Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2013 May/June Paper 2 · Variant 1
0515/21/M/J/13 · 65 marks · ≈73 min
The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.
Question paper20 pages




















Mark scheme7 pages
Answers below. Sit the paper first if you are practising.







Paper as text
Question paper, page 1
This document consists of 16 printed pages and 4 blank pages. IB13 06_0515_02/3RP © UCLES 2013 [Turn over *8027461940* UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/02 Paper 2 Reading and Directed Writing May/June 2013 1 hour 30 minutes Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. DO NOT WRITE IN ANY BARCODES. Answer all questions in Section 1, Section 2 and Section 3. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. For Examiner's Use Section 1 Section 2 Section 3 Total www.XtremePapers.com
Question paper, page 2
2 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 - 5 Kruis [X] het hokje bij het juiste antwoord aan. 1 Je moeder is lerares. Waar werkt ze? A B C A B C D D [1] 2 1 Je hebt dorst. Wat koop je? A B C A B C D D [1] 3 Je gaat fruit kopen. Wat koop je? A AARDBEIEN B AARDAPPELS C BROOD D VLEES [1]
Question paper, page 3
3 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use 4 Je leest dit. Wat is er gevonden? Gevonden: blauwe paraplu met rode bloemetjes A B C A B C D D [1] 5 Je leest dit op een pak. Wat zit erin? 250 gram, genoeg voor 36 heerlijke kopjes A ERWTEN B BOTER C KOFFIE D SNOEP [1] [Totaal: 5]
Question paper, page 4
4 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 6 – 10 Welke zin hoort bij welke tekst? Kruis [X] bij elke zin één hokje aan. Geld Een Amerikaanse munt uit 1793 kost nu 50.000 euro. De verkoper is hier heel blij mee. Eerste keer Vier witte leeuwtjes die pas in de dierentuin zijn geboren, gaan morgen voor het eerst naar buiten. Er komen veel mensen kijken. Gelukkig is het weerbericht goed. Sport De voetballer Kim Koster komt na twee jaar terug op het veld. Hij maakt meteen drie doelpunten tijdens een groot toernooi in Frankrijk. Geld Eerste keer Sport 6 Dat is duur! [1] 7 Het wordt mooi weer. [1] 8 Hij is nog steeds heel goed. [1] 9 Ze zijn nog erg klein. [1] 10 Hij speelt in het buitenland. [1] [Totaal: 5]
Question paper, page 5
5 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use Derde oefening, vragen 11 – 15 Lees de volgende tekst. Gaan de zinnen over Sinterklaas, Sint Piter of allebei? Kruis [X] het hokje bij het juiste antwoord aan. SINTERKLAAS SINT PITER Sinterklaas vaart elk jaar met de boot naar Nederland. Veel kinderen gaan kijken en zingen liedjes. Hij viert zijn feest in december. Sinterklaas heeft een rode jas en een wit paard. Hij heeft het heel druk. Hij gaat naar alle kinderen toe en brengt ze cadeautjes. Sint Piter komt ieder jaar in februari met de boot naar het plaatsje Grou in de provincie Friesland. Hij rijdt op een zwart paard en zijn jas is wit. Hij neemt voor alle kinderen iets mee. Ze zingen voor hem in het Fries. Grou is niet groot, dus Sint Piter heeft het niet zo druk. SINTERKLAAS SINT PITER ALLEBEI 11 Hij komt met de boot. [1] 12 Hij komt in het begin van het jaar. [1] 13 Hij heeft heel veel te doen. [1] 14 Hij heeft een witte jas. [1] 15 Hij luistert naar liedjes. [1] [Totaal: 5]
Question paper, page 6
6 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Vierde oefening, vraag 16 Je gaat iets kopen. Stuur een e-mail aan je vrienden en geef de volgende informatie: 16 (a) Voor wie? (b) Wat? ? (c) Waarom? Schrijf ongeveer 25 - 40 woorden. [Totaal: 5]
Question paper, page 7
7 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 [Turn over BLANK PAGE TURN OVER FOR SECTION 2
Question paper, page 8
8 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Deel 2 Eerste oefening, vragen 17 - 26 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. Een goede afloop Jet en haar vriendin Lotte gaan iedere woensdagmiddag naar de kappersschool. ‘s Avonds na de les gaan ze vaak naar de bioscoop. Op een avond lopen ze terug naar de auto. Jet heeft al twee maanden haar rijbewijs en ze zijn met de auto van haar moeder. Jet heeft de auto langs de stoep geparkeerd. De auto staat tussen een grote zwarte auto en een kleine rode. De auto’s staan alledrie heel dicht bij elkaar. Dat wordt moeilijk wegrijden! Jet rijdt achteruit tegen de rode auto aan. Zo heeft ze net genoeg ruimte om eruit te komen. Ze is al midden op de straat als ze in de autospiegel kijkt. De rode auto is nog steeds achter haar! Jet en Lotte springen uit de auto. De auto’s zitten aan elkaar vast. Ze proberen de auto’s uit elkaar te halen, maar dat lukt niet. Ze gaan de eigenaar zoeken. Ze bellen aan bij een paar huizen en hebben geluk. Het is de auto van een opa en oma die op een familiefeestje zijn. Alle gasten komen naar buiten en iedereen moet ontzettend lachen als ze opa’s auto zien hangen. Met z’n allen hebben ze de twee auto’s zo weer uit elkaar. Eind goed, al goed. 17 Welk beroep leren Jet en Lotte op school? [1] 18 Wat doen ze vaak ‘s avonds? [1] 19 Hoelang heeft Jet haar rijbewijs? [1]
Question paper, page 9
9 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use 20 Van wie is de auto waarin Jet rijdt? [1] 21 Waar heeft Jet de auto geparkeerd? [1] 22 Wat vindt Jet moeilijk? [1] 23 Wat ziet Jet in haar spiegel? [1] 24 Waarom bellen ze aan bij een paar huizen? [1] 25 Wie komen er naar buiten? [1] 26 Wat vindt iedereen ervan? [1] [Totaal: 10]
Question paper, page 10
10 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Tweede oefening, vraag 27 Je doet mee aan een wedstrijd. Schrijf een brief van 80 - 100 woorden aan een vriend/vriendin. Schrijf over de volgende punten: (a) Wat en waar de wedstrijd is. (b) Twee dingen die je moet doen om een prijs te winnen. (c) Wie de prijs geeft en wat je daarvan vindt. (d) Twee dingen over een prijs die je vorig jaar hebt gewonnen. (e) Twee vragen aan je vriend/vriendin over hun hobby of sport. [Totaal: 15]
Question paper, page 11
11 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 [Turn over BLANK PAGE TURN OVER FOR SECTION 3
Question paper, page 12
12 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Deel 3 Eerste oefening, vragen 28 – 35 Lees de volgende tekst. Kruis [X] het hokje bij het juiste antwoord aan. Bootje ‘Voorzichtig, mam!’, zegt mijn zoon Rob, en dat is precies wat ik van plan ben. Want zijn kleine bootje wiebelt verschrikkelijk zodra je er een voet op zet. Ik sta aan de kant en bedenk hoe ik veilig aan boord kan komen. Rob wacht rustig met uitgestrekte hand. Dat is mooi van hem. Hij weet dat ik niet meer zo lenig ben als vroeger. Ik heb ooit een hometrainer gekregen die al jaren in de hoek van mijn kamer staat. Maar ja, ik heb een hekel aan fitness en ik weiger dat ding te gebruiken. En als je helemaal niets aan sport doet, dan werken de armen en benen niet mee als je ze nodig hebt. De dagelijkse wandelingetjes met onze bejaarde hond Snuffie aan de lijn helpen natuurlijk niet. Vandaar dat ik sinds kort na het uitlaten van Snuffie nog een rondje loop, maar nu zonder hond en veel sneller. Maar fit word je er niet van. Inmiddels sta ik in het bootje en probeer niet te gillen als de boot hevig heen en weer gaat. Rob heeft de boot losgemaakt en met een kalm gangetje varen we het haventje uit. En ineens is daar het gevoel van herkenning: de geur van teer en hout, het geluid van het water langs de boot. Het enige wat ontbreekt is een zeil. Ik heb vroeger veel gezeild. Dat was andere koek dan in een bootje zitten dat met behulp van een motor rustig door het water glijdt. Maar heerlijk is het wel, de zon in mijn gezicht, de waterlelies waar we langs varen. Heel zachtjes begin ik een gedicht op te zeggen, iets dat ik jaren geleden op school uit mijn hoofd heb geleerd. “Wat mompel je toch allemaal?”, vraagt Rob. “Ach niets,” zeg ik. Hij kijkt me peinzend aan. “Je moet wel iets op je hoofd zetten, hoor mam, met die zon!”
Question paper, page 13
13 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use 28 De schrijfster vindt het aan boord gaan ... A makkelijk. B leuk. C eng. D rustgevend. [1] 29 De zoon is ... A boos. B lenig. C mooi. D geduldig. [1] 30 De schrijfster ... A is pas jarig geweest. B is sportief. C is niet fit. D is niet dik. [1]
Question paper, page 14
14 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use 31 Ze gebruikt haar hometrainer ... A nooit. B weinig. C al een paar jaar. D voor haar armen en benen. [1] 32 Snuffie ... A trekt veel. B is oud. C rent graag. D loopt los. [1] 33 Als de schrijfster net aan boord is, … A is ze bang. B is ze opgelucht. C is Rob bang. D is Rob opgelucht. [1]
Question paper, page 15
15 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use 34 Als ze eenmaal varen mist de schrijfster ... A het zeilen. B de koek. C de zon. D het geluid. [1] 35 Rob vraagt zich af waarom zijn moeder ... A over waterlelies praat. B begint te zingen. C zachtjes praat. D begint te huilen. [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 16
16 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 For Examiner's Use For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 36 – 46 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. Natuurlijk Ik houd van boekwinkels. In boeken zit een wereld aan informatie verstopt, maar als tekenaar heb ik nooit genoeg tijd om te lezen. Sinds de luisterboeken zijn uitgevonden, ben ik weer op de hoogte. Tekenen en luisteren gaan prima samen. In een boekwinkel ga ik eerst naar de luisterboeken en dan naar de afdeling ‘Natuur’ kijken of er iets nieuws op de markt is. Zo ook vorige week. In Amsterdam kwam ik, na de afdeling luisterboeken, bij de afdeling ‘Natuur’. Onder het bordje ‘Vogels’ ontdekte ik een nieuw boek. Op de voorkant stond een foto van de indigogors, een heel bijzonder, blauw vogeltje. Meteen was ik terug op de Amerikaanse prairie, waar je dit beeldschone diertje in de zomer dagelijks kan zien en horen. Ik hoopte dat het boek een prachtig overzicht zou geven van de Amerikaanse natuur. Foutje – dit boek gaat over vogels in kooitjes. En ik moet er niet aan denken dat zo’n mooi beest in een kooi zit. Op dit moment bloeien in Amerika de eendagsbloemen, de tradescantia’s, in de hitte van de zomerzon. En die blauwe vogel zie je overal. Ik heb hem vaak bekeken – hoe hij op een grasstengel landt en dan met snavel en poot langzaam de zaden losmaakt en opeet. Ik heb een keer per ongeluk een nest gevonden, knap vastgemaakt aan de takjes van een struik. Er lagen vier grijzige eitjes in met donkerbruine vlekjes. Een paar weken later zag ik de hele familie in actie: vader helderblauw, moeder bruin met een beetje blauw op vleugels en staart, kinderen bruin, met z’n allen in het gras op zoek naar zaden en insecten. De vogel in de kooi zal best goed verzorgd worden door z’n baas: bakje voer, bak water, fris zand, takje groen, misschien nog een leuke boomstronk… maar toen ik die foto zag, had ik zo’n medelijden met dat blauwe edelsteentje in een hokje. Ik zag hem voor me, in de eindeloze zonnige prairie waar hij thuishoort, onbezorgd zijn liedje zingend vanaf de topjes van de hoogste planten en struiken. Boek snel teruggezet.
Question paper, page 17
17 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 [Turn over For Examiner's Use For Examiner's Use 36 Wat is het beroep van de schrijver? [1] 37 Wat zijn de twee voordelen van luisterboeken, volgens de schrijver? (i) [1] (ii) [1] 38 Over welk onderwerp leest de schrijver graag? [1] 39 Waar kun je de blauwe vogel iedere dag zien? [1] 40 Waarom zegt hij ‘Foutje’? [1] 41 Hoelang bloeien tradescantia’s? [1] 42 Hoe weet je dat de schrijver niet naar het nest op zoek was? [1] 43 Wie van de vogelfamilie is felgekleurd? [1] 44 Waar precies vindt de blauwe vogel zijn voedsel? [1]
Question paper, page 18
18 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 For Examiner's Use 45 Waarom noemt de schrijver de vogel een edelsteentje? [1] 46 Wat bedoelt de schrijver met de titel ‘Natuurlijk’? [1] [Totaal: 12]
Question paper, page 19
19 © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 BLANK PAGE
Question paper, page 20
20 Copyright Acknowledgements: © ADAPTED: Kampioen Kim; Kidsweek; 17 February 2011. © ADAPTED: Is het Sinterklaas? Nee: Sint Piter; Kidsweek; 19 February 2011. © ADAPTED: Blunder; Libelle; 10 September 2009. © ADAPTED: Tineke; Libelle; 17 July 2009. © ADAPTED: Marjolein Bastin; Natuurlijk; Libelle. Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. © UCLES 2013 0515/02/M/J/13 BLANK PAGE
Mark scheme, page 1
CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2013 series 0515 DUTCH (FOREIGN LANGUAGE) 0515/02 Paper 2 (Reading and Directed Writing), maximum raw mark 65 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes should be read in conjunction with the question paper and the Principal Examiner Report for Teachers. Cambridge will not enter into discussions about these mark schemes. Cambridge is publishing the mark schemes for the May/June 2013 series for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level components and some Ordinary Level components. www.XtremePapers.com
Mark scheme, page 2
Page 2 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 02 © Cambridge International Examinations 2013 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1–5 1 C [1] 2 B [1] 3 A [1] 4 D [1] 5 C [1] [Total: 5] Tweede oefening, vragen 6–10 6 Geld [1] 7 Eerste keer [1] 8 Sport [1] 9 Eerste keer [1] 10 Sport [1] [Total: 5]
Mark scheme, page 3
Page 3 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 02 © Cambridge International Examinations 2013 Derde oefening, vragen 11–15 11 allebei [1] 12 Sint Piter [1] 13 Sinterklaas [1] 14 Sint Piter [1] 15 allebei [1] [Total: 5] Vierde oefening, vraag 16 Three pictures × [1] Use of Language: max. [2] 5 marks: 3 marks for communicating three items of information, 0, 1 or 2 marks according to grid. Candidates do not have to write in complete sentences; they should not be penalised for writing in note form. 2 Verbs must be in appropriate tenses. Minor errors (adjective endings, use of prepositions, wrong definite article, etc.) are tolerated. 1 Some appropriate usage to reward. Where verbs are not in appropriate tenses, award max. 1 mark. 0 No examples of appropriate usage to reward. N.B: 0 marks for Communication means none for Language. [Total: 5]
Mark scheme, page 4
Page 4 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 02 © Cambridge International Examinations 2013 Deel 2 Eerste oefening, vragen 17–26 17 kapper [1] 18 naar de bioscoop [1] 19 twee maanden [1] 20 van Jets moeder [1] 21 langs de stoep [1] 22 wegrijden [1] 23 de rode auto [1] 24 om de eigenaar te zoeken [1] 25 de gasten (accept: opa en oma ) [1] 26 Ze moeten lachen / vinden het leuk. [1] [Total: 10]
Mark scheme, page 5
Page 5 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 02 © Cambridge International Examinations 2013 Tweede oefening, vraag 27 Communication marks: 10 marks are awarded for communication. Communication marks are allocated as follows: (a) Wat en waar de wedstrijd is. [max. 2] (b) Twee dingen die je moet doen om een prijs te winnen. [max. 2] (c) Wie de prijs geeft en wat je daarvan vindt. [max. 2] (d) Twee dingen over een prijs die je vorig jaar hebt gewonnen. [max. 2] (e) Twee vragen aan je vriend/vriendin over hun hobby of sport. [max. 2] N.B.: candidates who do not complete all of the tasks cannot score full marks for communication. Accuracy: 5 marks are awarded for accuracy, using the table below: 5 Straightforward vocabulary and structure. The style of writing is basic, but reasonably coherent. Use of a limited range of verbs, generally successful. More accuracy than inaccuracy. 4 Basic vocabulary and structure. Some awareness of verb usage, but inconsistent. The writing is sufficiently accurate for meaning to be conveyed. 3 Very basic vocabulary and structure. Little awareness of verb usage (e.g. infinitives regularly used instead of finite verbs). Despite regular errors, the writing often conveys some meaning. 2 A few phrases or short sentences are accurate enough to be recognisable. Very simple sentence structure. 1 Disjointed words or short phrases, one or two of them accurate enough to be comprehensible. 0 Nothing accurate enough to be comprehensible. [Total: 15]
Mark scheme, page 6
Page 6 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 02 © Cambridge International Examinations 2013 Deel 3 Eerste oefening, vragen 28–35 28 C [1] 29 D [1] 30 C [1] 31 A [1] 32 B [1] 33 A [1] 34 A [1] 35 C [1] [Total: 8]
Mark scheme, page 7
Page 7 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2013 0515 02 © Cambridge International Examinations 2013 Tweede oefening, vragen 36–46 36 tekenaar [1] 37 (i) Hij is weer op de hoogte. [1] (ii) Je kunt luisteren naar boeken terwijl je tekent. [1] Of: Je spaart tijd / Ze besparen tijd. 38 natuur [1] 39 op de (Amerikaanse) prairie / in Amerika [1] 40 Hij houdt niet van / wil niet lezen over vogels in kooien. [1] 41 één dag [1] 42 Hij vond het per ongeluk / toevallig. [1] 43 het mannetje [1] 44 in het gras [1] 45 Hij is zo mooi / een juweel. [1] 46 Hij houdt van vogels in de natuur, niet in een kooi. [1] [Total: 12]
What you needed in this session
Cambridge’s own grade thresholds for 2013 May/June, Paper 2 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.