Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 — 2010 May/June Paper 1 · Variant 1
0503/11/M/J/10 · 50 marks · ≈56 min
The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.
Question paper8 pages








Mark scheme6 pages
Answers below. Sit the paper first if you are practising.






Paper as text
Question paper, page 1
This document consists of 5 printed pages and 3 blank pages. DC (CW) 18864/3 © UCLES 2010 [Turn over UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education READ THESE INSTRUCTIONS FIRST If you have been given an Answer Booklet, follow the instructions on the front cover of the Booklet. Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions. You should pay attention to punctuation, spelling and handwriting. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. LEES EERST DE VOLGENDE INSTRUCTIES Als je een antwoordboekje/antwoordvel hebt gekregen, volg dan de instructies op de voorzijde. Schrijf je schoolnummer, je kandidaatnummer en je naam op al het werk dat je inlevert. Schrijf met een blauwe of zwarte pen. Gebruik geen nietjes, paperclips, markeerstiften, lijm of correctievloeistof. Geef antwoord op alle vragen. Let op spelling, leestekens en handschrift. Maak al je werk aan elkaar vast, als je klaar bent met het examen. Het te behalen aantal punten staat tussen haakjes [ ] aan het einde van elke vraag of deelvraag. * 9 8 2 9 9 8 8 1 0 2 * FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 Reading May/June 2010 2 hours Additional Materials: Answer Booklet/Paper www.XtremePapers.com
Question paper, page 2
2 0503/01/M/J/10 © UCLES 2010 Lees de volgende tekst aandachtig door en beantwoord vervolgens vraag 1. Tekst 1 Robinson De vijfde klas waar ze in terecht was gekomen, had op haar een vormeloze indruk gemaakt. Men sliep wat, men rommelde wat, men morde wat, men hing als los zand aan elkaar. De eerste keer dat ze haar naam had moeten noemen, hadden enkelen zich naar haar omgedraaid. Een klein jongetje op de tweede bank had de klas aan het lachen weten te maken door te roepen: ‘Uniseks in de naamgeving.’ Robinson had zich nog nooit voor haar naam verontschuldigd. Een jongen, Daniël, die naast haar zat, had haar een liniaal te leen gevraagd. Zij had hem een geodriehoekje gegeven. ‘Hoe vind je het hier op school?’ vroeg hij haar na de les. ‘Gewoon,’ zei ze. ‘Ik vind het hier verschrikkelijk,’ barstte de jongen met schrille stem los. ‘Op deze school heeft nog nooit iemand de moeite gedaan ergens over na te denken. Jij bent nieuw hier, je zal wel merken wat een vervelende school dit is. Alle leraren hier zijn winden. Zij waaien maar, nu uit deze hoek, dan weer uit die, zonder begrip, zonder mededogen,’ zijn stem sloeg over van drift, ‘zie je dat niet?’ vroeg hij. Robinson haalde haar schouders op: ’t Interesseert me niet,’ zei ze maar tegelijkertijd wist ze dat ze loog. Dat ze wel degelijk wilde weten wat deze jongen mankeerde dat hij zo tekeerging. En op dat moment besefte ze ook wat ze bedoelde met haar ‘’t interesseert me niet’. Want alles wat er de afgelopen zomervakantie gebeurd was, de verhuizing, het afscheid van de hoofdstad, de bedrijvigheid van haar moeder, was uiteindelijk zo gruwelijk saai geweest dat ze er schoon genoeg van had en meteen alles maar op de grote hoop van de verveling wilde gooien. Ze voelde zich onrechtvaardig behandeld, alsof er iets van haar afgenomen was. ‘Vind je het niet erg om Robinson te heten?’ onderbrak de jongen haar gedachten. ‘ ’t Interesseert me niet,’ had ze alweer geantwoord voor ze er erg in had. ’s Avonds in bed bedacht ze alle antwoorden die ze had kunnen geven op Daniëls vraag hoe ze aan haar naam kwam. Ze dacht aan haar vader, die vrolijke onbezorgde vader van haar, kapitein-ter-zee, die zijn schepen leidde over alle oceanen zonder angst voor het water, voor de diepe geborgenheid van de zee. Ze dacht aan haar grootvader die begraven was toen zij vijf was en die een Kaap Hoorn-zeiler was geweest. Het was in haar herinnering een onwaarschijnlijk oude man, die zijn gedachten niet meer bij elkaar had, zoals haar moeder beweerde, maar in wiens blauwe ogen de verschrikkingen van de zee blonken. Zelf was ze een paar jaar geleden langs alle zeegezichten in het museum van de hoofdstad gelopen, langs alle zeventiende-eeuwse meesters die de hoge galjoenen geschilderd hadden. In haar dromen wiegden zo vaak witte zeilen op een grauwe zee heen en weer, dat ze ’s morgens verbaasd was zichzelf terug te vinden naast haar moeder aan de ontbijttafel. De ondergang van de Titanic, van de Lusitania, de verhalen die haar vader er haar vroeger over verteld had, en de angst die daarbij hoorde, die ze in haar borst voelde, alsof er iets zwaars op lag. Haar moeder had altijd verboden dat hij met haar over al die scheepsrampen sprak. Maar daar had haar vrolijke vader zich weinig aan gelegen laten liggen. Uit die twee mensen was, zeventien jaar geleden, een eeuwigheid geleden, een kind geboren dat de naam Robinson had gekregen. Haar moeder noemde die naam een gril van haar vader. In werkelijkheid had haar vader haar eens uitgelegd dat haar naam iets te maken had met Robinson Crusoe die jaren alleen op een eiland in de oceaan had gewoond en hoopte ooit naar de geborgenheid van zijn vaderland terug te keren. Wat miste ze haar vader. 5 10 15 20 25 30 35 40
Question paper, page 3
3 0503/01/M/J/10 © UCLES 2010 [Turn over Beantwoord vraag 1 in je eigen woorden. 1 (a) Wat vond Robinson van haar medeleerlingen? [1] (b) Verklaar de reactie van de klas op Robinsons naam. [2] (c) ‘Hoe vind je het hier op school?’ Denk je dat Daniël in de mening van Robinson geïnteresseerd is? Motiveer je antwoord. [2] (d) Verklaar waarom Daniël de leraren met winden vergelijkt. [1] (e) Verklaar waar Robinsons ongeïnteresseerdheid uit voortkomt. [2] (f) Hoe denkt Robinson dat haar vader en grootvader het leven op zee ervaren hebben? [2] (g) Waarom is Robinson verbaasd dat ze aan de ontbijttafel zit? [1] (h) Omschrijf de volgende woorden of zinsdelen die van toepassing zijn op de tekst: (i) zijn stem sloeg over (regel 12) (ii) geborgenheid (regel 27) (iii) meesters (regel 32) (iv) gril (regel 40) [4] (i) Hoe schetst de schrijfster de verhouding tussen Robinsons ouders? [2] (j) Leg uit hoe iedereen in deze tekst de naam Robinson anders opvat. [3] [Totaal = 20 punten voor inhoud + 5 punten voor taalgebruik = 25]
Question paper, page 4
4 0503/01/M/J/10 © UCLES 2010 Lees nu tekst 2 aandachtig door en beantwoord vervolgens vraag 2. Tekst 2 Casper Caspers moeder is altijd heel open over zijn vader geweest. Ze vertelde dat hij lang was met zwarte krullen en dat ze heel erg met hem heeft gelachen. Casper weet nog dat hij, toen hij vier jaar was, bij alle mannen met zwarte krullen vroeg: ‘Is dit papa?’ Zijn moeder probeerde daarom zijn vader op te sporen, maar die was voor een paar jaar naar het buitenland. En toen hij terugkwam, was het niet meer nodig. Casper heeft nooit meer aan hem gedacht, tot een half jaar geleden de dromen over zijn vader begonnen. En wat voor dromen. Casper denkt aan vannacht. In zijn droom ging hij zijn vader opzoeken. Hij wist waar hij woonde, ergens in een torenflat op de bovenste verdieping. Casper beklom de stenen trappen, uren achter elkaar. Het werd al donker, maar hij was nog steeds niet hoog genoeg. Uitgeput sleepte hij zich naar boven, tot hij niet meer kon en op de treden neerviel. En toen kwam er een man de trap afgerend. Casper wist dat het zijn vader was. Hij probeerde overeind te komen, maar er zat geen kracht in zijn benen. ‘Pap,’ zei hij. Zijn vader stapte over hem heen en rende door. Toen hij die droom gisteren aan zijn moeder vertelde, vond ze dat het tijd werd dat hij contact met zijn vader zocht. ‘Je hebt er last van, misschien omdat je nu in de puberteit zit.’ Op school kijkt Casper zijn vriend Pim aan. ‘Als jij nou in mijn plaats stond, zou jij je vader dan willen ontmoeten?’ ‘Ik wel,’ zegt Pim. ‘Ik zou willen weten of hij net zo’n beer is als ik.’ Casper schiet in de lach. Hij vindt het knap dat Pim altijd grapjes over zijn uiterlijk maakt. ‘Ik zou mijn vader altijd opzoeken,’ zegt Sofie. ‘Ik denk er ook wel eens aan om dat te doen,’ zegt Casper. ‘Waarom doe je het dan niet?’ vraagt Pim. ‘Misschien wil hij jou ook graag zien. Het is toch je vader.’ Misschien gooit hij de deur voor mijn neus dicht, denkt Casper. Hij weet niet of hij daar tegen zou kunnen. ‘Wat hebben we?’ vraagt Pim als de bel gaat. ‘Scheikunde,’ zegt Casper. Ze slenteren de school in. […] Casper weet niet veel van zijn vader, alleen dat hij fotograaf is. Hij vraagt zich vaak af van wie hij zijn muziektalent heeft. Het komt in ieder geval niet van zijn moeder, want zij heeft totaal geen gevoel voor muziek. Als ze begint te zingen, weet je niet hoe snel je moet wegkomen. Het is maar goed dat ze geen serenade aan zijn vader heeft gebracht, want dan was hij vast nooit geboren. Gek eigenlijk, stel je voor dat hij er niet was… Voordat Casper in gepeins wegzakt, spreekt hij zichzelf streng toe. Heel interessant, dan was je er niet, maar nu ben je er wel, dus zorg er maar voor dat je je wiskundesommen snapt, anders ben je er geweest. Hij houdt zijn vinger bovenaan de bladzijde en begint te lezen. Het voorbeeld kan hij wel volgen, dat is niet zo moeilijk, maar de sommen zijn echt lastig. Eens even kijken…Casper bladert zijn schrift door. Het is al bijna donker als hij zijn pen neerlegt. Casper zucht ervan. Het heeft even geduurd maar hij begrijpt het nu wel. Wat zal hij eerst doen: Duits of biologie? […] 5 10 15 20 25 30 35 40
Question paper, page 5
5 0503/01/M/J/10 © UCLES 2010 Bij biologie zit Casper altijd naast Sofie, maar vanochtend is haar stoel leeg. Sofie belde om half acht op dat ze zich had verslapen. Casper begrijpt daar niks van. Als je om half acht wakker wordt, kun je toch makkelijk op tijd komen? Zijn moeder vliegt ‘s morgens onder de douche en zit dan een half uur later in de auto. Vanochtend gaf ze hem een briefje met het adres van de ouders van zijn vader erop. ‘Waar Bob woont, weet ik niet, maar vroeger hadden zijn ouders hier een brillenwinkel en die bestaat nog steeds. Dat zag ik toen ik er laatst langskwam.’ Casper heeft hun telefoonnummer opgezocht. Als hij een keer zin heeft, belt hij ze op. 2 Schrijf een tekst waarin je de overeenkomsten, verschillen en situaties waarin Robinson (tekst 1) en Casper (tekst 2) verkeren, samenvat. Vestig daarbij vooral aandacht op hun familie en klasgenoten. Gebruik 200–250 woorden. [Totaal = 15 punten voor inhoud + 10 punten voor taalgebruik = 25] 45
Question paper, page 6
6 0503/01/M/J/10 © UCLES 2010 BLANK PAGE
Question paper, page 7
7 0503/01/M/J/10 © UCLES 2010 BLANK PAGE
Question paper, page 8
8 0503/01/M/J/10 © UCLES 2010 BLANK PAGE Copyright Acknowledgements: Question 1 © Adapted from: Doeschka Meijsing; Robinson; www.querido.nl; 1997. Question 2 © Adapted from: Carry Slee; Pijnstillers; Noordhoff Uitgevers Groningen; 2005. Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge.
Mark scheme, page 1
UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2010 question paper for the guidance of teachers 0503 FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 (Reading), maximum raw mark 50 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes must be read in conjunction with the question papers and the report on the examination. • CIE will not enter into discussions or correspondence in connection with these mark schemes. CIE is publishing the mark schemes for the May/June 2010 question papers for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level syllabuses and some Ordinary Level syllabuses. www.XtremePapers.com
Mark scheme, page 2
Page 2 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0503 01 © UCLES 2010 Question 1 • 20 marks will be available for Reading: these will be awarded according to a detailed mark scheme written specifically for each question paper. • 5 marks will be available for Writing (see table below). Tekst 1: Robinson 1 (a) Wat vond Robinson van haar medeleerlingen? [1] De leerlingen zaten er niet netjes bij. De leerlingen vormden samen geen geheel. De leerlingen waren niet op aan het letten. Ken 1 punt toe voor een soortgelijke observatie. [1] (b) Verklaar de reactie van de klas op Robinsons naam. [2] De klas is verbaasd, twijfelt. Ze draaien zich om uit verbazing. Ken 2 punten toe voor de reactie van de klas. [2] (c) ‘Hoe vind je het hier op school?’ Denk je dat Daniël in de mening van Robinson geïnteresseerd is? Motiveer je antwoord. [2] Hij is niet geïnteresseerd, want hij reageert heftig vanwege zijn eigen frustratie. Hij is niet in de mening van Robinson geïnteresseerd, want hij 'barstte los' met zijn eigen mening. Ken 2 punten toe voor een soortgelijke motivatie. [2] Letterlijk overnemen is toegestaan als 'barstte los' wordt geciteerd met aanhalingstekens. (d) Verklaar waarom Daniël de leraren met winden vergelijkt? [1] De leraren denken niet goed na. Ken 1 punten toe voor een deze verklaring. [1] Geen punten voor het letterlijk overnemen van 'Ze waaien met alle winden mee'. (e) Verklaar waar Robinsons ongeïnteresseerdheid uit voortkomt. [2] Ze is verhuisd uit de grote stad. Een aantal gebeurtenissen hebben haar verveeld. (feitelijk) Ze voelde zich te kort gekomen, ze heeft geen aandacht gekregen, ze had een verongelijkt gevoel. (gevoel) Ken 2 punten toe voor een feit en een gevoel. [2] Geen punten voor het letterlijk overnemen van 'Ze voelde zich onrechtvaardig behandeld'.
Mark scheme, page 3
Page 3 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0503 01 © UCLES 2010 (f) Hoe denkt Robinson dat haar vader en grootvader het leven op zee ervaren hebben? [2] Haar vader is niet bang voor de zee, terwijl bij haar grootvader de verschrikkingen van de zee in zijn ogen af te lezen waren. Haar vader en grootvader waren niet bang, maar hebben allebei verschrikkelijke dingen meegemaakt. Ken 2 punten toe voor dit contrast. [2] (g) Waarom is Robinson verbaasd dat ze aan de ontbijttafel zit? [1] Ze heeft zo levendig gedroomd, dat ze denkt dat ze nog op een boot zit. Ken 1 punt toe voor een deze verklaring. [1] (h) Omschrijf de volgende woorden of zinsdelen die van toepassing zijn op de tekst: [4] (i) ... zijn stem sloeg over (regel ) zijn stem veranderde/ging over in een hoge toon (ii) meesters (regel ) schilders (iii) gril (regel ) een (plotselinge) gedachte, een stemming die snel voorbij is (iv) geborgenheid (regel ) gevoel van veiligheid Ken 1 punt toe per omschrijving. [4] (i) Hoe schetst de schrijfster de verhouding tussen Robinsons ouders? [2] Haar vader trekt zich niets van haar moeder aan. Hij doet iets wat haar moeder niet wil. Haar moeder ergert zich aan de naamgeving van haar vader. Haar moeder ergert zich aan haar vader. Haar ouders hebben weinig met elkaar gemeen, maar hebben hun dochter. Ken 2 punten toe voor één omschrijving vanuit het perspectief van de vader en één vanuit het perspectief van de moeder. [2]
Mark scheme, page 4
Page 4 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0503 01 © UCLES 2010 (j) Je zou kunnen zeggen dat iedereen in deze tekst de naam Robinson anders opvat. Bespreek. [3] De betekenis die haar vader aan de naam geeft. De associatie met het eiland, met de zee. De moeder die de naam een gril vindt. De klasgenoot die de naam uniseks vindt. Robinson die zich niet schaamt voor haar naam. Ken 3 punten toe voor soortgelijke omschrijvingen. [3] [Totaal = 20 punten voor inhoud + 5 punten voor taalgebruik = 25] Writing: Accuracy of Language 5 (Excellent) Clear, carefully chosen language with complex syntax where appropriate. Varied, precise vocabulary. Hardly any or no technical errors. 4 (Good) Clear, appropriate language. Appropriate vocabulary. Few technical errors. 3 (Adequate) Language generally appropriate, but unsophisticated and generally simple syntax. Adequate vocabulary. Some technical errors. 2 (Weak) Unsophisticated language, not always appropriate. Very simple syntax with some clumsiness. Thin vocabulary. A number of technical errors. 1 (Poor) Thin, inappropriate use of language. Confused and obscure. Many errors.
Mark scheme, page 5
Page 5 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0503 01 © UCLES 2010 Question 2 • 15 marks are available for Reading: each relevant point extracted by the candidate from the text is ticked. A mark is awarded for each tick up to a maximum of 15 marks. (see possible answers below). • 10 marks are available for Writing (see tables below). 2 Schrijf een tekst waarin je de overeenkomsten, verschillen en situaties waarin Robinson (tekst 1) en Casper (tekst 2) verkeren, samenvat. Vestig daarbij vooral de aandacht op hun familie en klasgenoten. Gebruik niet meer dan 250 woorden. [Totaal = 15 punten voor inhoud + 10 punten voor taalgebruik = 25] Writing: Style and Organisation 5 (Excellent) Excellent expression and focus with assured use of own words. Good summary style with orderly grouping of ideas; excellent linkage. Answer has sense of purpose. 4 (Good) Good expression in recognisable summary style. Attempts to focus and to group ideas; good linkage. 3 (Adequate) Satisfactory expression in own words. Reasonably concise with some sense of order. Occasional lapses of focus. 2 (Weak) Limited expression but mostly in own words. Some sense of order but little sense of summary. Tendency to lose focus (e.g. by including some anecdote): thread not always easy to follow. 1 (Poor) Expression just adequate; maybe list-like. Considerable lifting; repetitive. Much irrelevance. Writing: Accuracy of Language 5 (Excellent) Clear, carefully chosen language with complex syntax where appropriate. Varied, precise vocabulary. Hardly any or no technical errors. 4 (Good) Clear, appropriate language. Appropriate vocabulary. Few technical errors. 3 (Adequate) Language generally appropriate, but unsophisticated and generally simple syntax. Adequate vocabulary. Some technical errors. 2 (Weak) Unsophisticated language, not always appropriate. Very simple syntax with some clumsiness. Thin vocabulary. A number of technical errors. 1 (Poor) Thin, inappropriate use of language. Confused and obscure. Many errors.
Mark scheme, page 6
Page 6 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0503 01 © UCLES 2010 Please note that the following is a list of possible answers in note-form. Candidates are required to present their summary in continuous prose. Alternative answers may also be credited, if relevant to the task. Let op: Robinson = tekst 1, Casper = tekst 2 1. Beide vaders zijn afwezig/reizend/levend of niet? 2. Overeenkomsten tussen de vaders; vrolijk/lachend/uiterlijk 3. Contact met vader in eerste tekst, contact in de tweede tekst? 4. Het gemis van de vaders; behoefte en nieuwsgierigheid 5. Niet duidelijk waar de vaders zijn. 6. Beide vaders zijn (nog) onbereikbaar. 7. Beiden dromen over samenzijn met hun vaders. 8. Beiden filosoferen over het begin van hun bestaan. 9. De namen van de vaders. 10. Verschillende karakters van de moeders. 11. Houding moeders t.o.v. de vaders. 12. Hoe er thuis gesproken wordt over de vaders, hoe het contact al dan niet gestimuleerd wordt. 13. Contact grootouders is een contrast. 14. Gezinssituatie; worden beiden door moeder opgevoed. 15. Robinson kan met niemand praten, Casper kan gedachten en ervaringen delen met vrienden. 16. De relatie tussen Robinson en Daniël en Casper en zijn vrienden.
What you needed in this session
Cambridge’s own grade thresholds for 2010 May/June, Paper 1 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.