Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2008 May/June Paper 2 · Variant 1
0515/21/M/J/08 · 65 marks · ≈73 min
The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.
Question paper20 pages




















Mark scheme11 pages
Answers below. Sit the paper first if you are practising.











Paper as text
Question paper, page 1
This document consists of 15 printed pages and 5 blank pages. IB08 06_0515_02/4RP © UCLES 2008 [Turn over *5061067864* For Examiner's Use Section 1 Section 2 Section 3 Total UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/02 Paper 2 Reading and Directed Writing May/June 2008 1 hour 30 minutes Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. DO NOT WRITE IN ANY BARCODES. Answer all questions. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. www.XtremePapers.com
Question paper, page 2
2 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 For Examiner's Use Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 - 5 Kruis het hokje bij het juiste antwoord aan. 1 Je ziet dit: Fietsen te huur voor € 15 per dag Wat kun je hier huren? A B C A B C D D [1] 2 Je leest dit in een advertentie: PAK ERWTENSOEP € 1,90 met gratis worst Wat krijg je voor niets? A B C A B C D D [1]
Question paper, page 3
3 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use 3 Je leest dit: Truitjes in de nieuwste kleuren in alle maten Waar koop je deze? A Kledingzaak B Dierenwinkel C Apotheek D Slager [1] 4 Je leest dit: WELKOM in onze wasserette wassen en drogen: € 4 per was Waarvoor moet je betalen? A B C A B C D Program 1 Program 2 Program 3 Program 4 Program 5 White, heavy soil White, economy Delicates, 40 degrees Coloureds, heavy soil Coloureds, economy D [1]
Question paper, page 4
4 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 For Examiner's Use 5 Je leest dit: BIBLIOTHEEK Openingstijden ma-vr 9.00 – 18.00 za 9.00 – 12.00 zo gesloten Hoe laat gaat de bibliotheek dicht op donderdag? A B C 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 A B C D D [1] [Totaal: 5]
Question paper, page 5
5 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 6 - 10 Lees de volgende beweringen. Zet de letters in het juiste hokje. Je hebt niet alle letters nodig. A Astrid gaat met haar vader een nieuw hok voor haar konijn maken. B Boris doet zaterdagmiddag mee aan een atletiekwedstrijd. C Christa heeft kookles op woensdagmiddag. Ze gaan pannenkoeken bakken. D Dineke moet naar de dierenarts want haar kat is ziek. E Evert gaat één keer in de maand naar zijn postzegelclub. F Fientjes oma gaat haar leren breien. G Govert gaat met zijn vriend een nieuwe spijkerbroek kopen. 6 [1] 7 [1] 8 [1] 9 [1] 10 30 [1] [Totaal: 5]
Question paper, page 6
6 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 For Examiner's Use Derde oefening, vragen 11 - 15 Wie kijkt naar welk tv programma? Zet de letters in het juiste hokje. Je hebt niet alle letters nodig. A Jouw huis, mijn huis Een programma waarin twee personen van huis ruilen. B Met de tent op weg Deze week: kamperen in Portugal. C Tafel Twee Jan Groen spreekt met zijn gasten over de dingen van de dag. D Kaas Het verhaal van een klein meisje en haar muizenvriendjes. E Herfst De maand oktober: Nederland op z’n mooist. F Internationaal voetbal Zaterdagmiddag: Nederland – België. G Pret in Parijs Een Amerikaanse film met veel grappen. 11 Jos houdt van praatprogramma’s. [1] 12 Jeanet kijkt graag hoe andere mensen wonen. [1] 13 Freek kijkt alleen als hij kan lachen. [1] 14 Riens lievelingsprogramma gaat over de natuur. [1] 15 Lieke is dol op kinderprogramma’s. [1] [Totaal: 5]
Question paper, page 7
7 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use Vierde oefening, vraag 16 Je hebt binnenkort een belangrijk proefwerk op school. Stuur een e-mail naar je vriend/vriendin en geef de volgende informatie: 16 (a) Wat? F (b) Wanneer precies? 1 2 3 4 5 7 8 9 10 11 12 14 15 16 17 18 19 21 22 23 24 25 27 28 29 30 31 26 mei (c) Na school? Schrijf ongeveer 25 - 40 woorden. [Totaal: 5]
Question paper, page 8
8 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 For Examiner's Use Deel 2 Eerste oefening, vragen 17 - 26 Lees het volgende interview met nieuwslezer Loretta Schrijver. Beantwoord daarna de vragen kort in het Nederlands. Wat betekent eten voor jou? Ik ben er dol op. Wat zou het heerlijk zijn als ik alles kon eten zonder dik te worden. Eet je graag met je familie? Ja, maar het hangt ervan af hoe druk ik het heb. Soms eet ik zes dagen op mijn werk! Gelukkig is het eten in de kantine lekker, maar het is niet hetzelfde als thuis. Wat eet je het liefst? Vroeger Indonesisch, maar nu Italiaans. Ik houd van alles wat ze daar koken. Als kind lustte ik geen sperziebonen, totdat ik ze in Italië kreeg. Verrukkelijk! Wat eet je niet? Ik eet weinig vlees, maar ben dol op fruit, behalve bananen. Wie kookt er meestal? Mijn man vindt koken niet zo leuk, maar als ik er niet ben, maakt hij iets voor zichzelf. Dan eet hij eens iets anders dan mijn gebakken rijst met groente. Kook je uitgebreid? Ik raak al in paniek als er drie pannen op het vuur staan. Uitgebreid koken is niets voor mij. Je favoriete kookboek? Dat weet ik niet; ik heb er zoveel en in elk boek staat wel een leuk recept. Ik kook niet uitgebreid maar ik heb wel twee meter aan kookboeken. Wat kun je altijd eten? Patat. Ik heb het een keer voor het ontbijt gegeten, maar dat viel tegen. ’s Morgens smaakt een boterham toch beter. Wat moet je in huis hebben? Eieren, of nee: kaas. Dat eet ik echt iedere dag.
Question paper, page 9
9 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use 17 Waarom eet Loretta niet alles? [1] 18 Waar eet ze als ze werkt? [1] 19 Welk eten vindt ze het lekkerst? [1] 20 Welke groente wilde ze niet eten toen ze klein was? [1] 21 Wat vindt ze niet lekker? [1] 22 Wanneer kookt haar man? [1] 23 Waarom kookt ze niet uitgebreid? [1] 24 Waarom heeft ze geen favoriet kookboek? [1] 25 Wat eet ze voor het ontbijt? [1] 26 Waar kan ze niet zonder? [1] [Totaal: 10]
Question paper, page 10
10 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 For Examiner's Use Tweede oefening, vraag 27 In de herfstvakantie ben je met school een week op studiereis geweest. Schrijf een brief van 80 - 100 woorden aan een vriend/vriendin. Gebruik de volgende gegevens: (a) Vertel voor welk vak de studiereis was en welke leraren meegingen. (b) Vertel twee dingen over de reis. (c) Vertel wat je vond van je week en waarom. (d) Vraag twee dingen over de herfstvakantie van je vriend/vriendin. (e) Vertel twee dingen die jij graag wilt doen als je in de volgende vakantie bij je vriend/vriendin gaat logeren. [Totaal: 15]
Question paper, page 11
11 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use BLANK PAGE DEEL 3 BEGINT OP DE VOLGENDE BLADZIJDE
Question paper, page 12
12 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 For Examiner's Use Deel 3 Eerste oefening, vragen 28 - 35 Lees de volgende tekst. Kruis het hokje bij het juiste antwoord aan. DROP HET DROPMOMENT Op 30 april is het weer Koninginnedag. Dit jaar gaat koningin Beatrix met haar familie naar Almere. Er zijn altijd veel mensen die de koningin op deze dag iets willen geven. Sommigen doen dat elk jaar. Dinsdag onthulde dropman Oscar Meijer het geheim van zijn speciale band met de koningin. Hij raakt niet gauw uitverteld over dit onderwerp. Zo weet hij dat ze dol is op zoute drop. Meijer: 'Haar zoon, Prins Constantijn heeft eens gezegd: fijn, dat u er weer bent. Dan hebben we iets voor de terugreis'. Het idee om drop te kopen kreeg Meijer negentien jaar geleden. “Ik wilde iets aanbieden, maar ik dacht: met een bos bloemen ben ik nummer 103. Het moet origineel en Hollands zijn. Ik heb toen een hartvormige doos met chocolaatjes gekocht. De chocola heb ik zelf opgegeten en daarna heb ik de doos gevuld met drop in de vorm van kroontjes. Dat leek me bij haar passen. De eerste keer op een koude Koninginnedag zei de koningin: 'Dat komt goed uit, want ik heb last van mijn keel'. Toen wist ik dat ik goed zat, en zo is het altijd gebleven. Een paar jaar geleden stond ik in Groningen, toen de burgemeester voorbijkwam. Hij keek een beetje minachtend naar mijn drop en zei: 'Denk je echt dat je dat kunt aanbieden?' Ik zei niks, maar dacht: 'Wacht maar'. Toen later het gezelschap met de koningin passeerde, herkende ze me meteen en kwam naar me toe. Je had zijn gezicht moeten zien. Ziezo, meneer de burgemeester! Ik weet zeker dat de koningin ook in Almere naar me toe komt voor het dropmoment. Ik denk dat de organisatie er rekening mee houdt. Ik krijg namelijk altijd een politieagent bij mij in de buurt. De tv heeft mij al eens gevraagd een microfoontje mee te nemen, maar dat doe ik niet, want dat vindt de koningin niet leuk. Ik wil ook geen cameraploeg achter me, want dan wordt de koningin frontaal gefilmd. Daar houdt ze ook niet van. Zelf vind ik op tv komen enig, natuurlijk, maar het dropmoment gaat me toch boven alles.”
Question paper, page 13
13 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use 28 ‘Oscar Meijer onthulde het geheim' betekent hier dat hij A iets liet zien. B iets uitdeelde. C iets vertelde. D iets at. [1] 29 ‘Dan hebben we iets voor de terugreis’. Wat bedoelt Prins Constantijn? A Dan hebben we iets om over te praten. B Dan hebben we iets om naar te kijken. C Dan hebben we iets te doen. D Dan hebben we iets te eten. [1] 30 Wat bedoelt Oscar Meijer als hij zegt 'met een bos bloemen ben ik nummer 103'? ‘Met een bos bloemen… A doe ik hetzelfde als iedereen.’ B ben ik echt Hollands.’ C moet ik lang in de rij staan.’ D ben ik origineel.’ [1] 31 Met 'Toen wist ik dat ik goed zat' wil Meijer zeggen dat [1] A zijn idee geslaagd was. B hij lekker zat. C dat hij dronken was. D dat de drop lekker was.
Question paper, page 14
14 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 For Examiner's Use 32 De burgemeester keek minachtend, omdat A hij het idee leuk vond. B een burgemeest altijd zo kijkt. C hij het geen goed idee vond. D hij zin had in drop. [1] 33 Oscar Meijer zegt: 'Ziezo, meneer de burgemeester', omdat A de burgemeester ongelijk had. B de koningin niet naar hem toe kwam. C er geen dropmoment was. D de burgemeester voorbij kwam. [1] 34 Waarom staat er altijd een agent bij Meijer in de buurt? A Zodat de koningin goed gefilmd kan worden. B Omdat Meijer gevaarlijk is. C Zodat de mensen haar goed kunnen horen. D Om de koningin te beschermen. [1] 35 Meijers speciale band met de koningin is dat A hij samen met haar op de tv komt. B zij ieder jaar drop van hem aanneemt. C hij geen microfoontje wil. D er altijd een politieagent bij hem staat. [1] [Totaal: 8]
Question paper, page 15
15 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 [Turn over For Examiner's Use BLANK PAGE DE LAATSTE OEFENING BEGINT OP DE VOLGENDE BLADZIJDE
Question paper, page 16
16 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 36 - 47 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. KEET Zaterdagavond in Twente. We rijden door het groene landschap. De kippen- en koeiengeuren waaien met de wind mee. We zijn op zoek naar keten. Er zijn in deze streek wel honderd van die keten waar jongens van een jaar of dertien, veertien in het weekend samenkomen. Een keet is een verbouwde schuur, zolder of caravan waar jongens onder toezicht van een paar ouders kunnen feesten. De keten zijn op het internet gemakkelijk te vinden, want ze hebben allemaal hun eigen website. In de praktijk is het wat lastiger, omdat ze meestal niet pal aan de weg liggen en ze vaak niet aangegeven zijn. Aan de rand van het piepkleine dorpje Vasse, naast het huis van de familie Franke, heeft zoon Piet met zes vrienden zo’n keet. De jongens van "Saloon Vasse" kenden elkaar al op de basisschool en hadden een sterke band, omdat ze in de klas zaten met wel 21 meisjes. ‘Jongens van hun leeftijd willen niet meer thuis zitten’, zegt mevrouw Franke, ‘en ze zijn nog te jong voor een gewoon café’. Als dat er al is, want in Vasse is er weinig te doen. De populariteit van de keten komt doordat uitgaan zo duur is geworden. ‘Jongeren kunnen het gewoon niet meer betalen’, zegt meneer Franke. Op elke tien jongens is er wel een keet. Ze gaan bij elkaar buurten om naar een film te kijken of naar muziek te luisteren. Keten zijn van jongens, meisjes komen op bezoek. Voor twee euro mogen de gasten net zoveel chips en frisdrank hebben als ze willen. Van de winst wordt er nu een wc gebouwd in Saloon Vasse. We rijden naar de keet van De Tien van Albergen, die ook moeilijk te vinden is. Het is een kleurige stacaravan, die achter een boerenschuur staat. De jongens hebben de caravan samen opgeknapt. De tent sluit vanavond vroeg, want morgenochtend moeten twee DTA-ers om zes uur op voor hun schaatstraining in Deventer. De jongens kunnen er niet bij dat ze in Amsterdam geen keten kennen. ‘Wat doen ze daar dan in het weekend?' De lol van een keet is de gezelligheid. Roken mag niet, dromen wel. Over een busje, met een eigen logo, bijvoorbeeld, om van het ene feest naar het andere te gaan. Dat zal echter wel een droom blijven.
Question paper, page 17
17 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 For Examiner's Use 36 Hoe weet je dat de schrijver op het platteland is? [1] 37 Wat kun je volgens de tekst doen in een keet? [1] 38 Waarom is het makkelijk om iets te weten te komen over een keet? [1] 39 Geef één reden waarom het moeilijk kan zijn om een keet te vinden. [1] 40 Waarom denkt de schrijver dat er geen café is in Vasse? [1] 41 Waarom hebben de jongens van 'Saloon Vasse' zo'n sterke band gekregen? [1] 42 Leg uit waarom jongeren volgens meneer Franke zo graag naar keten gaan. [1] 43 Wat betekent 'buurten' in deze tekst? [1] 44 Uit welke woorden blijkt dat het een tijd duurde voordat de schrijver bij de keet in Albergen aankwam? [1] 45 Aan welke sport doen een paar van de jongens uit Albergen? [1] 46 ‘De jongens kunnen er niet bij.’ Wat betekent deze zin? [1] 47 Waarom denk je dat het busje wel een droom zal blijven? [1] [Totaal: 12]
Question paper, page 18
18 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 BLANK PAGE
Question paper, page 19
19 © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 BLANK PAGE
Question paper, page 20
20 Copyright Acknowledgements: Questions 17 – 26 Questions 28 – 35 Questions 36 - 47 © AllerHande Magazine, Volume 4, 2006. © Gijs Zandbergen; Volkskrant Magazine, 15 April 2006. © Volkskrant Magazine, 20 May 2006. Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. © UCLES 2008 0515/02/M/J/08 BLANK PAGE
Mark scheme, page 1
UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2008 question paper 0515 FOREIGN LANGUAGE DUTCH 0515/02 Paper 2 (Reading and Directed Writing), maximum raw mark 48 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began. All Examiners are instructed that alternative correct answers and unexpected approaches in candidates’ scripts must be given marks that fairly reflect the relevant knowledge and skills demonstrated. Mark schemes must be read in conjunction with the question papers and the report on the examination. • CIE will not enter into discussions or correspondence in connection with these mark schemes. CIE is publishing the mark schemes for the May/June 2008 question papers for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level syllabuses and some Ordinary Level syllabuses. www.XtremePapers.com
Mark scheme, page 2
Page 2 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 02 © UCLES 2008 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1–5 1 D [1] 2 B [1] 3 A [1] 4 C [1] 5 B [1] [Totaal: 5] Tweede oefening, vragen 6–10 6 F [1] 7 B [1] 8 A [1] 9 C [1] 10 E [1] [Totaal: 5] Derde oefening, vragen 11–15 11 C [1] 12 A [1] 13 G [1] 14 E [1] 15 D [1] [Totaal: 5] Vierde oefening, vraag 16 Three pictures x 1 Use of Language: max. 2 [Total: 5] 5 marks: 3 marks for communicating three items of information, 0, 1 or 2 marks according to grid. Candidates do not have to write in complete sentences; they should not be penalised for writing in note form. 2 Verbs must be in appropriate tenses. Minor errors (adjective endings, use of prepositions, wrong genders, etc.) are tolerated. 1 Some appropriate usage to reward. Where verbs are not in appropriate tenses, award max. 1 mark. 0 No examples of appropriate usage to reward. NB 0 marks for Communication means none for Language.
Mark scheme, page 3
Page 3 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 02 © UCLES 2008 Deel 2 Eerste oefening, vragen 17–26 17 Ze wil niet dik worden. [1] 18 in de kantine [1] 19 Italiaans [1] 20 sperziebonen [1] 21 bananen [1] 22 Als zij er niet is. [1] 23 Ze raakt gauw in paniek. [Reject: ‘het is niets voor haar’] [1] 24 Ze heeft er zoveel. / In elk boek staat wel een leuk recept. [1] 25 een boterham [1] 26 kaas [1] [Totaal: 10] Tweede oefening, vragen 27 Communication marks: 10 marks are awarded for communication. Communication marks are allocated as follows: (a) Vertel voor welk vak het was en welke leraren meegingen. [max 2] (b) Vertel twee dingen over de reis. [max 2] (c) Vertel wat je vond van je week en waarom. [max 2] (d) Vraag twee dingen over de herfstvakantie van je vriend(in). [max 2] (e) Vertel twee dingen die je graag wilt doen als je in de volgende vakantie bij je vriend(in) gaat logeren. [max 2] NB: candidates who do not complete all of the tasks cannot score full marks for communication. Accuracy marks: the 5 marks for accuracy are awarded positively with candidates receiving ticks for appropriateness and correctness in the use of tenses, structures, agreements, etc. No accuracy marks are awarded for sentences lifted from texts on the question paper, for material that is irrelevant to the question set, for letter introduction and conclusion. Please see the end of the mark scheme for this paper for further details. [5] [Total: 15]
Mark scheme, page 4
Page 4 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 02 © UCLES 2008 Deel 3 Eerste oefening, vragen 28–35 28 C [1] 29 D [1] 30 A [1] 31 A [1] 32 C [1] 33 A [1] 34 D [1] 35 B [1] [Totaal: 8] Tweede oefening, vragen 36–47 36 het groene landschap / de kippen- en koeiengeuren [1] 37 feesten (onder toezicht) [1] 38 Ze hebben allemaal een website / je kan ze op internet opzoeken/vinden [1] 39 Ze liggen niet aan de weg / ze staan vaak niet aangegeven. [1] 40 Het dorp is (te) klein/ er is weinig te doen. [1] 41 Ze zaten bij 21 meisjes in de klas. [1] 42 Uitgaan is te duur geworden. [1] 43 op bezoek / visite gaan [1] 44 moeilijk te vinden [1] 45 schaatsen [1] 46 De jongens begrijpen het niet/snappen het niet. [1] 47 De jongens zijn te jong/het is misschien te duur. [1] [Totaal: 12]
Mark scheme, page 5
Page 5 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 02 © UCLES 2008 Accuracy marks for Question 27 Language Marks General Notes This positive mark scheme is intended to reward both accuracy and ambition. No marks are deducted for errors. There is no ‘impression marking’. Punctuation: incorrect punctuation will be tolerated. Repetition: rule of three, i.e. that only the first three examples of identical lexis and structure in identical circumstances will be rewarded. Accuracy: in letters, ignore any address or date. Ignore also any title which the candidate has invented. No marks may be gained for these items. Irrelevant material: no marks may be obtained for clearly irrelevant material. Count such material in the word count, but bracket it. Word Limit: count up to exactly 100 words for Language, but allow up to 110 for Communication. Consequently, award no more marks after 100 words for Language and after 110 words for Communication. Marking units: a tick is awarded for a correct marking unit of which each element is correct. The tick is recorded over the scoring word. A VERBS 1 Subject/verb accord Correctly spelt noun or pronoun + any correct finite verb in the correct word order = 1 tick. The personal pronouns: ik, je/jij etc. as well as the indefinite pronouns: (n)iemand etc. must be correctly written. The present tenses of hebben and zijn also score ticks, if appropriate. ✓ Ik drink Ick drink ✓ Niemand weet (het) ✓ Do hont drinkt / De hond drinkt / Het hond drinkt (Nu) ik ga Ik heb koud
Mark scheme, page 6
Page 6 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 02 © UCLES 2008 2 Compound tenses An auxiliary and a past participle in the correct position gains one tick (i.e. one tick per correct verbal unit). ✓ Ik heb (een boek) gekocht Ik heb (met de bus) gegaan Ik heb gegaan (met de bus) 3 Separable verbs A tick for each correct siting of the separable prefix. Ik uitnodig ✓ ✓ Wij wassen af ✓✓ Ik heb (vier mensen) uitgenodigd 4 Imperative A tick for correct use. ✓ Wacht! Schrijven op! 5 Correct use and positioning of infinitives: (After modal verbs, om…te, zonder…te, etc.) One tick for the correct use and spelling of the infinitive, as part of a correct verbal unit, and an additional tick (i.e. conditional upon correct use of the infinitive) for the correct use and spelling of te, om te, zonder te etc. ✓ Ik kan (goed) zwemmen Ik kan zwemmen goed ✓ ✓ Zonder (een ogenblik) te verliezen ✓ ✓ Hij staat te kijken
Mark scheme, page 7
Page 7 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 02 © UCLES 2008 B NOUNS AND PRONOUNS 1 Nouns A tick will be given for any correctly used and spelt noun preceded by a correctly used possessive, demonstrative, negative (geen) or numeral, including correct use of genitive s as in ‘s morgens. In short, this means that a noun will only score as part of a unit. Give credit for correct use of meneer, mevrouw en (me-)juffrouw. Correctly used and spelt plural noun phrases/units will get an extra tick. ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Mijn / onze / deze / geen / elke fiets ✓ ✓ ✓ ✓ Jouw / alle / die / kinderen ✓ Ze werkt ’s morgens ✓ ✓ Mijn man werkt ‘s avonds ✓ Ons vader werkt ‘s nachts Also credit with 1 tick when an article is left out correctly as in: ✓ Hij is ondermijzer 2 Personal pronouns correctly used as direct or indirect object. ✓ Ik zie hem ✓ Ik geef haar een hand ✓ ✓ Ik heb het hem gegeven C ADJECTIVES 1 Adjectives need to agree with the choice of article. If there is no article, the ending of the adjective must agree with the gender and number of the noun. Please note that the adjective will only be credited if the spelling of the adjective and of the noun it describes is correct. ✓ De jonge vrouw Een jong vrouw Zijn jonge vrauw ✓ ✓ Koude wijn / koud water 2 Predicative adjectives ✓ Hij is groot Hij is grote
Mark scheme, page 8
Page 8 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 02 © UCLES 2008 D PREPOSITIONS 1 Prepositional units are given one extra tick. A preposition + a pronoun = 1 tick. ✓ Met de auto Met bus ✓ Met jou Met jouw ✓ Ik luister naar hem E ADVERBS 1 Correct use of adverbial phrase/adverb Excluding alsjeblieft / alstublieft, dankjewel, dank u wel, bedankt, ja, nee, but including one-word adverbs such as graag, ook, dan, misschien, niet. ✓ Hij rijdt hard Hij rijdt hard altijd ✓ ✓ Hij rijdt nooit/niet hard ✓ Hij komt misschien Misschien hij komt 2 Qualifiers, such as tamelijk, vrij are also to be credited with 1 tick. Erg, zo, zeer and heel are not to be credited. ✓ Ik ben vreselijk moe 3 The adverbs that are often used to make the imperative less direct and more friendly, i.e. eens, maar, toch, even, also score 1 tick. ✓ Kom toch binnen ✓ Laat maar
Mark scheme, page 9
Page 9 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 02 © UCLES 2008 4 Correct use of forms with er also scores 1 tick, but not when used as subject (see A1). Er wordt gebeld Er loopt een kat in de tuin ✓ Ik heb er gewoond ✓ Je zit erop ✓ Ik heb er genoeg F CONJUNCTIONS AND WORD ORDER 1 Correct subordinating or co-ordinating conjunctions are to be credited (except those with en and maar and dat) as is the use of a correct relative pronoun. ✓ Ik weet niet of hij komt Ik weet niet als hij komt ✓ De stoel waarop ik zit ✓ De stoel waar ik op zit 2 Correct word order: • in relative and subordinate clauses • inversion main clauses • time, manner, place (TMP) • order of direct and indirect objects [2 noun objects: indirect object comes first] [2 pronoun objects: direct object comes first] In relative and subordinate clauses: ✓ Ik weet dat hij niet komt Ik weet dat hij komt niet Inversion in main clauses: ✓ Morgen gaat ze weg Morgen ze gaat web Order of direct and indirect object ✓ (WO) Ik geef hem een boek
Mark scheme, page 10
Page 10 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 02 © UCLES 2008 MISCELLANEOUS MATTERS 1 Interrogatives plus inversion ✓ ✓ Wie ben je? Wanneer je komt? 2 Time, dates and age: Telling the time: 1 tick per preposition, up to a maximum of 2; the time must be correctly written. ✓ ✓ Om kwart voor tien ✓ ✓ Om 10 uur / om half tien Om half drei Dates: a tick for correct usage (ordinals should be spelt correctly). ✓ ✓ ✓ 12 mei / twaalf mei / de twaalfde mei 12 Mei In conjunction with preposition: plus 1 tick Please note: tot en met counts as one preposition ✓ ✓ Tot en met 10 juni Van elf tot en met dertien Juli Age: ✓ Hij is zeventien (jaar) 3 Comparisons In comparisons, the correct adjective/adverb is credited as normal, but there is an extra tick for the correct usage in the comparison. ✓ ✓ Zij zingt beter dan ik ✓ ✓ Jan is even oud als Piet ✓ Jij bent niet zo jong dan ik 4 Abbreviations will be rewarded if used with the correct punctuation: ✓ d.w.z.
Mark scheme, page 11
Page 11 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2008 0515 02 © UCLES 2008 5 Units and prices however expressed, gain a tick, if used appropriately: ✓ ✓ ✓ 3 meter 80 / 3 m. 80 / drie meter tachtig ✓ Dat boek kost 8,50 Hij is 8,50 6 Greetings, etc. ✓ ✓ Goedemiddag / goedenavond ✓ Welterusten ✓ Dag Number of ticks Maximum 20 Mark out of 5 (for Accuracy of Language) 20+ 5 16–19 4 12–15 3 8–11 2 4–7 1 0–3 0
What you needed in this session
Cambridge’s own grade thresholds for 2008 May/June, Paper 2 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.