Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2010 May/June Paper 2 · Variant 1
0515/21/M/J/10 · 65 marks · ≈73 min
The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.
Question paper20 pages




















Mark scheme6 pages
Answers below. Sit the paper first if you are practising.






Paper as text
Question paper, page 1
This document consists of 16 printed pages and 4 blank pages. IB10 06_0515_02/6RP © UCLES 2010 [Turn over *1913877817* For Examiner's Use Section 1 Section 2 Section 3 Total UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/02 Paper 2 Reading and Directed Writing May/June 2010 1 hour 30 minutes Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. DO NOT WRITE IN ANY BARCODES. Answer all questions. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. www.XtremePapers.com
Question paper, page 2
2 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 For Examiner's Use Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 - 5 Kruis [Χ] het hokje bij het juiste antwoord aan. 1 Je leest dit: Inhoud: 1 liter Waarop lees je dit? A B C A B C D D [1] 2 Je wilt bananen kopen. Waar ga je naartoe? A apotheek B bloemist C groentewinkel D snackbar [1]
Question paper, page 3
3 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 [Turn over For Examiner's Use 3 Je leest deze advertentie: Hotel zoekt kok Wie hebben ze nodig? A B C A B C D D [1] 4 Waar lees je dit? Stoplichten buiten gebruik A B C A B C D D [1]
Question paper, page 4
4 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 For Examiner's Use 5 Je leest dit: ZORG VOOR FRISSE LUCHT IN DE AUTO! Wat moet je doen? A B C A B C D D [1] [Totaal: 5]
Question paper, page 5
5 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 [Turn over For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 6 - 10 Welke tekst hoort bij de volgende krantenkoppen? Zet de letters in het juiste hokje. Je hebt niet alle letters nodig. 6 AARDBEIENTAART OP VERJAARDAG [1] 7 ECHTE WINTER [1] 8 LANGE WEDSTRIJD [1] 9 HA, DIE PAPA [1] 10 STORM OP KOMST [1] Kies uit de volgende mogelijkheden: A Jongetje ontmoet voor het eerst zijn vader. B Surinaamse zwemmer wint goud op de 100 meter. C Iedereen in Nederland schaatst dit weekend. D Tante Else is vandaag 100 en viert feest. E Door harde wind gaat het vliegveld dicht. F Tennissers spelen een finale van vijf uur! G In Brussel is vorige week een nieuwe Europese school geopend. [Totaal: 5]
Question paper, page 6
6 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 For Examiner's Use Derde oefening, vragen 11 - 15 Lees de volgende tekst. Geef aan of de stellingen waar of niet waar zijn of niet in de tekst staan door een kruisje [Χ] in het juiste hokje te plaatsen. Witte leeuwtjes Meestal zijn alle leeuwtjes bruin. In een Duitse dierentuin zijn deze zomer zeven witte leeuwtjes geboren van twee moeders. En dat is erg bijzonder. De kleintjes zijn ook nog op precies dezelfde nacht geboren. De moeders heten Kibo en Mawi. Kibo is dol op haar drie baby’s, maar Mawi vindt de vier van haar niet interessant. Een medewerker van de dierentuin geeft deze leeuwtjes nu de fles. Voor één leeuwtje was de hulp te laat. Gelukkig gaat het heel goed met de andere drie. Ze worden snel groot. waar niet waar niet in de tekst 11 Leeuwtjes zijn altijd wit. [1] 12 De dierentuin is in Duitsland. [1] 13 Kibo en Mawi zijn zussen. [1] 14 Mawi zorgt goed voor haar baby’s. [1] 15 De meeste leeuwtjes groeien goed. [1] [Totaal: 5]
Question paper, page 7
7 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 [Turn over For Examiner's Use Vierde oefening, vraag 16 Je geeft een feest en nodigt je vrienden uit. Stuur ze een e-mail en geef de volgende informatie: 16 (a) Wat voor feest? 16! (b) Doen? (c) Meenemen? Schrijf ongeveer 25 - 40 woorden. [Totaal: 5]
Question paper, page 8
8 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 For Examiner's Use Deel 2 Eerste oefening, vragen 17 - 26 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. EXPERIMENT Jeffrey zit in het voetbalstadion van Feyenoord, de Kuip, in Rotterdam. Hij draagt een pet, sjaal en T-shirt van zijn favoriete club en is er helemaal klaar voor. Hij is hier niet voor een voetbalwedstrijd, maar voor een wave-experiment. Bij een wave staan mensen één voor één op, gooien hun handen in de lucht, en gaan daarna weer zitten. Van een afstand ziet het er net zo uit als een echte golf. De onderzoeker van het wave-experiment, Willem de Klerk, is wel een beetje zenuwachtig. Hij heeft nog nooit een test gedaan waar zoveel mensen aan meededen. Vanaf het veld telt De Klerk af: “Drie, twee, één en wave….!” De waves rollen als vanzelf door het stadion. Nu het publiek is opgewarmd, is het tijd voor het echte werk. Een gewone wave is niet zo bijzonder, die zie je bijna bij elke wedstrijd. De Klerk wil onderzoeken wat er gebeurt als twee waves tegelijkertijd door het stadion rollen, één linksom en één rechtsom. Zullen ze doorrollen of stoppen, wanneer ze elkaar tegenkomen? De waves gaan met 72 kilometer per uur door het stadion, dus hoeft hij niet lang te wachten. De waves rollen, net als in de natuur, gewoon door. De Klerk is heel blij: “Zonder al die enthousiaste mensen in het stadion was het nooit gelukt.” 17 Hoe heet het voetbalstadion? [1] 18 Waarom is Jeffrey in het stadion? [1] 19 Hoe begin je een wave? [1] 20 Waar lijkt een wave op? [1] 21 Hoe voelt Willem de Klerk zich voor de test? [1]
Question paper, page 9
9 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 [Turn over For Examiner's Use 22 Hoe weet het publiek dat ze moeten beginnen met de wave? [1] 23 Waarom doet De Klerk een onderzoek met meer dan één wave? [1] 24 Waarom hoeft De Klerk niet lang te wachten? [1] 25 Wat doen de waves als ze elkaar tegenkomen? [1] 26 Wat is volgens De Klerk de reden dat het experiment goed gelukt is? [1] [Totaal: 10]
Question paper, page 10
10 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 For Examiner's Use Tweede oefening, vraag 27 Je bent tijdens de vakantie een week naar een familie in het buitenland geweest. Schrijf een brief van 80 – 100 woorden aan een vriend/vriendin. De brief moet de volgende informatie bevatten: (a) Iets over deze familie en waar ze wonen. (b) Twee dingen over de reis. (c) Wat je vond van je vakantie en waarom. (d) Twee vragen over dingen die je vriend/vriendin tijdens de vakantie gedaan heeft. (e) Twee dingen die jij gaat doen voordat je weer naar school moet. [Totaal: 15]
Question paper, page 11
11 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 [Turn over For Examiner's Use Deel 3 Eerste oefening, vragen 28 - 35 Lees de volgende tekst. Kruis [Χ] het hokje bij het juiste antwoord aan. ESPERANTO “Ne krokodilu!” Op een zomerkamp in de provincie Zeeland hoor je deze week rare woorden. Het klinkt als een kinderlijke geheimtaal. Maar het is Esperanto. Stel je voor dat iedereen ter wereld dezelfde taal zou spreken. Dan kan je makkelijk vrienden maken in China. Of een telefoongesprek voeren met iemand uit Brazilië. De Pool Lezjer Zamenhoff vond het een mooi idee. Daarom verzon hij 120 jaar geleden de taal Esperanto. Hij hoopte dat iedereen die zou leren. Dat is niet gelukt. Toch spreekt een kwart miljoen mensen over de hele wereld de taal nog steeds. Machiel, Klara en Joost leerden Esperanto van hun ouders. Deze week konden ze weer even oefenen. Op het zomerkamp kwamen veertig kinderen uit veertien landen bij elkaar om de hele dag Esperanto te praten. Nou ja, de hele dag … . “Soms praten we even Nederlands met elkaar, maar dat mag eigenlijk niet”, zegt Joost. “Ne krokodilu!” zegt de leiding dan. Terwijl de groep door Brielle sjokte, legde Machiel uit waarom Esperanto zo handig is. “Het is makkelijker dan Engels. Het heeft namelijk maar een paar regels en helemaal geen uitzonderingen. In een maand kun je het vloeiend leren spreken. Esperanto is erg leuk!” “Attentu!” riep kampleider Bert opeens. De hele groep sprong opzij. Even later reed een auto hard voorbij. Een wereldtaal die iedereen begrijpt, dat klinkt fantastisch. Maar wat heb je eraan als bijna niemand het spreekt? “Veel”, vindt Klara. “Op dit kamp kan ik praten met kinderen uit bijvoorbeeld Ierland, Spanje, Rusland, Tsjechië. En als je ergens op vakantie gaat, kun je natuurlijk altijd bij andere Esperantisten logeren. Thuis gebruiken we Esperanto soms als geheimtaal. Als mijn moeder iets tegen ons wil zeggen wat het bezoek niet mag horen, spreekt ze gewoon Esperanto!” Joost vindt het jammer dat zo weinig mensen de taal spreken. “Op school denken ze wel dat ik het zelf verzonnen heb. Of ze vragen wanneer ik op vakantie ga naar Esperantoland. Echt flauw!” Vanuit de verte roept Bert iets onverstaanbaars. Iedereen begint te juichen. “We gaan een eindje roeien”, zegt Machiel. Terwijl ze in de bootjes stappen komt er opeens een stinkende speedboot voorbij. Joost haalt zijn neus op. “Bah, wat een lucht!” roept hij. “Ne krokodilu!” zegt Bert streng. “Oeps”, zegt Joost. 28 De persoon die Esperanto bedacht kwam uit: A Brazilië B China C Polen D Nederland [1]
Question paper, page 12
12 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 For Examiner's Use 29 Wat hoopte hij dat Esperanto zou worden? A een geheimtaal B een wereldtaal C een kindertaal D wartaal [1] 30 In het kamp mogen de kinderen … A … altijd Nederlands praten. B … vaak Nederlands praten. C … soms Nederlands praten. D … nooit Nederlands praten. [1] 31 Volgens Machiel is Esperanto makkelijk omdat het … A … erg leuk is. B … weinig regels heeft. C … handig is. D … veel uitzonderingen heeft. [1]
Question paper, page 13
13 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 [Turn over For Examiner's Use 32 Volgens Klara zijn Esperantisten … A … spraakzaam. B … geheimzinnig. C … fantastisch. D … gastvrij. [1] 33 Als er visite is, spreekt Klara’s moeder … A … gewoon Esperanto. B … nooit Esperanto. C … Esperanto als ze stiekem iets wil zeggen. D … Esperanto als ze onbeleefd wil zijn. [1] 34 Esperantoland … A … bestaat niet. B … is een vakantieland. C … is pas opgericht. D … is in Tsjechië. [1]
Question paper, page 14
14 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 For Examiner's Use 35 Joost zegt ‘Oeps’ omdat … A … hij een vies woord heeft gezegd. B … de boot stinkt. C … hij Nederlands heeft gesproken. D … kampleider Bert boos is. [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 15
15 0515/02/M/J/10 [Turn over BLANK PAGE QUESTIONS 36 - 45 START ON PAGE 16
Question paper, page 16
16 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 36 - 45 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. KEUS GENOEG Toeristen die Amsterdam willen verkennen, kunnen kiezen uit allerlei soorten vervoermiddelen. Er zijn oranje, rode, zwarte of gele fietsen, maar de meeste toeristen willen het liefst een ‘echt Amsterdams’ roestig oud zwart ding met een mandje voorop. “Het huren van vervoermiddelen zelf is voor veel toeristen in Amsterdam een attractie geworden,” vertelt Tjeerd. Voor wie fietsen te gewoon vindt, zijn er genoeg alternatieven zoals rolschaatsen, steppen of een bierfiets. Te energiek? Je kunt je ook laten vervoeren in een koets of een TukTuk. Helaas kan je zelf geen riksja’s meer besturen. Tjeerd verhuurde ze een half jaar geleden nog, maar de toeristen klaagden over de onhandige fietsen, dus is hij er mee opgehouden. Het ideale vervoermiddel hangt natuurlijk af van wat je wilt gaan doen. Rolschaatsen zijn niet zo handig in de binnenstad, maar wel heel goed voor een rondje Vondelpark. En het goedkoopste. “Op een step heb je in Amsterdam alle vrijheid, omdat je overal als een slang tussendoor gaat,” zegt Tjeerd. Je moet wel af en toe van been verwisselen, anders word je moe. Ben je wat minder energiek, dan is er de brommer. “Snel en bovendien zweet je niet zoals op de fiets,” aldus Tjeerd. De koets, die vanaf het Paleis op de Dam vertrekt, is ook een mogelijkheid. Hij gaat op loopsnelheid, maar je ziet de dingen veel beter. Als je van gezelligheid houdt, neem je de bierfiets, inclusief dak en bier. De huurprijs is aan de stevige kant, maar je hebt wel 19 zitplaatsen en een broodnuchtere chauffeur. Echt veel bekijks trek je met de elektrische step. Die is pas sinds kort op de markt. Razendsnel rijd je daarop van bijvoorbeeld het Rijksmuseum naar het Paleis op de Dam. Je kunt zelfs tegen het verkeer in rijden, dus last van het eenrichtingsverkeer heb je niet. Sommige mensen vragen zich af hoe veilig al deze vervoermiddelen zijn, maar je maakt het zo veilig als je zelf wilt. De deuken in het gebouw van het verhuurbedrijf van Tjeerd laten zien dat dat niet altijd eenvoudig is. Tjeerd: “Er rijden toch wel eens onervaren toeristen recht op de muur van de verhuurplaats af.” 36 Waarom willen de meeste toeristen een zwarte fiets huren? [1] 37 Wat is het voordeel van een koets of een TukTuk? [1] 38 Wat was er volgens de toeristen aan de hand met de riksja’s? [1]
Question paper, page 17
17 © UCLES 2010 0515/02/M/J/10 For Examiner's Use 39 Geef twee redenen waarom een toerist rolschaatsen zou willen huren. (i) [1] (ii) [1] 40 ‘…omdat je overal als een slang tussendoor gaat’. Waar ga je tussendoor? [1] 41 Waarom is een koets niet geschikt voor mensen met weinig tijd? [1] 42 Wat mag de chauffeur van een bierfiets niet doen? [1] 43 Waaruit blijkt dat niet iedereen z’n vervoermiddel onder controle heeft en wat is daarvan de oorzaak? (i) [1] (ii) [1] 44 Met welk vervoermiddel denkt de schrijver dat je het meeste opvalt? [1] 45 ‘Het huren van vervoermiddelen zelf is voor veel toeristen in Amsterdam een attractie geworden’. (Alinea 1). Leg uit. [1] [Totaal: 12]
Question paper, page 20
20 Copyright Acknowledgements: Questions 11-15 Questions 17-26 Questions 28-35 Questions 36-45 Witte welpjes; Kidsweek Junior; 24/7/08. Drie, twee, één en wave!; Kidsweek Junior; 25/7/08. Verboden te krokodillen; Kidsweek Junior; 25/7/08. Lui de stad door, of sportief; Het Parool; 13/8/08. Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. 0515/02/M/J/10 BLANK PAGE
Mark scheme, page 1
UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2010 question paper for the guidance of teachers 0515 FOREIGN LANGUAGE DUTCH 0515/02 Paper 2 (Reading and Directed Writing), maximum raw mark 65 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began, which would have considered the acceptability of alternative answers. Mark schemes must be read in conjunction with the question papers and the report on the examination. • CIE will not enter into discussions or correspondence in connection with these mark schemes. CIE is publishing the mark schemes for the May/June 2010 question papers for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level syllabuses and some Ordinary Level syllabuses. www.XtremePapers.com
Mark scheme, page 2
Page 2 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 02 © UCLES 2010 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1–5 1 A [1] 2 C [1] 3 B [1] 4 A [1] 5 D [1] [Totaal: 5] Tweede oefening, vragen 6–10 6 D [1] 7 C [1] 8 F [1] 9 A [1] 10 E [1] [Totaal: 5] Derde oefening, vragen 11–15 11 niet waar [1] 12 waar [1] 13 niet in de tekst [1] 14 niet waar [1] 15 waar [1] [Totaal: 5]
Mark scheme, page 3
Page 3 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 02 © UCLES 2010 Vierde oefening, vraag 16 Three pictures × 1 Use of Language: max. 2 5 marks: 3 marks for communicating three items of information, 0, 1 or 2 marks according to grid. Candidates do not have to write in complete sentences; they should not be penalised for writing in note form. 2 Verbs must be in appropriate tenses. Minor errors (adjective endings, use of prepositions, wrong genders, etc.) are tolerated. 1 Some appropriate usage to reward. Where verbs are not in appropriate tenses, award max. 1 mark. 0 No examples of appropriate usage to reward. N.B: 0 marks for Communication means none for Language. [Totaal: 5]
Mark scheme, page 4
Page 4 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 02 © UCLES 2010 Deel 2 Eerste oefening, vragen 17–26 17 De Kuip [1] 18 Voor het wave-experiment [1] 19 Je staat op. [1] 20 Op een golf [1] 21 Zenuwachtig [1] 22 De Klerk telt af. [1] 23 Hij wil weten of ze doorrollen of stoppen. / Allow: Een gewone wave is niet zo bijzonder. [1] 24 De waves gaan snel / met 72 km per uur. [1] 25 Ze rollen gewoon door. [1] 26 Omdat het publiek enthousiast was. [1] [Totaal: 10] Tweede oefening, vraag 27 Communication marks: 10 marks are awarded for communication. Communication marks are allocated as follows: (a) Iets over deze familie en waar ze wonen. [max. 2] (b) Twee dingen over de reis. [max. 2] (c) Wat je vond van de vakantie en waarom. [max. 2] (d) Twee vragen over dingen die je vriend/vriendin tijdens de vakantie gedaan heeft. [max. 2] (e) Twee dingen die je gaat doen voordat je weer naar school moet. [max. 2] N.B.: candidates who do not complete all of the tasks cannot score full marks for communication.
Mark scheme, page 5
Page 5 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 02 © UCLES 2010 Accuracy: 5 marks are awarded for accuracy, using the table below: 5 Limited range of vocabulary, idiom and structure (e.g. omdat, want, toen). The style of writing is basic but reasonably coherent. Use of a limited range of verbs, often successful. More accuracy than inaccuracy. 4 Basic range of vocabulary, idiom and structure (e.g. omdat, want, toen). Sentences may be repetitive (e.g. all beginning with ik), but are often successful. Use of a basic range of verbs, with limited success. The writing is sufficiently accurate for some meaning to be conveyed. 3 Basic range of vocabulary and structure (e.g. infinitive constructions) Sentences may be repetitive (e.g. all beginning with ik). Some awareness of verb usage. Despite regular errors, the writing often conveys some meaning. 2 Basic range of vocabulary and structure. Effective for a variety of straightforward messages. Some awareness of verb usage. The degree of inaccuracy frequently obscures the meaning. 1 Basic range of vocabulary. Effective for some messages. Insufficient accuracy to convey the meaning. 0 Nothing to reward [Totaal: 15]
Mark scheme, page 6
Page 6 Mark Scheme: Teachers’ version Syllabus Paper IGCSE – May/June 2010 0515 02 © UCLES 2010 Deel 3 Eerste oefening, vragen 28–35 28 C [1] 29 B [1] 30 D [1] 31 B [1] 32 D [1] 33 C [1] 34 A [1] 35 C [1] [Totaal: 8] Tweede oefening, vragen 36–45 36 Het is echt Amsterdams. [1] 37 Je hoeft zelf niets te doen / Er is een chauffeur / Je wordt niet moe (or similar). [1] 38 Ze zijn onhandig. [1] 39 (i) leuk voor in het Vondelpark [1] (ii) goedkoop [1] 40 het verkeer / de mensen [1] 41 Hij gaat op loopsnelheid / te langzaam. [1] 42 (bier) drinken [1] 43 (i) deuken in het gebouw / Ze rijden tegen de muur. [1] (ii) onervaren(heid) [1] 44 de elektrische step [1] 45 Er zijn zoveel mogelijkheden / Het huren van een fiets etc. is al leuk om te doen / or any plausible alternative based on the text. [1] [Totaal: 12]
What you needed in this session
Cambridge’s own grade thresholds for 2010 May/June, Paper 2 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.