Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2011 May/June Paper 2 · Variant 1
0515/21/M/J/11 · 65 marks · ≈73 min
The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.
Question paper16 pages
















Mark scheme6 pages
Answers below. Sit the paper first if you are practising.






Paper as text
Question paper, page 1
This document consists of 14 printed pages and 2 blank page. IB11 06_0515_02/3RP © UCLES 2011 [Turn over *4423593009* For Examiner's Use Section 1 Section 2 Section 3 Total UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/02 Paper 2 Reading and Directed Writing May/June 2011 1 hour 30 minutes Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. DO NOT WRITE IN ANY BARCODES. Answer all questions. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. www.XtremePapers.com
Question paper, page 2
2 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 For Examiner's Use For Examiner's Use Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 - 5 Kruis [Χ] het hokje bij het juiste antwoord aan. 1 Waar lees je dit? 2 BLIKJES ZALM 1 euro A B C A B D C D [1] 2 Je wilt je haar laten knippen. Waar ga je naartoe? A stadhuis B slagerij C bibliotheek D kapper [1]
Question paper, page 3
3 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use 3 Wat kun je leren? Rijles: 25 euro per les A B C A B C D D [1] 4 Waarop lees je dit? Donkere kleuren apart wassen! A B C A B C D D [1] 5 Wat is er te koop? Te koop Hoekhuis in Amsterdam A B C B C D A D [1] [Totaal: 5]
Question paper, page 4
4 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 For Examiner's Use For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 6 - 10 Welke tekst hoort bij de volgende krantenkoppen? Zet de letters in het juiste hokje. Je hebt niet alle letters nodig. 6 ONGELUK OP STRAAT [1] 7 DE TIEN LEUKSTE WINKELSTEDEN [1] 8 WEINIG WERK [1] 9 GEFELICITEERD [1] 10 HOPEN OP REGEN [1] Kies uit de volgende mogelijkheden: A Meneer en mevrouw De Graaf zijn 50 jaar getrouwd. B In heel Europa is het winter. C Brussel staat boven aan de lijst. D Een fietser rijdt tegen een boom en breekt zijn been. E Het is al vijf jaar erg droog in het zuiden van Australië. F Veel jongeren kunnen geen baan vinden. G Het Nederlands elftal moet harder trainen. [Totaal: 5]
Question paper, page 5
5 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use Derde oefening, vragen 11 – 15 Lees de volgende tekst. Geef aan of de stellingen waar of niet waar zijn, of niet in de tekst staan. Kruis [Χ] het hokje bij het juiste antwoord aan. Jeroen (12) komt uit een echte tennisfamilie. Zijn vader en moeder, zijn twee zussen, zijn oma en een heleboel neefjes en nichtjes spelen ook. Hij speelt al vanaf zijn vierde, in het begin gewoon op straat tegen zijn vader. Nu traint hij elke dag op een club. Zijn vader brengt hem ernaartoe. Hij maakt zijn huiswerk in de auto, of hij luistert naar muziek. Om half zeven is hij weer thuis en staat het eten klaar. ’s Avonds doet hij niet veel: nog wat huiswerk of even tv kijken. waar niet waar niet in de tekst 11 Alleen Jeroen tennist in zijn familie. [1] 12 Jeroen tennist dagelijks. [1] 13 Jeroen fietst naar zijn club. [1] 14 Jeroen gaat om half 7 naar huis. [1] 15 Jeroen houdt van films. [1] [Totaal: 5]
Question paper, page 6
6 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 For Examiner's Use For Examiner's Use Vierde oefening, vraag 16 Je wilt een dagje uit en vraagt een paar vrienden of ze meegaan. Stuur een e-mail en geef de volgende informatie: 16 (a) Wat doen? (b) Waarom? (c) Daarna? Schrijf ongeveer 25 - 40 woorden. [Totaal: 5]
Question paper, page 7
7 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 [Turn over BLANK PAGE PLEASE TURN OVER FOR PART 2
Question paper, page 8
8 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 For Examiner's Use For Examiner's Use Deel 2 Eerste oefening, vragen 17 - 25 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. SPELLETJE Je kent het spelletje wel: de eerste persoon in een kring bedenkt een zin. Die zegt hij zacht in het oor van de volgende persoon, en die geeft hem weer door aan zijn buurman. Dit gaat door tot iedereen hem gehoord heeft. Meestal komt er aan het eind een totaal andere zin uit. Leuk met een klein groepje, nog leuker met duizend kinderen, genoeg voor een wereldrecord. Kitty was er bij: “Het was in het Olympisch Stadion in Amsterdam. Daar was ik nog nooit geweest. En het was op een schooldag! We zijn met onze klas in een bus naar het stadion gereden. Er waren kinderen van scholen uit het hele land. Ik heb veel nieuwe vrienden gekregen. Het spel begon om twee uur. Iedereen gaf de zin één keer door. We hebben tussendoor andere spelletjes gedaan zoals quizzen en puzzels. Ik zat ongeveer in het midden. Het spel begon met de zin ‘Samen maken we een wereld van verschil’. Na een uur was ik aan de beurt. Het enige wat ik hoorde was totale onzin. Het spel duurde twee uur. In de klas was het heel makkelijk, maar in een stadion met zoveel mensen is het toch moeilijker.” 17 Wie bedenkt de zin? [1] 18 Hoe praat je in het spelletje? [1] 19 Aan wie geef je de zin door? [1] 20 Wat heb je meestal aan het einde? [1] 21 Hoeveel deelnemers waren er voor het wereldrecord? [1]
Question paper, page 9
9 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use 22 Waarom vond Kitty het leuk dat het in het Olympisch Stadion was? (i) [1] (ii) [1] 23 Wat deden de kinderen nog meer? [1] 24 Wat hoorde Kitty toen het haar beurt was? [1] 25 Hoelang was het spel? [1] [Totaal: 10]
Question paper, page 10
10 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 For Examiner's Use For Examiner's Use Tweede oefening, vraag 26 Je hebt een nieuwe penvriend/penvriendin. Schrijf een brief van 80 - 100 woorden aan hem/haar. Schrijf over de volgende punten: (a) Twee dingen over jezelf. (b) Twee dingen over je familie. (c) Wat je gedaan hebt en wat je daarvan vond. (d) Twee vragen aan je penvriend/penvriendin. (e) Twee dingen die je wilt doen. [Totaal: 15]
Question paper, page 11
11 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 [Turn over BLANK PAGE PLEASE TURN OVER FOR PART 3
Question paper, page 12
12 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 For Examiner's Use For Examiner's Use Deel 3 Eerste oefening, vragen 27 - 34 Lees de volgende tekst. Kruis [Χ] het hokje bij het juiste antwoord aan. PORTRETSCHILDER Toon de Haas is portretschilder uit Amstelveen. Hij had een stukje van mij in de krant gelezen over ‘het weinig aantrekkelijke beroep’ van portretschilder. Ik bedoelde dat de mensen van wie het portret gemaakt wordt niet snel tevreden zijn met het resultaat. Het leek De Haas aardig om eens te kijken of dat echt waar was. Daarom bood hij aan om een portret van mij te schilderen. Het zou me niets kosten, het schilderij bleef van hem en ik hoefde alleen maar op een stoel in zijn atelier te zitten. Ik sta altijd open voor nieuwe ervaringen, dus kon ik het niet weigeren. Ik keek nog even naar een filmpje op de tv, waar De Haas een aantal portretten van buurtbewoners uit Amstelveen liet zien. Schilderen, dat kon hij, dat was duidelijk. Op een middag ontving De Haas mij in het atelier achter zijn huis aan de Molenweg. Hij was een forse, vitale man van tachtig, die bewoog als iemand van vijftig en praatte als iemand van twintig. “Ik ben een echte kletskous”, zei hij. Hij keek me aan. “U heeft minder haar dan op de foto in de krant”, zei hij lachend. Dat klopte, want die foto was alweer enkele jaren oud. Ik ging zitten. De schilder bleef maar babbelen terwijl hij druk aan het werk was. Hij zei dat hij, als het goed ging, binnen enkele uren een portret kon maken. Ik kon nauwelijks geloven dat dat waar was, omdat zijn mond maar niet wilde stilstaan. Hij vertelde me waar hij vandaan kwam: een boerenzoon uit Texel, die tegen de zin van zijn vader kunstschilder was geworden. Toen hij 26 was, was hij als schilder in Amstelveen begonnen. Na anderhalf uur zei hij: “Dit is het wel”. Een historisch moment. Voor het eerst van mijn leven zag ik mijn geschilderde kop. En het gekke was: ik wist niet wat ik ervan moest vinden. Dat hoofd had iets bekends, maar wás ik het ook? Ik merkte dat ik dat helemaal niet kon beoordelen. Een portret is geen foto, het is hoe de schilder je ziet. Zo zag De Haas mij. We besloten er een glaasje op te drinken. 27 De schrijver denkt dat portretschilders... A tevreden zijn met hun werk. B vaak negatieve reacties krijgen. C aantrekkelijk zijn. D weinig verdienen. [1]
Question paper, page 13
13 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use 28 De Haas wilde de schrijver schilderen... A om te zien of de schrijver gelijk had. B om geld te verdienen. C om op de televisie te komen. D omdat hij in de buurt woonde. [1] 29 De schrijver had er wel zin in, omdat hij... A een portret van zichzelf wilde hebben. B veel geld heeft. C graag iets nieuws doet. D van poseren houdt. [1] 30 Op de tv zag de schrijver dat De Haas... A veel ervaring had. B duidelijk schilderde. C goed schilderde. D beroemde mensen schilderde. [1] 31 De Haas... A werkt in een molen. B is nog vrij jong. C is klein van stuk. D praat graag. [1]
Question paper, page 14
14 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 For Examiner's Use For Examiner's Use 32 Wat valt Toon de Haas op als de schrijver binnenkomt? A de foto B het kalende hoofd C zijn leeftijd D het atelier [1] 33 De schrijver kon bijna niet geloven dat De Haas... A nooit zijn mond hield. B zo snel kon schilderen. C steun had gekregen van zijn vader. D al zo lang in Amstelveen woonde. [1] 34 Toen de schrijver zijn portret zag,... A vond hij dat hij een gekke kop had. B was hij inderdaad niet tevreden. C herkende hij iets van zichzelf. D herkende hij zichzelf helemaal niet. [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 15
15 © UCLES 2011 0515/02/M/J/11 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 35 – 44 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. NACHT VAN DE NACHT Gisteravond om een uur of elf fietste ik het dorp uit op weg naar huis. Toen ik over het bruggetje reed, werd ik enthousiast: voor me was het aardedonker. Het was me opeens duidelijk waarom alleen mensen in de stad van die kleine losse lampjes op hun fiets hebben en mensen buiten nooit: dan zie je niets. Een fietslamp is er niet alleen om gezien te worden. Als je even door het donker fietst, wennen je ogen eraan en kun je steeds meer zien. In Zuid- Afrika heb ik gezien dat het waar is wat ze over de sterren zeggen: ze geven licht. Hier in Nederland merk je daar niets van, omdat er altijd wel ergens een lantaarnpaal of een huis in de verte licht uitstraalt. Ook op het zogenaamd stikdonkere platteland is het niet echt erg donker. Mijn dorp heeft maar drie straten en zelfs daar is het sinds ruim een jaar nooit meer donker. Onze burgemeester heeft zich laten wijsmaken dat het veiliger is als het dorp goed verlicht is. Nu hebben we niet alleen meer lantaarnpalen, maar ze branden ook nog eens de hele nacht. Het was gisteravond de Nacht van de Nacht, een initiatief om het ’s nachts echt donker te laten zijn. De Stichting Alterra meent dat niet alleen de mensen er prijs op stellen dat het op het platteland ’s nachts donker is, maar dat het ook beter is voor het milieu en voor de dieren. Ik denk dat het in de stad anders is. Daar heb je geen behoefte aan inktzwarte duisternis. Maar hoe zit het met de kantoren waar de hele nacht licht brandt? Of lichtreclames die gewoon reclame blijven maken, ook al is er geen mens meer op straat? Dat is toch energieverspilling? 35 Waar fietste de schrijfster naartoe? [1] 36 Wat had ze niet verwacht? [1] 37 Wat is het nadeel van kleine losse fietslampjes? [1] 38 Wat ontdekte de schrijfster in Zuid-Afrika? [1] 39 Hoe weet je dat de schrijfster in een klein dorp woont? [1]
Question paper, page 16
16 Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. 0515/02/M/J/11 For Examiner's Use 40 Uit welk woord blijkt dat ze het niet eens is met de burgemeester? [1] 41 Noem twee dingen die in haar dorp veranderd zijn. (i) [1] (ii) [1] 42 Welk evenement bracht de schrijfster op het idee om dit stuk te schrijven? [1] 43 Noem twee redenen waarom de schrijfster tegen lichtreclame ’s nachts is. (i) [1] (ii) [1] 44 Verklaar de titel. [1] [Totaal: 12]
Mark scheme, page 1
UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2011 question paper for the guidance of teachers 0515 DUTCH (FOREIGN LANGUAGE) 0515/02 Paper 2 (Reading and Directed Writing), maximum raw mark 65 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes must be read in conjunction with the question papers and the report on the examination. • Cambridge will not enter into discussions or correspondence in connection with these mark schemes. Cambridge is publishing the mark schemes for the May/June 2011 question papers for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level syllabuses and some Ordinary Level syllabuses. www.XtremePapers.com
Mark scheme, page 2
Page 2 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2011 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2011 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1–5 1 A 2 D 3 C 4 D 5 B Tweede oefening, vragen 6–10 6 D 7 C 8 F 9 A 10 E Derde oefening, vragen 11–15 11 niet waar 12 waar 13 niet waar 14 niet waar 15 niet in de tekst
Mark scheme, page 3
Page 3 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2011 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2011 Vierde oefening, vraag 16 Three pictures × 1 Use of Language: max. 2 [Total: 5 marks] 5 marks: 3 marks for communicating three items of information, 0, 1 or 2 marks according to grid. Candidates do not have to write in complete sentences; they should not be penalised for writing in note form. 2 Verbs must be in appropriate tenses. Minor errors (adjective endings, use of prepositions, wrong genders, etc.) are tolerated. 1 Some appropriate usage to reward. Where verbs are not in appropriate tenses, award max. 1 mark. 0 No examples of appropriate usage to reward. N.B: 0 marks for Communication means none for Language.
Mark scheme, page 4
Page 4 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2011 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2011 Deel 2 Eerste oefening, vragen 17–25 17 de eerste persoon 18 zacht 19 aan de volgende persoon / je buurman / buurvrouw 20 een (totaal) andere zin 21 duizend / 1000 22 (i) Ze was er nog nooit geweest. (ii) Ze hoefde niet naar school. / Het was een schooldag. 23 quizzen en/of puzzels 24 onzin 25 twee uur Tweede oefening, vraag 26 Communication marks: 10 marks are awarded for communication. Communication marks are allocated as follows: (a) Twee dingen over jezelf. [max. 2] (b) Twee dingen over je familie. [max. 2] (c) Wat je gedaan hebt en wat je daarvan vond. [max. 2] (d) Twee vragen aan je penvriend/penvriendin. [max. 2] (e) Twee dingen die je wilt doen. [max. 2] N.B.: candidates who do not complete all of the tasks cannot score full marks for communication.
Mark scheme, page 5
Page 5 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2011 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2011 Accuracy: 5 marks are awarded for accuracy, using the table below: 5 Straightforward vocabulary and structure. The style of writing is basic, but reasonably coherent. Use of a limited range of verbs, generally successful. More accuracy than inaccuracy. 4 Basic vocabulary and structure. Some awareness of verb usage, but inconsistent. The writing is sufficiently accurate for meaning to be conveyed. 3 Very basic vocabulary and structure. Little awareness of verb usage (e.g. infinitives regularly used instead of finite verbs). Despite regular errors, the writing often conveys some meaning. 2 A few phrases or short sentences are accurate enough to be recognisable. Very simple sentence structure. 1 Disjointed words or short phrases, one or two of them accurate enough to be comprehensible. 0 Nothing accurate enough to be comprehensible.
Mark scheme, page 6
Page 6 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2011 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2011 Deel 3 Eerste oefening, vragen 27–34 27 B 28 A 29 C 30 C 31 D 32 B 33 B 34 C Tweede oefening, vragen 35–44 35 naar huis 36 Dat het heel donker / aardedonker was. (niet: Voor me was het aardedonker.) 37 Je kan niets zien. / Ze geven niet genoeg licht. 38 Dat sterren licht geven. / Sterren geven licht. (niet: Ze geven licht.) 39 Er zijn maar drie straten. 40 wijsmaken 41 (i) Meer lantaarnpalen (ii) De lantaarnpalen zijn de hele nacht aan. 42 Nacht van de Nacht 43 (i) Niemand ziet het. (ii) energieverspilling 44 Een donkere nacht / een natuurlijke nacht / een nacht zonder kunstmatig licht – or any plausible explanation
What you needed in this session
Cambridge’s own grade thresholds for 2011 May/June, Paper 2 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.