staan.” Ons denken beïnvloedt onze ervaringen en daarom is het zinvol stil te staan bij de manier waarop we denken. Veel mensen onderschatten of overschatten zichzelf als het om nadenken gaat, volgens Tromp. Ze denken dat ze het niet kunnen. Of dat ze er juist heel goed in zijn. Terwijl mensen helemaal niet wordt geleerd om gedachtenlijnen te ontwikkelen. Op school wordt geleerd om antwoord te geven, maar niet om vragen te stellen. Het lijkt wel of mensen liever in de mist blijven lopen. “Al is die mist soms best comfortabel,” zegt ze toegeeflijk. Want nadenken over échte vragen, kan heel confronterend zijn. Wíl iemand wel nadenken over de vraag: ben ik gelukkig zoals ik nu leef? Het is tijd voor een filosofisch mini-consult. Ik heb besloten dat ik met Tromp wil nadenken over de vraag: Waarom denk ik altijd dat ik alles zelf moet doen? Op het moment dat ik de vraag hardop uitspreek, vraag ik me meteen af of mijn gedachte eigenlijk wel waar is. En vind ik mijzelf terstond een enorme zeur. Maar daar is Tromp helemaal niet in geïnteresseerd. Zij wil boven water krijgen hoe ik denk, en hoe ik niet denk. Na ieder antwoord gaat ze steeds heel gedetailleerd in op de woorden die ik gebruik. En ze controleert of dat wat ik zeg ook precies is wat ik bedoel. Binnen een kwartier hoor ik mijzelf concluderen dat ik een betweter ben. Pff...Dat is slikken. Tromp haalt verbaasd haar schouders op. Jeetje, dat je zo onder de indruk kunt zijn van zo’n woord. Wat is er eigenlijk mis met alles beter te willen weten? Nog een koffie? *Socrates: beroemde filosoof (ca. 469-399 voor Christus) 5 10 15 20 25 30 35 40 45

Question paper, page 3

3 0503/01/M/J/11 © UCLES 2011 [Turn over Beantwoord vraag 1 in je eigen woorden. 1 (a) Noem twee dingen waaraan je kunt zien dat filosofie tegenwoordig erg populair is. [2] (b) Voor welke mensen is het consult bedoeld? [2] (c) Welke twee verschillen zijn er tussen therapie en een filosofisch consult volgens Minke Tromp? [2] (d) Hoe maakt de schrijver de confronterende stijl van Tromp duidelijk? [2] (e) Verklaar waarom de sfeer ‘ongemakkelijk’ werd. (regel 24) [2] (f) Leg uit waarom Tromp haar aanpak liever ‘nuttig’ dan ‘heftig’ noemt. (regel 25) [2] (g) Wat vindt Tromp van ‘het belang van gevoel en beleving’? (regel 27) Leg uit waarom. [2] (h) Leg uit waarom Tromp het ‘zinvol’ vindt om ‘stil te staan bij de manier waarop we denken’. (regel 30) [2] (i) Het woordje ‘Terwijl’ (regel 32) geeft een tegenstelling aan. Welke is dat? [1] (j) Waarom stellen mensen liever geen vragen? [1] (k) Leg uit waarom de opmerking van Tromp over betweterigheid typisch is voor haar stijl van consulteren. [2] [Totaal = 20 punten voor inhoud + 5 punten voor taalgebruik = 25]

Question paper, page 4

4 0503/01/M/J/11 © UCLES 2011 Lees nu tekst 2 aandachtig door en beantwoord vervolgens vraag 2. Tekst 2 Zonder filosofie kunnen wij prima leven. Het vak filosofie kan middelbare scholieren maar één les leren: dat al die grote wijsgeren ons helemaal niets hebben geleerd. De Deense denker Kierkegaard beweerde dat filosofie het leven voedt. Maar over dat voeden heb ik zo m’n twijfels. Ik kan er niet om treuren dat filosofie toen ik nog naar school ging niet op het lesrooster stond. Wat ik wel jammer vind, is dat ons op de middelbare school geen vaardigheden zijn bijgebracht. Waarom is ons nooit geleerd hoe je moet solderen? Waarom werden de geheimen van een stekker niet voor ons ontsluierd? Waarom geen woord over hoe je een accu aan de praat kunt krijgen? Al deze vaardigheden heb ik mijzelf, met vallen en opstaan, moeten bijbrengen. Voor eenvoudige reparaties van de wasmachine of het strijkijzer draai ik nu mijn hand niet meer om, maar wat zou ik er veel plezier van gehad hebben als ze mij al op de middelbare school hadden uitgelegd hoe je een kettingzaag ’t handigst slijpt. Op het terrein der vaardigheden ben je er enorm bij gebaat om alle trucjes en foefjes te kennen die door slimme jongens zijn uitgedacht om simpele karweitjes te klaren. In het verleden hebben tal van grote denkers zich gebogen over de vraag hoe je ’t slimst een stukje isolatiemateriaal van elektrische bedrading verwijdert, zodat je de blootgelegde stroomdraad gemakkelijk vastschroeft in een stekker. De listen van die grote denkers zou je middelbare scholieren moeten bijbrengen. Wat schieten wij op met abstracte problemen? Met geleuter over de vrijheid om te kiezen? Denk je dat je daarmee je computer te lijf kunt gaan, als hij het weer eens niet doet? Wat heb je aan de opvattingen van Kant over het wezen van de tijd als je horloge stukgaat? Ik zou alleen voor onderwijs in de filosofie zijn, als dat erop gericht was de leerlingen ervan te doordringen dat al die oude wijsgeren ons helemaal niets geleerd hebben over zaken die in het dagelijks bestaan nuttig zijn. Ik heb er al vaak op gewezen dat wijsbegeerte en wartaal met dezelfde letter beginnen, net als filosofie en flauwekul. Grote wijsgeren, praat me er niet van. Al eeuwenlang zijn er filosofen die de meest gruwelijke ideeën verkondigen. Het enige wat je leert als je je met wijsbegeerte inlaat, is het moeizaam doorgronden van duistere teksten. En heb je uiteindelijk zo’n duistere tekst een beetje begrepen, dan denk je: mijn hemel, wat eeuwig zonde dat ik mijn goeie tijd daaraan besteed heb. Niets schiet je ermee op om Sein und Zeit van Heidegger te bestuderen of, haast nog erger, Hegels Phänomenologie des Geistes. Mijn leven zou een stuk aangenamer zijn geweest als ze mij op de middelbare school hadden verteld dat ik dit soort boeken moest mijden als de pest, en dat ik me beter zou kunnen verdiepen in de techniek van het solderen. 2 Schrijf een samenvatting waarin je tekst 1 en 2 vergelijkt. Let daarbij zowel op de inhoud als de stijl. Gebruik 200–250 woorden. [Totaal = 15 punten voor inhoud + 10 punten voor taalgebruik = 25] 5 10 15 20 25 30

Question paper, page 5

5 0503/01/M/J/11 © UCLES 2011 BLANK PAGE

Question paper, page 6

6 0503/01/M/J/11 © UCLES 2011 BLANK PAGE

Question paper, page 7

7 0503/01/M/J/11 © UCLES 2011 BLANK PAGE

Question paper, page 8

8 0503/01/M/J/11 © UCLES 2011 BLANK PAGE Copyright Acknowledgements: Question 1 © Marloes Elings; Denken kan grappig zijn; NRC De Week; 2 January 2010. Question 2 © Maarten ’t Hart; Zonder filosofie kunnen wij prima leven; 20 April 2006; www.nrc.nl. Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge.

Mark scheme, page 1

UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2011 question paper for the guidance of teachers 0503 FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 (Reading), maximum raw mark 50 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes must be read in conjunction with the question papers and the report on the examination. • Cambridge will not enter into discussions or correspondence in connection with these mark schemes. Cambridge is publishing the mark schemes for the May/June 2011 question papers for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level syllabuses and some Ordinary Level syllabuses. www.XtremePapers.com

Mark scheme, page 2

Page 2 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2011 0503 01 © University of Cambridge International Examinations 2011 1 (a) Twee van de volgende antwoorden: (i) De nacht van de filosofie is erg populair. (ii) Het tijdschrift ‘Filosofie’ krijgt steeds meer lezers. (iii) Overal in Nederland kun je naar filosofische cafés. (iv) Je kunt een individueel gesprek hebben op een filosofische manier. (v) Je kunt een snelle afspraak maken met Socrates. [2] (b) (i) Mensen die willen weten wie ze (willen) zijn. (ii) Mensen die een concrete vraag willen beantwoorden. (allow: mensen die liever alleen zijn: 1) [2] (c) (i) Het gaat bij therapie om het vinden van een oplossing voor de patiënt, maar bij een filosofisch consult leer je hoe je denkt. (ii) Bij therapie leef je mee met de patiënt, bij een filosofisch consult confronteer je. [2] (d) Keuze uit het volgende: (i) Ze wordt beschreven als iemand die rechtdoorzee is en niet tegen kletspraatjes kan. (ii) Ze ‘beende’ door de zaal, ze ‘dwong’… tot nadenken’. (iii) Haar uiterlijk: ‘strak in het pak’, ‘strenge knot’. (allow for 1 mark: voorbeeld van de vrouw in de zaal) [2] (e) Omdat Tromp op een negatieve manier samenvat wat de vrouw zegt en omdat ze de hele zaal erbij haalt. [2] (f) Het is moeilijk maar je leert ervan, dus je hebt er wat aan. (Je kunt zien hoe iemand in elkaar zit.) [2] (g) Ze vindt dat niet voldoende. Ze denkt dat het beter is om te leren nadenken. [2] (h) De manier waarop we denken heeft invloed op hoe we dingen beleven. [2] (i) Mensen denken dat ze heel goed kunnen denken of juist niet, maar ze hebben nooit echt leren denken. [1] (j) Het kan confronterend zijn om echte vragen te stellen. Misschien wil je het antwoord wel niet weten. [1] (k) Ze probeert de schrijfster weer door te laten denken in plaats van het af te ronden. [2] [20]

Mark scheme, page 3

Page 3 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2011 0503 01 © University of Cambridge International Examinations 2011 Writing: Accuracy of Language 5 (Excellent) Clear, carefully chosen language with complex syntax where appropriate. Varied, precise vocabulary. Hardly any or no technical errors. 4 (Good) Clear, appropriate language. Appropriate vocabulary. Few technical errors. 3 (Adequate) Language generally appropriate, but unsophisticated and generally simple syntax. Adequate vocabulary. Some technical errors. 2 (Weak) Unsophisticated language, not always appropriate. Very simple syntax with some clumsiness. Thin vocabulary. A number of technical errors. 1 (Poor) Thin, inappropriate use of language. Confused and obscure. Many errors.

Mark scheme, page 4

Page 4 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2011 0503 01 © University of Cambridge International Examinations 2011 2 • 15 marks are available for Reading: each relevant point extracted by the candidate from the text is ticked. A mark is awarded for each tick up to a maximum of 15 marks (see possible answers below). • 10 marks are available for Writing (see tables below). tekst 1 tekst 2 informatief, amuserend [1] betogend, column, evt. amuserend [1] mening schrijver minder belangrijk [1] mening schrijver erg belangrijk [1] filosofie in de praktijk in de samenleving, in de vorm van therapie om te leren nadenken. [1] filosofie op de middelbare school ter voorbereiding op het leven in de samenleving. [1] De schrijver / Minke Tromp is voor [1] Maarten ‘t Hart is tegen [1] filosofie is nuttig, denken over denken is belangrijk voor het gewone leven. [1] filosofie is niet nuttig, je kan beter praktische vaardigheiden leren. [1] filosofie als actief proces [1] filosofie als iets wat je ondergaat. [1] keuzevrijheid en het is goed om vragen te leren stellen. [1] keuzevrijheid / nadenken is onzin. [1] geen kritische kanttekeningen [1] alleen maar kritiek [1] gericht op het gewone publiek [1] gericht op schrijvers/filosofen [1] Writing: Style and Organisation 5 (Excellent) Excellent expression and focus with assured use of own words. Good summary style with orderly grouping of ideas; excellent linkage. Answer has sense of purpose. 4 (Good) Good expression in recognisable summary style. Attempts to focus and to group ideas; good linkage. 3 (Adequate) Satisfactory expression in own words. Reasonably concise with some sense of order. Occasional lapses of focus. 2 (Weak) Limited expression but mostly in own words. Some sense of order but little sense of summary. Tendency to lose focus (e.g. by including some anecdote): thread not always easy to follow. 1 (Poor) Expression just adequate; maybe list-like. Considerable lifting; repetitive. Much irrelevance.

Mark scheme, page 5

Page 5 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2011 0503 01 © University of Cambridge International Examinations 2011 Writing: Accuracy of Language 5 (Excellent) Clear, carefully chosen language with complex syntax where appropriate. Varied, precise vocabulary. Hardly any or no technical errors. 4 (Good) Clear, appropriate language. Appropriate vocabulary. Few technical errors. 3 (Adequate) Language generally appropriate, but unsophisticated and generally simple syntax. Adequate vocabulary. Some technical errors. 2 (Weak) Unsophisticated language, not always appropriate. Very simple syntax with some clumsiness. Thin vocabulary. A number of technical errors. 1 (Poor) Thin, inappropriate use of language. Confused and obscure. Many errors.

What you needed in this session

Cambridge’s own grade thresholds for 2011 May/June, Paper 1 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.

A41/50
C30/50
E22/50
F14/50