Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2007 May/June Paper 2 · Variant 1
0515/21/M/J/07 · 65 marks · ≈73 min
The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.
Question paper20 pages




















Mark scheme12 pages
Answers below. Sit the paper first if you are practising.












Paper as text
Question paper, page 1
This document consists of 15 printed pages and 5 blank pages. IB07 06_0515_02/3RP © UCLES 2007 [Turn over *8323581719* For Examiner's Use Section 1 Section 2 Sub-Total Section 3 Total UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/02 Paper 2 Reading and Directed Writing May/June 2007 1 hour 30 minutes Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST DO NOT WRITE IN ANY BARCODES. Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question www.XtremePapers.com
Question paper, page 2
2 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 For Examiner's Use Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 - 5 Kruis het hokje bij het juiste antwoord aan. 1 Je leest dit in een advertentie: VANAF DONDERDAG IN DE BIOSCOOP Dit is een advertentie voor: A B C M A B C D D [1] 2 Je ziet dit in een winkel: In welke winkel ben je? A drogist B banketbakkerij C slagerij D groentewinkel [1]
Question paper, page 3
3 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 [Turn over For Examiner's Use 3 Je ziet dit: ONGELUK langzaam rijden Wat is er aan de hand? A B C A B C D STOP D [1] 4 Je leest dit op het station: Overstappen in Amersfoort Wat moet je doen? A B C ? A B C D D [1] 5 Je gaat met school naar dit museum. Museum Het Schielandshuis De geschiedenis van Rotterdammers en hun stad Voor welk vak is het bezoek belangrijk? A B C A B C D D [1] [Totaal 5]
Question paper, page 4
4 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 6 - 10 De volgende dingen kun je doen met Pasen. Zet de letters in het juiste hokje. Je hebt niet alle letters nodig. A Schrijf een verhaal over Pasen en win een boek. B Een speciale bootreis van drie uur door de haven van Rotterdam. C Luister naar het paasconcert van het Rotterdams Orkest. D Met de hele familie eieren zoeken in het Stadspark. E Een interessante rondleiding langs meer dan twintig beelden. F Een toneelstuk vol actie in het theater. Voor alle leeftijden. G Café ‘Het Hoedje’ maakt een heerlijk paasontbijt met verse broodjes. 6 [1] 7 [1] 8 [1]
Question paper, page 5
5 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 [Turn over For Examiner's Use 9 [1] 10 [1] [Totaal 5]
Question paper, page 6
6 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 For Examiner's Use Derde oefening, vragen 11 - 15 Waarover gaan de volgende opmerkingen? Zet de letters in het juiste hokje. Je hebt niet alle letters nodig. A Artikelen in de winkel zijn goedkoper dan normaal. B Twee voetbalelftallen die tegen elkaar spelen. C Alles wat je meeneemt op reis. D De tijd van het jaar tussen de zomer en de winter als de bladeren van de bomen vallen. E Slecht weer met donder en bliksem. F Voorwerpen die je gebruikt bij het eten en drinken. G Een boekje met je foto, je naam en geboortedatum als bewijs van je nationaliteit. 11 Wedstrijd [1] 12 Onweer [1] 13 Uitverkoop [1] 14 Paspoort [1] 15 Bagage [1] [Totaal 5]
Question paper, page 7
7 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 [Turn over Vierde oefening, vraag 16 Je voelt je niet lekker. Stuur een e-mail naar je vrienden en geef de volgende informatie: 16 (a) Waar? (b) Hoe laat? 12 1 2 3 4 5 7 8 6 9 10 11 (c) Waarom? Schrijf ongeveer 25 - 40 woorden. [Totaal 5]
Question paper, page 8
8 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 For Examiner's Use Deel 2 Eerste oefening, vragen 17 - 25 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. DE SOLEX De Solex is een brommer uit de jaren zestig. Die is deze zomer weer helemaal in de mode. Ik heb er één in de schuur, want ik rijd al jaren op een Solex. Een paar jaar geleden vonden mensen het gek. Nu is hij opeens heel modern! Iedereen wil weer een Solex. Ik ben al zestien jaar lid van de Solexclub. Vorige week zondag was het de veertiende tocht van de club. Met ongeveer vijftig mensen reden we over polderdijkjes en smalle weggetjes door de polders van Nederland. Was u zondag in uw bootje aan het vissen in de buurt van Amsterdam? Dan heeft u ons vast gezien. We reden ook langs het vliegveld, door het Amsterdamse Bos, langs boerderijen en velden en toen terug naar het gezellige café ‘Het Trefpunt’. "Waarom is de Solex zo leuk?" Kees vindt het maar een stomme vraag en rijdt snel weg. Peter houdt van het gebrom van de fiets. Frans zegt dat je zijn Mercedes overal kunt kopen, maar zijn Solex niet. Henk: "Het kost haast niks. Zo'n Solex gebruikt maar heel weinig benzine". Voor Leo, de Solex-dokter, is het repareren van deze brommertjes zijn werk en zijn hobby.
Question paper, page 9
9 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 [Turn over For Examiner's Use 17 Wat is een Solex? [1] 18 Uit welke tijd is de Solex? [1] 19 Waar staat de Solex van de schrijver? [1] 20 Hoe vinden de mensen de Solex nu? [1] 21 Hoe lang is de schrijver al lid van de Solexclub? [1] 22 Hoe vaak is de Solextocht al gehouden? [1] 23 Over wat voor soort wegen rijden de toerrijders? [1] 24 Wat was het eindpunt van de tocht? [1] 25 Noem twee redenen waarom de leden van de club zo van hun Solex houden. (i) [1] (ii) [1] [Totaal 10]
Question paper, page 10
10 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 For Examiner's Use Tweede oefening, vraag 26 Je bent in de vakantie jarig geweest en je vriend/vriendin ook. Jullie zijn van plan om na de vakantie samen een feestje te geven. Schrijf een brief van 80 - 100 woorden aan deze vriend/vriendin. Gebruik de volgende gegevens: (a) Vertel twee dingen over je vakantie. (b) Vertel wat je op je verjaardag hebt gekregen en wat je daarvan vond. (c) Vraag twee dingen over de vakantiebaan van je vriend/vriendin. (d) Vertel iets over de mensen die je wilt uitnodigen voor jullie feest. (e) Stel twee vragen over wat je vriend/vriendin wil doen op het feest. [Totaal 15]
Question paper, page 11
11 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 [Turn over For Examiner's Use BLANK PAGE PLEASE TURN OVER FOR SECTION 3
Question paper, page 12
12 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 For Examiner's Use Deel 3 Eerste oefening, vragen 27 - 34 Lees de volgende tekst. Kruis het hokje bij het juiste antwoord aan. Reuzenschildpadden wegen 218.4 kg De eerste woensdag van deze maand was een belangrijke dag voor de reuzenschildpadden in de Amsterdamse dierentuin Artis. 's Ochtends vroeg werden ze namelijk alledrie op de weegschaal gezet. Artis weegt de schildpadden elk jaar om te kijken of ze zijn aangekomen, want hoe zwaarder de schildpad, hoe gezonder. Of hij magerder is geworden, kun je alleen maar ontdekken met een weegschaal, want het lijf van de schildpad zit verborgen in zijn schild. Dat wegen is best ingewikkeld. Je kunt een schildpad niet vragen om op de weegschaal te gaan staan; dat snapt hij niet. En als hij erop moet klimmen, duurt dat héél lang, want een schildpad kan slecht klimmen. De schildpadden in Artis zijn naamloos, maar hun verzorgers heten Dennis en Daniëlle. Voor het wegen klopte één van de verzorgers met een bezem op het schild van één van de schildpadden. Die vond het zo vervelend, dat hij weg liep, precies in de richting van de weegschaal. Maar zelf klimmen ging echt niet; de schildpadden moesten getild worden. Vijf mensen waren er nodig. Ze legden elke schildpad op een krukje dat op een weegschaal stond. De kleinste schildpad, een vrouwtje, trok verbaasd haar kop in en flapte met haar gerimpelde poten in de lucht. Tachtig kilo woog ze, evenveel als vorig jaar. Het vrouwtje heeft veel last van stress, omdat ze met twee mannetjes woont. Maar alleen zijn wil ze ook niet, dan eet ze niet meer van schildpaddenverdriet. Na het vrouwtje worden de twee mannetjes gewogen. Die zijn zo zwaar, dat één van de mensen die meetilden, even naar buiten moest omdat hij bijna flauwviel van de inspanning. De éne schildpadman woog 173 kilo. De andere, die zo groot is als een bad, was 218 kilo. Dat is ongeveer zoveel als zeven kinderen van tien. Maar voor reuzenschildpadden is het niet veel. De mannetjes waren vermagerd; twee jaar geleden waren ze elk tien kilo zwaarder. Nu moeten ze meer eten. Wel gezond natuurlijk. Ze kregen meteen een krat sla. Ook een schildpad heeft recht op lekkers als de dokter hem heeft onderzocht.
Question paper, page 13
13 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 [Turn over For Examiner's Use 27 Het woord 'wegen' in de titel betekent A paden. B kijken hoe zwaar iets is. C weggaan. D heel groot zijn. [1] 28 Als de schildpadden zijn aangekomen, zijn ze A te mager. B in de dierentuin. C goed gezond. D te laat. [1] 29 Het lijf van een schildpad kun je A apart wegen. B niet zien. C makkelijk tillen. D niet verbergen. [1] 30 De schildpadden in de dierentuin A heten Dennis en Daniëlle. B hebben mooie namen. C heten allemaal Artis. D hebben geen namen. [1]
Question paper, page 14
14 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 For Examiner's Use 31 Het wegen van grote schildpadden is A lastig. B onmogelijk. C eenvoudig. D gevaarlijk. [1] 32 'Dat snapt hij niet' betekent: A dat begrijpt hij niet. B dat kan hij niet. C dat wil hij niet. D dat durft hij niet. [1] 33 Hoe komen de schildpadden op de weegschaal? A Ze klimmen erop. B Ze gaan op hun buik liggen. C Ze doen het met een bezem. D Ze worden getild. [1] 34 De schildpadmannen wegen A net zoveel als een bad. B meer dan vijf verzorgers. C hetzelfde als tien kinderen van zeven. D tien kilo minder dan vorig jaar. [1] [Totaal 8]
Question paper, page 15
15 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 [Turn over For Examiner's Use BLANK PAGE PLEASE TURN OVER FOR QUESTIONS 35 - 46
Question paper, page 16
16 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 35 - 46 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands in je eigen woorden. Pin dak aas Pin dak aas Op een warme middag kwam ik moe en hongerig thuis uit school. "Een boterham, een boterham, mijn fiets voor een boterham", riep ik op zielige toon tegen mijn moeder. Omdat ze medelijden met me had, smeerde ze snel een paar boterhammen met pindakaas voor me. Toen ik die ophad had ik nog trek, maar mijn moeder had de pindakaaspot al weggezet. "Drie boterhammen is genoeg", zei ze streng. "Anders word je maar een dikzak." Teleurgesteld ging ik naar mijn kamer. Ik had helemaal nergens zin in, zelfs niet in mijn computerspelletjes, en daarom staarde ik maar wat uit het raam. Buiten liepen allemaal vrolijke kinderen die volgens mij veel meer hadden gegeten dan ik en toch niet dik waren. En mijn maag bleef maar rammelen en vroeg gewoon om meer. Gelukkig moest mijn moeder aan het eind van die middag nog even wat boodschappen doen. Zodra ze de deur uit was, rende ik naar de keuken en pakte de pindakaaspot. Wat was ik blij dat aan mijn lijden een einde was gekomen. Maar toen ik de broodtrommel opende, bleek dat ik te vroeg had gejuicht: het brood was op. Even voelde ik me de hongerigste jongen ter wereld. Maar toen kreeg ik een briljant idee. Want wat was er nou lekkerder? Het brood of de pindakaas? Met een theelepeltje nam ik een paar hapjes uit de pot. Oh, wat was pindakaas toch lekker. Ik besloot met het lepeltje de pindakaas in de pot glad te strijken, zodat het leek alsof er helemaal niets van gegeten was. Daardoor moest ik natuurlijk nog wat meer nemen. En toen ik ineens de bodem van de pindakaaspot door de pindakaas heen zag, was het te laat. De pindakaaspot heb ik daarna onder mijn bed verborgen. Toen mijn moeder de volgende morgen bij het ontbijt vroeg of ik pindakaas op mijn brood wilde, zei ik: "Nee, geef mij maar hagelslag."
Question paper, page 17
17 © UCLES 2007 0515/02/M/J/07 35 Hoe voelde de schrijver zich toen hij uit school kwam? [1] 36 Wat zou hij wel willen ruilen voor een boterham? [1] 37 Waarom had zijn moeder medelijden met hem? [1] 38 Waarom gaf zijn moeder hem niet meer dan drie boterhammen? [1] 39 Wat deed hij in zijn kamer? [1] 40 Wat bedoelt de schrijver met 'mijn maag bleef rammelen’? [1] 41 Waarom was er aan zijn lijden een einde gekomen? [1] 42 Wat betekent 'Ik had te vroeg gejuicht?' [1] 43 Leg uit waarom hij niet 'de hongerigste jongen ter wereld' kan zijn. [1] 44 Waarom vond hij het eigenlijk niet erg dat het brood op was? [1] 45 Hoe kwam het dat hij de bodem van de pindakaaspot zag? [1] 46 Geef een reden waarom hij de volgende morgen geen pindakaas wou. [1] [Totaal 12]
Question paper, page 20
20 Copyright Acknowledgements: Questions 17-25 @ Jos van Noord; De Telegraaf, 9 August 2003. Questions 27-34 @ Maartje Somers; NRC Handelsblad, 30 March 2004. Questions 35-46 @ Michel Krielaars; NRC Handelsblad, 15 June 2004. Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. 0515/02/M/J/07 BLANK PAGE
Mark scheme, page 1
UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2007 question paper 0515 FOREIGN LANGUAGE DUTCH 0515/02 Paper 2 (Reading and Writing), maximum raw mark 65 This mark scheme is published as an aid to teachers and candidates, to indicate the requirements of the examination. It shows the basis on which Examiners were instructed to award marks. It does not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began. All Examiners are instructed that alternative correct answers and unexpected approaches in candidates’ scripts must be given marks that fairly reflect the relevant knowledge and skills demonstrated. Mark schemes must be read in conjunction with the question papers and the report on the examination. • CIE will not enter into discussions or correspondence in connection with these mark schemes. CIE is publishing the mark schemes for the May/June 2007 question papers for most IGCSE, GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level syllabuses and some Ordinary Level syllabuses. www.XtremePapers.com
Mark scheme, page 2
Page 2 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 – 5 1 D [1] 2 B [1] 3 C [1] 4 A [1] 5 A [1] [Totaal: 5] Tweede oefening, vragen 6 – 10 6 D [1] 7 B [1] 8 G [1] 9 F [1] 10 A [1] [Totaal: 5] Derde oefening, vragen 11 – 15 11 B [1] 12 E [1] 13 A [1] 14 G [1] 15 C [1] [Totaal: 5] Vierde oefening, vraag 16 Three pictures x 1 Use of Language: max. 2 5 marks: 3 marks for communicating three items of information, 0, 1 or 2 marks according to grid. Candidates do not have to write in complete sentences; they should not be penalised for writing in note form. 2 Verbs must be in appropriate tenses. Minor errors (adjective endings, use of prepositions, wrong genders, etc.) are tolerated. 1 Some appropriate usage to reward. Where verbs are not in appropriate tenses, award max. 1 mark. 0 No examples of appropriate usage to reward. N.B: 0 marks for Communication means none for Language. [Totaal: 5]
Mark scheme, page 3
Page 3 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 Deel 2 Eerste oefening, vragen 17 – 25 17 een brommer/een bromfiets/een vervoermiddel [1] 18 uit de jaren zestig [1] 19 in de schuur [1] 20 modern/in de mode [1] 21 zestien/16 jaar [1] 22 veertien/14 keer [1] 23 smalle wegen/polderdijkjes [1] 24 (Café) Het Trefpunt [1] 25 two of the following: het gebrom (van de Solex) je kunt hem niet overal kopen kost haast niets in het gebruik/is zuinig leuk om aan te werken [2] [Totaal: 10] Tweede oefening, vraag 26 Communication marks: 10 marks are awarded for communication. Communication marks are allocated as follows: Vertel: (b) Vertel twee dingen over je vakantie. [max. 2] (b) Vertel wat je op je verjaardag hebt gekregen en wat je daarvan vond. [max. 2] (c) Vraag twee dingen over de vakantiebaan van je vriend/vriendin. [max. 2] (d) Vertel iets over de mensen die je wilt uitnodigen voor jullie feest. [max. 2] (e) Stel twee vragen over wat je vriend/vriendin wil doen op het feest. [max. 2] N.B.: candidates who do not complete all of the tasks cannot score full marks for communication. Accuracy marks: the 5 marks for accuracy are awarded positively with candidates receiving ticks for appropriateness and correctness in the use of tenses, structures, agreements etc. No accuracy marks are awarded for sentences lifted from texts on the question paper, for material that is irrelevant to the question set, for letter introduction and conclusion. Please see the end of the mark scheme for this paper for further details. [max. 5] [Totaal: 15]
Mark scheme, page 4
Page 4 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 Deel 3 Eerste oefening, vragen 27 – 34 27 B [1] 28 C [1] 29 B [1] 30 D [1] 31 A [1] 32 A [1] 33 D [1] 34 D [1] [Totaal: 8] Tweede oefening, vragen 35 – 46 35 moe/hongerig/zielig [1] 36 zijn fiets [1] 37 Omdat hij zielig deed/honger had. [1] 38 Anders wordt hij te dik/wordt hij een dikzak. [1] 39 uit het raam staren/niets [1] 40 Hij had nog trek/honger. [1] 41 Hij kon weer pindakaas eten. [1] 42 Zijn lijden was nog niet over/het brood was op. [1] 43 Hij had pas (drie/een paar) boterhammen gegeten./ [1] Er zijn jongens in de wereld die niets te eten hebben. 44 Omdat pindakaas lekkerder is dan brood. [1] 45 Hij had te veel gegeten/De pindakaas was (bijna) op. [1] 46 Zijn moeder zou dan ontdekken dat de pindakaas op was/ Hij had zoveel pindakaas gegeten dat hij het niet meer wilde/ lustte./De pindakaas was onder zijn bed. [1] [Totaal: 12]
Mark scheme, page 5
Page 5 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 ACCURACY MARKS FOR QUESTION 26 LANGUAGE MARKS General notes This positive mark scheme is intended to reward both accuracy and ambition. No marks are deducted for errors. There is no ‘impression marking’. Punctuation: incorrect punctuation will be tolerated. Repetition: rule of three, i.e. that only the first three examples of identical lexis and structure in identical circumstances will be rewarded. Accuracy: in letters, ignore any address or date. Ignore also any title which the candidate has invented. No marks may be gained for these items. Irrelevant material: no marks may be obtained for clearly irrelevant material. Count such material in the word count, but bracket it. Word Limit: count up to exactly 100 words for Language, but allow up to 110 for Communication. Consequently, award no more marks after 100 words for Language and after 110 words for Communication Marking units: a tick is awarded for a correct marking unit of which each element is correct. The tick is recorded over the scoring word. A VERBS 1 Subject/verb accord Correctly spelt noun or pronoun + any correct finite verb in the correct word order = 1 tick. The personal pronouns: ik, je/jij etc. as well as the indefinite pronouns: (n)iemand etc. must be correctly written. The present tenses of hebben and zijn also score ticks, if appropriate. Ik drink Ick drink Niemand weet (het) De hont drinkt/ De hond drinkt/Het hond drinkt (Nu) ik ga Ik heb koud
Mark scheme, page 6
Page 6 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 2 Compound tenses An auxiliary and a past participle in the correct position gains one tick (i.e. one tick per correct verbal unit). Ik heb (een boek) gekocht Ik heb (met de bus) gegaan Ik heb gegaan (met de bus) 3 Separable verbs A tick for each correct siting of the separable prefix. Ik uitnodig Wij wassen af Ik heb (vier mensen) uitgenodigd 4 Imperative A tick for correct use. Wacht! Schrijven op! 5 Correct use and positioning of infinitives: (After modal verbs, om…te, zonder…te, etc.) One tick for the correct use and spelling of the infinitive, as part of a correct verbal unit, and an additional tick (i.e. conditional upon correct use of the infinitive) for the correct use and spelling of te, om te, zonder te etc. Ik kan (goed) zwemmen Ik kan zwemmen goed Zonder (een ogenblik) te verliezen Hij staat te kijken
Mark scheme, page 7
Page 7 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 B NOUNS AND PRONOUNS 1 Nouns A tick will be given for any correctly used and spelt noun preceded by a correctly used possessive, demonstrative, negative (geen) or numeral, including correct use of genitive s as in ‘s morgens. In short, this means that a noun will only score as part of a unit. Give credit for correct use of meneer, mevrouw en (me-)juffrouw. Correctly used and spelt plural noun phrases/units will get an extra tick. Mijn / onze / deze / geen / elke fiets Jouw / alle / die / kinderen Ze werkt ’s morgens Mijn man werkt ’s avonds Ons vader werkt ’s nachts Also credit with 1 tick when an article is left out correctly as in: Hij is onderwijzer 2 Personal pronouns correctly used as direct or indirect object. Ik zie hem Ik geef haar een hand Ik heb het hem gegeven C ADJECTIVES 1 Adjectives need to agree with the choice of article. If there is no article, the ending of the adjective must agree with the gender and number of the noun. Please note that the adjective will only be credited if the spelling of the adjective and of the noun it describes is correct. De jonge vrouw Een jong vrouw Zijn jonge vrauw Koude wijn / koud water
Mark scheme, page 8
Page 8 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 2 Predicative adjectives Hij is groot Hij is grote D PREPOSITIONS Prepositional units are given one extra tick. A preposition + a pronoun = 1 tick. Met de auto Met bus Met jou Met jouw Ik luister naar hem E ADVERBS 1 Correct use of adverbial phrase/adverb Excluding alsjeblieft / alstublieft, dankjewel, dank u wel, bedankt, ja, nee, but including one- word adverbs such as graag, ook, dan, misschien, niet. Hij rijdt hard Hij rijdt hard altijd Hij rijdt nooit/niet hard Hij komt misschien Misschien hij komt 2 Qualifiers, such as tamelijk, vrij are also to be credited with 1 tick. Erg, zo, zeer and heel are not to be credited. Ik ben vreselijk moe
Mark scheme, page 9
Page 9 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 3 The adverbs that are often used to make the imperative less direct and more friendly, i.e. eens, maar, toch, even, also score 1 tick. Kom toch binnen Laat maar 4 Correct use of forms with er also scores 1 tick, but not when used as subject (see A1). Er wordt gebeld Er loopt een kat in de tuin Ik heb er gewoond Je zit erop Ik heb er genoeg F CONJUNCTIONS AND WORD ORDER 1 Correct subordinating or co-ordinating conjunctions are to be credited (except those with en and maar and dat) as is the use of a correct relative pronoun. Ik weet niet of hij komt Ik weet niet als hij komt De stoel waarop ik zit De stoel waar ik op zit 2 Correct word order: - in relative and subordinate clauses - inversion main clauses - time, manner, place (TMP) - order of direct and indirect objects [2 noun objects: indirect object comes first] [2 pronoun objects: direct object comes first]
Mark scheme, page 10
Page 10 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 In relative and subordinate clauses: Ik weet dat hij niet komt Ik weet dat hij komt niet Inversion in main clauses: Morgen gaat ze weg Morgen ze gaat weg Order of direct and indirect object (WO) Ik geef hem een boek MISCELLANEOUS MATTERS 1 Interrogatives plus inversion Wie ben je? Wanneer je komt? 2 Times, dates and age: Telling the time: 1 tick per preposition, up to a maximum of 2; the time must be correctly written. Om kwart voor tien Om 10 uur / om half tien Om half drei Dates: a tick for correct usage (ordinals should be spelt correctly). 12 mei / twaalf mei / de twaalfde mei 12 Mei
Mark scheme, page 11
Page 11 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 In conjunction with preposition: plus 1 tick Please note: tot en met counts as one preposition Tot en met 10 juni Van elf tot en met dertien Juli Age: Hij is zeventien (jaar) 3 Comparisons In comparisons, the correct adjective/adverb is credited as normal, but there is an extra tick for the correct usage in the comparison. Zij zingt beter dan ik Jan is even oud als Piet Jij bent niet zo jong dan ik 4 Abbreviations will be rewarded if used with the correct punctuation: d.w.z. 5 Units and prices however expressed, gain a tick, if used appropriately: 3 meter 80 / 3 m. 80 / drie meter tachtig Dat boek kost 8,50 Hij is 8,50 6 Greetings etc. Goedemiddag / goedenavond Welterusten Dag
Mark scheme, page 12
Page 12 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2007 0515 02 © UCLES 2007 Conversion Table for 0515/02 Number of ticks Maximum 20 Mark out of 5 (for Accuracy of Language) 20+ 5 16-19 4 12-15 3 8-11 2 4-7 1 0-3 0
What you needed in this session
Cambridge’s own grade thresholds for 2007 May/June, Paper 2 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.