Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 — 2007 May/June Paper 1 · Variant 1
0503/11/M/J/07
The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.
Question paper4 pages




Mark scheme
No mark scheme is in the library for this paper.
Paper as text
Question paper, page 1
This document consists of 4 printed pages. SP (SC) T36618/3 © UCLES 2007 [Turn over UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education READ THESE INSTRUCTIONS FIRST If you have been given an Answer Booklet, follow the instructions on the front cover of the Booklet. Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions. You should pay attention to punctuation, spelling and handwriting. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. LEES EERST DE VOLGENDE INSTRUCTIES Als je een antwoordboekje/antwoordvel hebt gekregen, volg dan de instructies op de voorzijde. Schrijf je schoolnummer, je kandidaatnummer en je naam op al het werk dat je inlevert. Schrijf met een blauwe of zwarte pen. Gebruik geen nietjes, paperclips, markeerstiften, lijm of correctievloeistof. Geef antwoord op alle vragen. Let op spelling, leestekens en handschrift. Maak al je werk aan elkaar vast, als je klaar bent met het examen. Het te behalen aantal punten staat tussen haakjes [ ] aan het einde van elke vraag of deelvraag. * 0 2 3 4 5 7 0 9 1 4 * FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/01 Paper 1 Reading May/June 2007 2 hours Additional Materials: Answer Booklet/Paper www.XtremePapers.com
Question paper, page 2
2 0503/01/M/J/07 © UCLES 2007 Deel 1 Lees de volgende tekst aandachtig door en beantwoord vervolgens vraag 1. Tekst 1 Een gat in de hand Hoeveel uitdrukkingen over geld zijn er in de Nederlandse taal? De hand op de knip houden, op de kleintjes letten, het geld laten rollen, enzovoort. Maar zijn ze wel allemaal van toepassing als er gesproken wordt over het bestedingspatroon van jongeren? Hun manier van geld uitgeven is onder de loep genomen door de Nederlandse overheid. Naar aanleiding van een enquête onder ongeveer 3000 jongens en meisjes konden er een aantal conclusies worden getrokken die later in het artikel worden besproken. Wie deden er mee aan het onderzoek? De leeftijd van de ondervraagden varieerde van 10 tot en met 25 jaar. Van de schoolgaande jongeren bleek het merendeel op de havo of het vwo te zitten. Op de tweede plaats stonden de vmbo leerlingen. Doel van het onderzoek De bedoeling van de vragenlijst was om te kijken of de jongeren meer geld uitgeven dan dat ze werkelijk bezitten. De volgende onderwerpen kwamen aan bod: kopen op afbetaling, rood staan, lenen en het hebben van schulden en onbetaalde rekeningen. Resultaten Jongeren ouder dan achttien jaar hebben vaker schulden dan scholieren. Deze jongeren, die meestal werken, besteden meer dan dat ze verdienen. Maar liefst een kwart van deze groep heeft schulden. Bovendien staat meer dan eenderde regelmatig rood. Het leeuwendeel van het geld wordt besteed aan voor de hand liggende zaken zoals het allernieuwste mobieltje, merkkleding en een scooter of brommer. Tevens wordt er geleend voor vakantie en uitgaan. Meisjes geven vaker dan jongens aan dat ze regelmatig geld tekort komen. Zij denken ook iets gemakkelijker over lenen dan jongens. Meisjes hebben ook vaker schulden (gemiddeld 700 euro), al is dat bedrag lager dan de schuld van jongens (1000 euro). De meeste jongeren met schulden zijn alleenstaand en wonen zelfstandig. Zodra ze dus niet meer bij hun ouders wonen, moeten ze geld uitgeven naar inkomen, alhoewel dat in onze maatschappij met ontelbare verleidingen, niet gemakkelijk is. Daarbij moet niet vergeten worden dat voor veel studenten de financiële druk erg hoog is waardoor ze naast hun studie een baantje moeten hebben om het hoofd boven water te kunnen houden. Als ze te veel tijd aan geld verdienen besteden, komt hun studie in het gedrang. Voor hen is het de kunst om de balans tussen studeren, geld verdienen en pret in evenwicht te houden. Hulp Om hun schulden af te kunnen betalen, wordt dan weer geleend bij ouders, vrienden en banken. Sommige ouders betalen zelfs de schulden van hun kinderen helemaal af. Andere jongeren moeten zelf uit het financiële dal kruipen en ervoor waken om niet in een vicieuze cirkel van overbesteding, leningen en schuld terecht te komen. Initiatieven Naar aanleiding van dit verontrustende onderzoek heeft de overheid initiatieven genomen om jongeren te behoeden voor financiële problemen. Zo is onlangs op een aantal basisscholen 5 10 15 20 25 30 35
Question paper, page 3
3 0503/01/M/J/07 © UCLES 2007 [Turn over lesmateriaal verspreid om scholieren te leren hoe ze bewust met geld om moeten gaan. Dit lespakket moet voorkomen dat een steeds groter wordende groep jongeren zich in de schulden steekt. Deze voorlichtende taak ligt echter niet alleen bij de overheid of het onderwijs. Ouders moeten hun kroost ook terdege voorbereiden op hun financiële verantwoordelijkheden en ze leren dat het geld niet gratis uit de muur komt en dat ze niet alles kunnen kopen wat hun hartje begeert. Voor jongere kinderen in een gezin, kan het hebben van zakgeld inzicht geven, vooral als ze van dat geld bepaalde dingen zelf moeten kopen. Een volgende stap kan dan de introductie van kleedgeld zijn. Tenslotte kan het verhelderend zijn als de ouders de uitgaven van het gezin met hun kinderen bespreken. En mogen alle opvoedkundige adviezen niet baten en is het leed al geleden, dan zijn er ook nog allerlei instanties, bijvoorbeeld het Schuldhulpbureau, die helpen met het regelen van terugbetalingen. Beantwoord vraag 1 in je eigen woorden. 1 (a) Wat wordt bedoeld met de uitdrukking ‘op de kleintjes letten’ (regel 2)? [1] (b) Waarom gebruikt de schrijver niet ‘onderzoeken’ in plaats van ‘onder de loep nemen’ (regel 4)? [1] (c) Leg uit wat het doel van de enquête was. [1] (d) Wat is kenmerkend aan de goederen waarvoor jongeren bereid zijn geld te lenen? [1] (e) Leg uit hoe jongens en meisjes schulden benaderen. [4] (f) Wat bedoelt de schrijver met de bewering dat jongeren geld naar inkomen moeten uitgeven, als ze op zichzelf gaan wonen? (regel 25–26) [1] (g) Welk nadelig gevolg kan een bijbaantje hebben voor studenten? [1] (h) Waarom is het moeilijk voor jongeren om van hun schulden af te komen? [1] (i) Waarom denk je dat het lesmateriaal al op de basisschool gebruikt wordt? [1] (j) Geef twee voorbeelden van wat ouders kunnen doen om hun kinderen beter te leren met geld om te gaan. [2] (k) Verklaar in je eigen woorden wat de volgende woorden betekenen: (i) leeuwendeel (regel 19) [1] (ii) alleenstaand (regel 25) [1] (iii) verontrustende (regel 38) [1] (iv) terdege (regel 44) [1] (l) Verklaar de titel van tekst 1. [2] [Totaal = 20 punten voor inhoud + 5 punten voor taalgebruik = 25] 40 45 50
Question paper, page 4
4 0503/01/M/J/07 © UCLES 2007 Deel 2 Lees nu tekst 2 aandachtig door en beantwoord vervolgens vraag 2. Tekst 2 Als je het mij vraagt... Gijs, Marieke, René, Hannah en Rik komen niet rond van hun maandelijks inkomen. Om zich te kunnen bedruipen, hebben ze bij hun ouders of de bank geleend. Hoe hebben ze zich eigenlijk in de nesten gewerkt en wat vinden ze van hun situatie? Gijs (17): “Ik heb een bijbaantje, dus ik verdien genoeg om uit te gaan, maar als ik weer zo’n gaaf nieuw hebbedingetje zie, dan moet ik dat kopen of ik er nou geld voor heb of niet, dat maakt niet uit. Ik kan me gewoon niet beheersen. Ik lijk wel zo’n ekster, alles wat glimt, zegt: ‘Pak mij, koop mij!’ Nou, dan ga ik gewoon even pinnen of ik leen het bij vrienden en dan heb ik het! Ik ben jong genoeg om het terug te betalen, want ik ga later toch wel meer verdienen.” René (20): “Ja, dat hoop ik ook. Ik heb wel veel geld geleend maar ik ga me echt niet voor 5 euro per uur uitsloven. Iedereen zegt toch: ‘Geniet van je studententijd’, nou dat doe ik ook. Ik heb het volste vertrouwen dat ik het ooit wel terug zal kunnen betalen. ‘Pluk de dag’ is mijn motto!” Marieke (19): “Daar ben ik het wel mee eens. Sinds kort woon ik op kamers en moet ik zelf voor alles opdraaien: de huur, elektriciteit, eten en natuurlijk mijn studieboeken. Ik krijg studiefinanciering en dat is geen vetpot! Alles is ook zo duur geworden! Ik werk al elke zaterdag én in de vakanties, maar ik kom altijd geld te kort. Toch ga ik niet zielig op mijn kamertje zitten. Ik ga wel lekker uit met mijn vriendinnen of lekker winkelen. Hoe ik uit de rode cijfers kom, zie ik wel als ik afgestudeerd ben.” Hannah (22): “Ik werk op een kantoor en verdien het minimumloon. Weet je wel hoe weinig dat is? Het geld is zo op. Ik leen gewoon geld bij mijn ouders, want ik doe mijn auto echt niet weg! Ik woon in een dorp en zonder auto kom ik helemaal nergens meer. Ik werk toch niet voor niets elke dag van 9 tot 5! ‘Je bent jong en je wilt wat’ is toch zo’n bekende slagzin, nou daar sta ik helemaal achter. Ik ben jong en wil heel veel, dus daarom koop ik veel op afbetaling. Dat kan ik echt aanraden, want het is snel en makkelijk.” Rik (24): “Klopt, dat is heel gemakkelijk, maar je loopt zo een grote schuld op. Dat is bij mij gebeurd en nu denk ik: ‘Was dat het nu allemaal wel waard?’ Ik heb zelf geprobeerd om spullen via het internet te verkopen, want ik zie het niet meer zitten. Ik verdien gewoon niet genoeg om alles af te lossen en daar begin ik van te balen. Ik ben nu 24 en heb leningen uitstaan van meer dan 10.000 euro. De banken moeten geen krediet meer verlenen aan jongeren. Ik heb hulp ingeroepen. Ik ben weer thuis gaan wonen en ik hoef van mijn ouders geen kostgeld te betalen. Zo spaar ik veel uit en kan ik toch fatsoenlijk proberen te leven, terwijl ik mijn schulden aflos via een terugbetalingsregeling. Nee, ik wil niet meer eeuwig blut zijn.” 2 Schrijf een tekst waarin je de opvattingen uit tekst 1 samenvattend vergelijkt met de meningen van de ondervraagden uit tekst 2. Gebruik niet meer dan 200-250 woorden. [Totaal = 15 punten voor inhoud + 10 punten voor taalgebruik = 25] 5 10 15 20 25 30 35 Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge.