Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2014 May/June Paper 2 · Variant 1

0515/21/M/J/14 · 65 marks · ≈73 min

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - Foreign Language papersWhat was in this paper?

Question paper16 pages

Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 1 of 16
Page 1 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 2 of 16
Page 2 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 3 of 16
Page 3 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 4 of 16
Page 4 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 5 of 16
Page 5 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 6 of 16
Page 6 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 7 of 16
Page 7 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 8 of 16
Page 8 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 9 of 16
Page 9 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 10 of 16
Page 10 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 11 of 16
Page 11 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 12 of 16
Page 12 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 13 of 16
Page 13 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 14 of 16
Page 14 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 15 of 16
Page 15 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2014 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 16 of 16
Page 16 of 16

Mark scheme7 pages

Answers below. Sit the paper first if you are practising.

Mark scheme, page 1 of 7
Page 1 of 7
Mark scheme, page 2 of 7
Page 2 of 7
Mark scheme, page 3 of 7
Page 3 of 7
Mark scheme, page 4 of 7
Page 4 of 7
Mark scheme, page 5 of 7
Page 5 of 7
Mark scheme, page 6 of 7
Page 6 of 7
Mark scheme, page 7 of 7
Page 7 of 7

Paper as text

Question paper, page 1

This document consists of 16 printed pages. IB14 06_0515_02/6RP © UCLES 2014 [Turn over *5913019954* Cambridge International Examinations International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/02 Paper 2 Reading and Directed Writing May/June 2014 1 hour 30 minutes Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. DO NOT WRITE IN ANY BARCODES. Answer all questions in Section 1, Section 2 and Section 3. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. PAPA CAMBRIDGE

Question paper, page 2

2 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 - 5 Kruis [X] het hokje bij het juiste antwoord aan. 1 Je wilt een nieuwe broek. Wat koop je? A A B C D B C D [1] 2 Je krijgt een e-mail van een vriend: Kom je taart eten? Ik ben jarig. Wat wil je vriend? A A B C D B C D [1] 3 Wat is in de aanbieding? In de aanbieding: Een kilo appels € 1.50 A A B C D B C D [1]

Question paper, page 3

3 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 [Turn over 4 Je leest dit in het museum. Niet op de stoelen zitten Wat mag je niet doen? A B C D A B C D [1] 5 Waar leen je een boek? A BIBLIOTHEEK B ZIEKENHUIS C APOTHEEK D DIERENTUIN [1] [Totaal: 5]

Question paper, page 4

4 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 Tweede oefening, vragen 6 – 10 Lees de tekst en de vragen. Verjaardagen Tineke Ik wil geen feest. Ik ga liever een avondje met een vriend naar de bioscoop. Dan ben ik gelukkig. Jaap Ik ga met mijn vader, moeder en drie zusjes eten in een restaurant. Dat is voor mij het leukste van de hele dag. Frits We hebben een groot huis dus ik nodig de hele klas uit. Hoe drukker, hoe leuker. Mijn vriend zorgt voor de muziek. Mijn moeder koopt pizza’s. Welke zin hoort bij welke naam? Kruis [X] bij elke vraag één hokje aan. Tineke Jaap Frits 6 Ik eet thuis. [1] 7 Ik wil een film zien. [1] 8 Mijn vriend helpt me. [1] 9 Ik ga uit eten met mijn familie. [1] 10 Ik wil veel mensen op mijn feestje. [1] [Totaal: 5]

Question paper, page 5

5 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 [Turn over Derde oefening, vragen 11 – 15 Pien en Leonie werken bij de radio. Lees de teksten en de vragen. PIEN LEONIE Ik ben 13 en ik werk pas een paar maanden bij de radio. Kinderen bellen op met vragen over hun huisdier. Ze vertellen over hun hond of vis. Soms hebben ze een grappig verhaal en dan moeten we erg lachen. Op de radio moet ik langzamer praten, maar dat vergeet ik wel eens. Ik ben 15. Ik werk al een paar jaar bij de radio en ken dus iedereen. Kinderen kunnen mij dingen vragen en dan geef ik antwoord. Mijn collega zoekt de antwoorden op het internet op. Zo leer ik terwijl ik werk. Ik werk ook bij een muziekprogramma en dat is heel leuk. Gaan de zinnen over Pien, Leonie of allebei? Kruis [X] het hokje bij het juiste antwoord aan. PIEN LEONIE ALLEBEI 11 Zij werkt kort bij de radio. [1] 12 Zij beantwoordt vragen. [1] 13 Zij praat soms te snel. [1] 14 Zij werkt aan twee programma’s. [1] 15 Zij kent veel mensen bij de radio. [1] [Totaal: 5]

Question paper, page 6

6 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 Vierde oefening, vraag 16 Je moeder is een dagje weg en je moet thuis helpen. Stuur een e-mail aan je vriend/vriendin en geef de volgende informatie: 16 (a) Wat ‘s ochtends doen? (b) Wat ‘s middags doen? (c) Wat ‘s avonds doen? Schrijf ongeveer 25 - 40 woorden. [Totaal: 5]

Question paper, page 7

7 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 [Turn over Deel 2 Eerste oefening, vragen 17 – 25 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. Wonen in Kenia Ik ben Paul en woon sinds mijn zevende in Kenia, waar mijn ouders een bloemenbedrijf hebben. We krijgen vaak bezoek uit Nederland. Dat is altijd gezellig. Als er familie komt, nemen ze meestal cadeautjes mee. Laatst kwam er nog iemand uit Nederland om naar ons bloemenbedrijf te kijken. Hij nam kaas en stroopwafels mee. Heerlijk! Als de familie op bezoek komt, gaan we altijd op safari. We slapen dan in hele luxe tenten, met een eigen badkamer met douche en wc. Overdag op safari zoeken we naar leeuwen, herten, olifanten en apen. Dat vind ik altijd heel leuk. Mijn vader zegt altijd: ‘Wie als eerste een olifant, zebra of leeuw ziet, krijgt 10 euro.’ Dat spelletje heb ik al een paar keer gewonnen! Luxe of niet, je moet wel oppassen, want je zit midden in de natuur. Je moet de rits van de tent goed dichtdoen, anders stelen apen je hele tent leeg, vooral koekjes vinden ze lekker. Wij leggen vaak een plastic krokodil voor de tent, want dan durven de apen niet binnen te komen, omdat ze denken dat het een echte krokodil is. ’s Nachts lopen er allemaal dieren over je tentdak heen. Dat is soms best eng, omdat je niet weet wat het is. Ik hoop dat er nog heel veel mensen op bezoek komen, vooral mijn vriend Michiel. 17 Hoe oud was Paul toen hij naar Kenia ging? [1] 18 Wat doen Pauls ouders? [1] 19 Wat vindt Paul leuk aan bezoek? Noem twee dingen. (i) [1] (ii) [1]

Question paper, page 8

8 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 20 Wat vindt Paul lekker? [1] 21 Wat doet Paul met de familie uit Nederland? [1] 22 Wat is er luxe aan de tenten? [1] 23 Hoe verdient Paul geld? [1] 24 Waarom legt de familie een plastic krokodil voor de tent? [1] 25 Waarom is Paul wel eens bang? [1] [Totaal: 10]

Question paper, page 9

9 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 [Turn over Tweede oefening, vraag 26 Je hebt een nieuwe hobby. Schrijf een brief van 80 - 100 woorden aan een vriend/vriendin. Schrijf over de volgende punten: (a) Wat je hobby is en wanneer je met deze hobby bent begonnen. (b) Waarom je deze hobby bent gaan doen en met wie. (c) Twee dingen die belangrijk zijn voor je hobby. (d) Twee vragen aan je vriend/vriendin over zijn/haar hobby. (e) Twee dingen die je in de toekomst wilt doen. [Totaal: 15]

Question paper, page 10

10 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 Deel 3 Eerste oefening, vragen 27 – 34 Lees de volgende tekst. Kruis [X] het hokje bij het juiste antwoord aan. Verboden voor tractoren Leerlingen van De Fuut in Juinen mogen niet meer met de tractor naar school komen. De schoolleiding vindt het te gevaarlijk. ‘Steeds meer leerlingen kwamen met de tractor naar school, maar ze hebben bijna geen ervaring in het verkeer’, legt Hans Hekking, de directeur van de school, uit. De Fuut is een agrarische school. Je kunt er leren om boer te worden. Vroeger stond de school nog op een andere plaats. ‘De leerlingen konden toen de tractoren nog wel in de buurt van de school parkeren’, zegt Hekking. ‘De nieuwe school heeft een eigen parkeerterrein, maar om daarop te komen, moeten de tractoren een fietspad oversteken waar veel leerlingen van de basisschool langskomen.’ ‘De tractoren van de leerlingen waren geweldig groot en soms waren er files’, zegt Hekking. ‘Voor de zomervakantie stonden er elke dag tien tot twaalf van zulke enorme tractoren op ons parkeerterrein.’ De school heeft toen al aan de ouders gevraagd om de leerlingen niet meer per tractor naar school te laten komen. Ze hadden daar geen begrip voor, want De Fuut is niet de enige school waar leerlingen met de tractoren naar school rijden. Het gebeurt op agrarische scholen door het hele land. Je mag in Nederland op een tractor rijden als je 16 bent. Je moet dan wel een examen doen, maar dat is makkelijker dan het brommerexamen. De school kan leerlingen niet verbieden om op een tractor te rijden. ‘We willen nu aan het begin van het nieuwe schooljaar meteen duidelijk zijn’, zegt Hekking. ‘Daarom geldt sinds de eerste schooldag een parkeerverbod op school. Veel leerlingen die een tractor hadden, zijn nu van school af. We willen met de nieuwe maatregel voorkomen dat het aantal tractorrijders in de loop van het jaar weer langzaam groter wordt. De leerlingen vinden dat het tractorprobleem niet bestaat. Piet (16): ‘Dit is onzin. Er staan maar twaalf tractoren op het schoolplein, dat is toch niet zo veel? Er zijn nog nooit ongelukken gebeurd op school.’

Question paper, page 11

11 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 [Turn over 27 De schoolleiding van De Fuut wil ... A tractoren van leerlingen verbieden. B leerlingen verkeersles geven. C leerlingen met verkeerservaring. D leerlingen die tractoren kunnen besturen. [1] 28 Volgens Hekking ... A werd de school te groot. B werd het te druk op school. C werden de leerlingen snel afgeleid. D waren de leerlingen niet gewend aan verkeer. [1] 29 Vroeger kon je makkelijk parkeren omdat ... A er ruimte was in de buurt. B je het fietspad mocht gebruiken. C je voor de basisschool altijd kon parkeren. D je een eigen parkeerplek had. [1]

Question paper, page 12

12 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 30 Volgens Hekking is het probleem dat ... A er altijd files zijn. B de tractoren te groot zijn. C de ouders de tractoren nodig hebben. D het terrein in de vakantie wordt gebruikt. [1] 31 De ouders vinden het verbod ... A niet nodig. B hard nodig. C begrijpelijk. D verstandig. [1] 32 Het tractorexamen is ... A belangrijker dan het brommerexamen. B eenvoudiger dan het brommerexamen. C net zo makkelijk als het brommerexamen. D moeilijker dan het brommerexamen. [1]

Question paper, page 13

13 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 [Turn over 33 In het nieuwe schooljaar wil Hekking ... A het aantal tractoren verminderen. B meer leerlingen aantrekken. C meer parkeerruimte maken. D het fietspad weghalen. [1] 34 Piet vindt dat … A er te weinig parkeerruimte is. B er te veel tractoren op het schoolplein staan. C er vroeger veel ongelukken gebeurden. D de schoolleiding ongelijk heeft. [1] [Totaal: 8]

Question paper, page 14

14 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 Tweede oefening, vragen 35 – 45 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. App-bouwer Joris Dekker Joris Dekker (14) staat in de belangstelling van een Amerikaans computerbedrijf. De leerling uit groep 3 van het gymnasium staat een mooie toekomst te wachten als applicatie-bouwer, of beter gezegd: app-bouwer. Wellicht ooit in Amerika, waar hij het liefst wil werken. Drie apps (programma’s en spelletjes voor smartphones) staan inmiddels op zijn naam. Het begon toen hij zijn eerste smartphone kreeg. ‘Toen ik zag dat je apps kon installeren, vroeg ik me af hoe je zoiets kunt maken. Ik ontdekte op een website een programma waarmee je zelf perfect apps kunt bouwen.’ Hij schreef zich daarvoor in op naam van zijn vader, want je moest minimaal 18 jaar zijn. De programmeertaal die nodig is voor het maken van apps, leerde hij zelf. ‘De basis beheers ik nu’, zegt hij bescheiden. Zijn eerste zelfgemaakte app vindt hij inmiddels ‘stom’. Hij pakt zijn mobieltje erbij om het te laten zien. ‘Het ziet er lelijk uit. Met mijn tweede app kon je fotocollages maken.’ Hij geeft opnieuw een demonstratie. Bij zijn derde applicatie volgde het echte succes. ‘Daarmee stond ik binnen een paar uur in de internationale top 25. Eind vorig jaar heb ik twee weken lang in de top drie gestaan.’ Zijn succes werd snel opgemerkt. Hoe het Amerikaanse bedrijf precies bij hem terechtkwam, weet Joris niet, maar opeens kreeg hij een e-mail van de directeur. ‘Hij schreef dat hij in Amsterdam was en dat hij over mij had gehoord. Hij wilde me graag ontmoeten. Op Schiphol hebben we ruim drie uur met elkaar gesproken, over applicaties en over van alles en nog wat.’ Op zijn mobieltje laat hij een foto zien van deze ontmoeting. Later kreeg Joris een uitnodiging om naar New York te komen. ‘Dat was een conferentie voor ontwikkelaars van apps. Er waren zo’n vijfhonderd mensen aanwezig. Daar heb ik de echte ontwerpers ontmoet. Ik liet ze mijn vierde app zien, een spel. Dat vonden ze geweldig. ‘Eén van de ontwerpers wil samen met mij een nieuwe app ontwikkelen. Wat het wordt, is nog geheim.’

Question paper, page 15

15 © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 [Turn over 35 Wie is geïnteresseerd in Joris Dekker? [1] 36 Waar ziet Joris zijn toekomst? [1] 37 Wanneer kreeg Joris belangstelling voor het maken van apps? [1] 38 Hoe heeft Joris geleerd om apps te bouwen? Geef twee bijzonderheden. (i) [1] (ii) [1] 39 Waarom gebruikte Joris de naam van zijn vader? [1] 40 Wat vindt de schrijver van Joris? [1] 41 Waarom vindt Joris zijn eerste app stom? [1] 42 Hoe weet je dat zijn derde app populair was? [1] 43 Wat gebeurde er als gevolg van het succes van zijn derde app? [1] 44 Waarom was het congres in New York interessant voor Joris? [1]

Question paper, page 16

16 Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. © UCLES 2014 0515/02/M/J/14 45 Waar is Joris op dit moment mee bezig? [1] [Totaal: 12]

Mark scheme, page 1

CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2014 series 0515 DUTCH (FOREIGN LANGUAGE) 0515/02 Paper 2 (Reading and Directed Writing), maximum raw mark 65 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes should be read in conjunction with the question paper and the Principal Examiner Report for Teachers. Cambridge will not enter into discussions about these mark schemes. Cambridge is publishing the mark schemes for the May/June 2014 series for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level components and some Ordinary Level components. PAPA CAMBRIDGE

Mark scheme, page 2

Page 2 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 02 © Cambridge International Examinations 2014 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 – 5 1 A [1] 2 B [1] 3 D [1] 4 C [1] 5 A [1] [Totaal: 5] Tweede oefening, vragen 6 – 10 6 Frits [1] 7 Tineke [1] 8 Frits [1] 9 Jaap [1] 10 Frits [1] [Totaal: 5] Derde oefening, vragen 11 – 15 11 Pien [1] 12 allebei [1] 13 Pien [1] 14 Leonie [1]

Mark scheme, page 3

Page 3 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 02 © Cambridge International Examinations 2014 15 Leonie [1] [Totaal: 5] Vierde oefening, vraag 16 Three pictures × 1 Use of Language: max. 2 5 marks: 3 marks for communicating three items of information, 0, 1 or 2 marks according to grid. Candidates do not have to write in complete sentences; they should not be penalised for writing in note form. 2 Verbs must be in appropriate tenses. Minor errors (adjective endings, use of prepositions, wrong definite article, etc.) are tolerated. 1 Some appropriate usage to reward. Where verbs are not in appropriate tenses, award max. 1 mark. 0 No examples of appropriate usage to reward. N.B: 0 marks for Communication means none for Language. [Totaal: 5 marks]

Mark scheme, page 4

Page 4 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 02 © Cambridge International Examinations 2014 Deel 2 Eerste oefening, vragen 17 – 25 17 zeven [1] 18 ze hebben een bloemenbedrijf [1] 19 (i) het is gezellig [1] (ii) ze brengen cadeautjes [1] 20 kaas en / of stroopwafels [1] 21 hij gaat op safari [1] 22 ze hebben een badkamer [1] 23 door als eerste een dier te zien [1] 24 om de apen uit de tent te houden [1] 25 omdat er dieren over het dak lopen [1] [Totaal: 10] Tweede oefening, vraag 26 Communication marks: 10 marks are awarded for communication. Communication marks are allocated as follows: (a) Wat je hobby is en wanneer je met deze hobby bent begonnen. [max. 2] (b) Waarom je deze hobby bent gaan doen en met wie. [max. 2] (c) Twee dingen die belangrijk zijn voor je hobby. [max. 2] (d) Twee vragen aan je vriend / vriendin over zijn / haar hobby. [max. 2] (e) Twee dingen die je in de toekomst wilt doen. [max. 2] N.B.: candidates who do not complete all of the tasks cannot score full marks for communication.

Mark scheme, page 5

Page 5 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 02 © Cambridge International Examinations 2014 Accuracy: 5 marks are awarded for accuracy, using the table below: 5 Straightforward vocabulary and structure. The style of writing is basic, but reasonably coherent. Use of a limited range of verbs, generally successful. More accuracy than inaccuracy. 4 Basic vocabulary and structure. Some awareness of verb usage, but inconsistent. The writing is sufficiently accurate for meaning to be conveyed. 3 Very basic vocabulary and structure. Little awareness of verb usage (e.g. infinitives regularly used instead of finite verbs). Despite regular errors, the writing often conveys some meaning. 2 A few phrases or short sentences are accurate enough to be recognisable. Very simple sentence structure. 1 Disjointed words or short phrases, one or two of them accurate enough to be comprehensible. 0 Nothing accurate enough to be comprehensible. [Totaal: 15]

Mark scheme, page 6

Page 6 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 02 © Cambridge International Examinations 2014 Deel 3 Eerste oefening, vragen 27 – 34 27 A [1] 28 D [1] 29 A [1] 30 B [1] 31 A [1] 32 B [1] 33 A [1] 34 D [1] [Totaal: 8] Tweede oefening, vragen 35 – 45 35 een Amerikaans computerbedrijf [1] 36 in Amerika [1] 37 toen hij zijn eerste smartphone kreeg [1] 38 (i) Hij vond een website. [1] (ii) Hij leerde een progammeertaal. [1] 39 Hij was nog geen 18 jaar. / Hij was te jong. [1] 40 bescheiden [1] 41 Hij is lelijk. [1]

Mark scheme, page 7

Page 7 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2014 0515 02 © Cambridge International Examinations 2014 42 stond in de internationale top 25 [1] 43 De Amerikaanse directeur wou met hem praten. [1] 44 Hij ontmoette echte ontwerpers. [1] 45 met zijn nieuwe app / dat is nog geheim [1] [Totaal: 12]

What you needed in this session

Cambridge’s own grade thresholds for 2014 May/June, Paper 2 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.

A48/65
B40/65
C32/65
D27/65
E21/65
F16/65
G11/65