Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2006 May/June Paper 2 · Variant 1

0515/21/M/J/06 · 65 marks · ≈73 min

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - Foreign Language papersWhat was in this paper?

Question paper20 pages

Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 1 of 20
Page 1 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 2 of 20
Page 2 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 3 of 20
Page 3 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 4 of 20
Page 4 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 5 of 20
Page 5 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 6 of 20
Page 6 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 7 of 20
Page 7 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 8 of 20
Page 8 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 9 of 20
Page 9 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 10 of 20
Page 10 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 11 of 20
Page 11 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 12 of 20
Page 12 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 13 of 20
Page 13 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 14 of 20
Page 14 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 15 of 20
Page 15 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 16 of 20
Page 16 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 17 of 20
Page 17 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 18 of 20
Page 18 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 19 of 20
Page 19 of 20
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 20 of 20
Page 20 of 20

Mark scheme12 pages

Answers below. Sit the paper first if you are practising.

Mark scheme, page 1 of 12
Page 1 of 12
Mark scheme, page 2 of 12
Page 2 of 12
Mark scheme, page 3 of 12
Page 3 of 12
Mark scheme, page 4 of 12
Page 4 of 12
Mark scheme, page 5 of 12
Page 5 of 12
Mark scheme, page 6 of 12
Page 6 of 12
Mark scheme, page 7 of 12
Page 7 of 12
Mark scheme, page 8 of 12
Page 8 of 12
Mark scheme, page 9 of 12
Page 9 of 12
Mark scheme, page 10 of 12
Page 10 of 12
Mark scheme, page 11 of 12
Page 11 of 12
Mark scheme, page 12 of 12
Page 12 of 12

Paper as text

Question paper, page 1

Centre Number Candidate Number Name UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/02 Paper 2 Reading and Directed Writing May/June 2006 1 hour 30 minutes Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions in Section 1 and Section 2. You may also attempt Section 3. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. For Examiner’s Use Section 1 Section 2 Sub-Total Section 3 Total This document consists of 14 printed pages and 6 blank page. IB06 06_0515_02/4RP © UCLES 2006 [Turn over www.XtremePapers.com

Question paper, page 2

2 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 For Examiner's Use Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 – 5 Kruis het hokje bij het juiste antwoord aan. 1 Je leest het volgende weerbericht: Overdag buien Wat voor weer wordt het? A B C A B C D D [1] 2 Je auto is kapot. Wie heb je nodig? A B C A B C D D [1] 3 Je leest dit in een advertentie: met ruimte voor munten, papiergeld en pasjes Dit is een advertentie voor: A wekkers B portemonnees C wasmachines D koffers [1]

Question paper, page 3

3 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 [Turn over For Examiner's Use 4 Je leest het volgende: Op alle slaapzakken 30% korting Op welk artikel krijg je korting? A B C A B C D D [1] 5 Waar lees je dit? Neem 1 lepel per kopje. Gebruik kokend water. Dit staat op de verpakking van: A drop B koffie C erwten D koek [1] [Totaal: 5]

Question paper, page 4

4 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 For Examiner's Use Tweede oefening, vragen 6 – 10 Lees de volgende beweringen. Wie woont waar? Schrijf de juiste naam naast de plaatjes. Je hebt niet alle beweringen nodig. Anna Ik woon in het zuiden van België, in een dorpje in de bergen. Bas Wij wonen in een oud huis. Mijn kamer is op zolder. Felix Wij hebben een fantastische woning midden in de stad. Saskia Ik woon in een huisje op het platteland. Gijs Wij wonen op een woonboot. Marie Wij huren elk jaar een gezellig zomerhuisje aan het strand. Pim Ik ben drie maanden geleden verhuisd naar de bovenste verdieping van een flat. Naam: 6 [1] 7 [1] 8 [1] 9 [1] 10 [1] [Totaal: 5]

Question paper, page 5

5 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 [Turn over For Examiner's Use Derde oefening, vragen 11 – 15 Zet de letters bij de juiste tekst. Je hebt niet alle letters nodig. A Advertentie B Ansichtkaart C Geboortekaartje D Gebruiksaanwijzing E Recept F Toegangskaartje G Treinkaartje H Uitnodiging 11 We hebben een zoon. We noemen hem TEUN. Bram en Ina Beets. [1] 12 Zaterdag 4 juli word ik 13 jaar. Kom je ook op mijn feest? Het begint om 8 uur. Nina Bronkhorst [1] 13 2 halen 1 betalen 1 liter pak VANILLEVLA voor € 0.99 [1] 14 Groeten uit Zeeland Theo [1] 15 KUNSTHAL ROTTERDAM Museumpark / Westzeedijk 341 AANTAL PERSONEN: 1 Prijs: € 7,50 [1] [Totaal: 5]

Question paper, page 6

6 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 For Examiner's Use Vierde oefening, vraag 16 Je wilt een avond uit met vrienden. Stuur een e-mail naar je vrienden met de volgende informatie: (a) Waar? (b) Wat? (c) Half tien? Schrijf 25 – 40 woorden. [Totaal: 5]

Question paper, page 7

7 0515/02/M/J/06 [Turn over BLANK PAGE TURN OVER FOR SECTION 2

Question paper, page 8

8 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 Deel 2 Eerste oefening, vragen 17 – 25 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands. Hoi! Ik ben Laura. Ik kom uit Nederland, maar ik woon al negen jaar in Gambia, een klein land in West-Afrika. Ik woon in een rijke buurt in de hoofdstad, maar er is heel weinig: een school, een zwembad en een winkel. Als je naar een arme wijk gaat, weet je niet wat je ziet: een klein waterputje voor heel veel mensen, piepkleine huisjes, waar vaak twintig mensen in wonen, en kinderen in oude kleren. Ik ken niet zoveel gewone Gambiaanse kinderen, omdat ik in de rijke buurt woon en naar de Franse school ga. Ik speel soms met Hannah, die naar een gewone Gambiaanse school gaat. Op die school zijn weinig boeken en heel weinig leraren. Sommige kinderen moeten ’s morgens komen, de rest komt ’s middags, want er is niet genoeg plaats. Van de president van Gambia mogen meisjes voor niks naar school, maar ze gaan vaak toch niet, omdat ze thuis moeten helpen. Bovendien zijn schriften en pennen voor veel mensen te duur. Ik hoop dat de kinderen die dit lezen mij kunnen helpen. Ik wil geld inzamelen om iets voor die mensen te doen. Ik heb foto's gemaakt, zodat jullie kunnen zien waar ik het over heb.

Question paper, page 9

9 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 [Turn over For Examiner's Use 17 Waar komt Laura vandaan? [1] 18 Waar ligt Gambia? [1] 19 Welke sport kun je doen in de buurt waar Laura woont? [1] 20 Wat voor kleren dragen de kinderen in de arme wijk? [1] 21 Waarom kent Laura niet zoveel gewone Gambiaanse kinderen? [1] 22 Wat hebben ze nodig op de school van Hannah? [1] 23 Waarom gaan de kinderen niet allemaal tegelijk naar school? [1] 24 Waarom gaan meisjes vaak niet naar school? (i) [1] (ii) [1] 25 Laura wil dat andere kinderen haar helpen. Waarmee? [1] [Totaal: 10]

Question paper, page 10

10 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 For Examiner's Use Tweede oefening, vraag 26 Je hebt een nieuwe vriend/vriendin ontmoet op vakantie. Schrijf een brief van 80 - 100 woorden aan deze vriend/vriendin. Gebruik de volgende gegevens: (a) Vertel iets over je reis terug naar huis. (b) Vertel wat je leuk vond aan jullie vakantie. (c) Vraag iets over zijn/haar plannen voor de volgende vakantie. (d) Vertel wat je vindt van je eerste week terug op school. (e) Stel twee vragen over zijn/haar school. [Totaal: 15]

Question paper, page 11

11 0515/02/M/J/06 [Turn over BLANK PAGE TURN OVER FOR SECTION 3

Question paper, page 12

12 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 Deel 3 Eerste oefening, vragen 27 – 34 Lees de volgende tekst. Kruis het hokje bij het juiste antwoord aan. Liegen is gevaarlijk Iedereen in mijn klas ging in de vakantie naar het buitenland en ik kwam de grens maar niet over. Gewoon omdat mijn moeder dat niet wilde. Ze had genoeg aan de golven van de Noordzee. Het was allemaal zo saai en op een dag besloot ik mijn eigen vakantie te verzinnen. Tegen al mijn klasgenoten zei ik dat we naar Rusland gingen, ook al bleven we natuurlijk weer in Nederland. Dat stond lekker stoer en het was weer eens wat anders dan die Noordzee. Gelukkig hadden we thuis een paar dikke boeken over Rusland met genoeg informatie om mijn vakantie bij elkaar te liegen. "We gaan logeren in een groot paleis van de tsaar, met een gouden dak", zei ik trots tegen mijn vriend Jaap, die voor de zoveelste keer met zijn ouders naar een Franse camping moest. Op het strand las ik drie weken lang alles over het land waar ik eigenlijk wilde zijn. Ik zocht uit hoeveel mensen er woonden, of er bossen waren, bergen of meren en wat voor dieren er rondliepen. Daar was ik de hele vakantie mee bezig, zodat ik van de Noordzee niet zoveel gemerkt heb. Toen we weer thuis waren, vertelde ik al mijn vriendjes spannende verhalen vol beren, watervallen en rovers. Wat waren ze jaloers! Dat hadden ze op hun Franse of Duitse camping natuurlijk niet meegemaakt. Op een dag deed ik samen met mijn moeder boodschappen. Bij de bakker kwamen we Jaaps moeder tegen. "Hoe hebben jullie het in Rusland gehad?" vroeg ze met een jaloerse blik, omdat ze zelf net drie weken in de regen had gekampeerd. Ik schrok en verstopte me achter mijn moeder en wachtte tot deze ramp voorbij was. "Rusland?!" zei mijn moeder verbaasd. "Ik ben nog nooit in Rusland geweest. Nee hoor, we waren lekker aan zee." Mijn eigen moeder had me verraden! "Dat komt er van", zei ze toen we weer thuis waren. "Moet je maar niet zo liegen." De volgende dag wilde ik niet naar school. Jaap zou natuurlijk aan de hele klas vertellen wat hij van zijn moeder gehoord had. De rest van de week bleef ik dan ook ziek thuis. Zogenaamd ziek, natuurlijk.

Question paper, page 13

13 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 [Turn over For Examiner's Use 27 De schrijver wilde A een saaie vakantie. B naar het strand. C naar het buitenland. D thuis blijven. [1] 28 “lekker stoer” betekent hier: A verzonnen B buitenlands C het smaakt goed D heel interessant [1] 29 Volgens de schrijver wilde zijn vriend Jaap A graag met zijn ouders op vakantie. B weer naar Frankrijk. C liever niet weer dezelfde vakantie. D in een paleis logeren. [1] 30 Wat deed de schrijver in zijn vakantie? A Hij keek de hele dag naar de Noordzee. B Hij las alles over Nederland. C Hij keek naar de dieren. D Hij las alles over Rusland. [1]

Question paper, page 14

14 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 For Examiner's Use 31 Zijn vriendjes A hadden gekampeerd in het buitenland. B hadden veel meegemaaakt in de vakantie. C geloofden niets van de verhalen over Rusland. D hadden geen regen gehad in de vakantie. [1] 32 Jaaps moeder keek jaloers, want: A ze was klaar met de boodschappen. B Rusland was haar lievelingsland. C ze had zelf geen leuke vakantie gehad. D ze was verbaasd. [1] 33 Wat was “de ramp”? A Dat hij naar Rusland was geweest. B Dat het regende tijdens de vakantie. C Dat zijn vrienden de waarheid zouden ontdekken. D Dat de schrijver zich verstopte. [1] 34 Zogenaamd ziek betekent: A vreselijk ziek. B niet echt ziek. C ziek van ellende. D ziek van het liegen. [1] [Totaal: 8]

Question paper, page 15

15 0515/02/M/J/06 [Turn over BLANK PAGE TURN OVER TO CONTINUE

Question paper, page 16

16 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 Tweede oefening, vragen 35 – 44 Lees de tekst en beantwoord de vragen kort in het Nederlands in je eigen woorden. Over het hek vliegen? De stal waar onze pony’s de winter doorbrengen hoort bij een mooie boerderij. Als we bij de pony’s zijn, komt de boer vaak even een praatje maken. Ik denk dat hij zich eenzaam voelt. Sinds zijn moeder een paar jaar geleden is overleden, woont hij helemaal alleen in dat grote huis. In het voorjaar staan de pony’s in de wei naast de boerderij. Deze tijd van het jaar is dat heel bijzonder, want bijna iedere dag wordt er wel een nieuw lammetje of kalfje geboren. Soms plukt de boer bloemen voor ons uit zijn tuin en als we water nodig hebben voor de pony’s, mogen we dat uit zijn schuur halen. Het leuke is dat de boer onze pony’s in de gaten houdt als we er niet zijn. Laatst kwam hij op zijn gele klompen aansloffen en vroeg: „Is alles goed met dat paard?“ Hij wees op mijn bejaarde pony Belinda. „Hoezo? Soms hoest ze een beetje, maar meer niet”, reageerde ik. „Dus ze loopt niet mank?“ drong de boer aan. Hij vertelde dat er die ochtend hooi en stro was gebracht. Toen ze de balen in de stal gooiden, was Belinda zo geschrokken dat ze op hol was geslagen. „Die bruine vloog zo over het hek heen“, zei de boer, „en toen viel ze aan de andere kant op het asfalt.“ Ik keek naar het ijzeren hek en naar Belinda, die net groot genoeg was om over het randje te kijken. Onmogelijk! Vroeger hadden we wel eens meegedaan aan een springwedstrijd. Maar dat was nooit een succes geworden. Ze wilde alleen maar zo snel mogelijk naar haar stal terug. „Weet u zeker dat u het niet gedroomd heeft?“ vroeg ik. „Ik heb net nog met haar gewandeld. Ze mankeert niks.“ Later die dag ontdekte ik allerlei vreemde dingen. Zo zat er een grote deuk in het ijzeren hek en waren er slipsporen op het asfalt. Wat ook heel raar was, de hoefijzers van Belinda waren helemaal verbogen. Had de boer dan toch gelijk gehad?

Question paper, page 17

17 © UCLES 2006 0515/02/M/J/06 For Examiner's Use 35 Waarom maakt de boer vaak een praatje? [1] 36 Waar zijn de pony’s als de winter voorbij is? [1] 37 Wat is er leuk aan de lente? [1] 38 Wat betekent ”in de gaten houden”? [1] 39 Waaruit blijkt dat de pony oud is? [1] 40 Wat kun je zeggen over de gezondheid van de pony? [1] 41 Waarom vroeg de boer of de pony mank liep? [1] 42 Waaruit blijkt dat de pony niet van springwedstrijden hield? [1] 43 Leg uit waarom de boer toch niet heeft gedroomd. (i) [1] (ii) [1] (Iii) [1] 44 Leg uit wat er met de titel bedoeld wordt. [1] [Totaal: 12]

Question paper, page 20

20 Copyright Acknowledgements: Questions 17-25 © NRC Handelsblad; Laura Schim van der Loeff; 27 April 2004. Questions 27-34 © NRC Handelsblad; Michel Krielarrs; 20 April 2004. Questions 35-44 © NRC Handelsblad; Sandra Smallenburg; 20 April 2004. Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. 0515/02/M/J/06 BLANK PAGE

Mark scheme, page 1

UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education MARK SCHEME for the May/June 2006 question paper 0515 FOREIGN LANGUAGE DUTCH 0515/02 Paper 2, Reading and Directed Writing Maximum raw mark 65 These mark schemes are published as an aid to teachers and students, to indicate the requirements of the examination. They show the basis on which Examiners were initially instructed to award marks. They do not indicate the details of the discussions that took place at an Examiners’ meeting before marking began. Any substantial changes to the mark scheme that arose from these discussions will be recorded in the published Report on the Examination. All Examiners are instructed that alternative correct answers and unexpected approaches in candidates’ scripts must be given marks that fairly reflect the relevant knowledge and skills demonstrated. Mark schemes must be read in conjunction with the question papers and the Report on the Examination. The minimum marks in these components needed for various grades were previously published with these mark schemes, but are now instead included in the Report on the Examination for this session. • CIE will not enter into discussion or correspondence in connection with these mark schemes. CIE is publishing the mark schemes for the May/June 2006 question papers for most IGCSE and GCE Advanced Level and Advanced Subsidiary Level syllabuses and some Ordinary Level syllabuses. www.XtremePapers.com

Mark scheme, page 2

Page 1 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 Deel 1 Eerste oefening, vragen 1 – 5 1 C [1] 2 A [1] 3 B [1] 4 D [1] 5 B [1] [Total: 5] Tweede oefening, vragen 6 – 10 6 Pim [1] 7 Marie [1] 8 Bas [1] 9 Anna [1] 10 Felix [1] [Total: 5] Derde oefening, vragen 11 – 15 11 C [1] 12 H [1] 13 A [1] 14 B [1] 15 F [1] [Total: 5] Vierde oefening, vraag 16 Three pictures x 1 Use of Language: max. 2 [Total: 5 marks] 5 marks: 3 marks for communicating three items of information, 0, 1 or 2 marks according to grid. Candidates do not have to write in complete sentences; they should not be penalised for writing in note form. 2 Verbs must be in appropriate tenses. Minor errors (adjective endings, use of prepositions, wrong genders, etc.) are tolerated. 1 Some appropriate usage to reward. Where verbs are not in appropriate tenses, award max. 1 mark. 0 No examples of appropriate usage to reward. N.B: 0 marks for Communication means none for Language.

Mark scheme, page 3

Page 2 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 Deel 2 Eerste oefening, vragen 17 – 25 17 (Uit) Nederland [1] 18 (In West-)Afrika [1] 19 Zwemmen (niet: zwembad) [1] 20 Oude kleren (niet: kleren) [1] 21 Ze woont in een rijke buurt/gaat naar een andere school. [1] 22 boeken en leraren (een van de twee is genoeg voor 1 punt) [1] 23 Omdat er niet genoeg plaats is (in de school). [1] 24 (i) Ze moeten vaak thuis meehelpen. [1] (ii) Pennen en schriften zijn vaak te duur. [1] 25 Met het inzamelen van geld. [1] [Total: 10] Tweede oefening, vraag 26 Communication marks: 10 marks are awarded for communication. These are allocated as follows: (a) Vertel iets over je reis terug naar huis. [max. 2] (b) Vertel wat je leuk vond aan jullie vakantie. [max. 2] (c) Vraag iets over zijn/haar plannen voor de volgende vakantie. [max. 2] (d) Vertel wat je vindt van je eerste week terug op school. [max. 2] (e) Stel twee vragen over zijn/haar school. [max. 2] N.B.: candidates who do not complete all of the tasks cannot score full marks for communication. Accuracy marks: the 5 marks for accuracy are awarded positively with candidates receiving ticks for appropriateness and correctness in the use of tenses, structures, agreements etc. No accuracy marks are awarded for sentences lifted from texts on the question paper, for material that is irrelevant to the question set, for letter introduction and conclusion. Please see the end of the mark scheme for this paper for further details. [5] [Total: 15]

Mark scheme, page 4

Page 3 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 Deel 3 Eerste oefening, vragen 27 – 34 27 C [1] 28 D [1] 29 C [1] 30 D [1] 31 A [1] 32 C [1] 33 C [1] 34 B [1] [Total: 9] Tweede oefening, vragen 35 – 44 35 Omdat hij (misschien) eenzaam is. [1] 36 in de wei [1] 37 Omdat er dan dieren/kalfjes/lammetjes geboren worden. [1] 38 ergens op letten [1] 39 Ze is bejaard. [1] 40 Ze hoest soms een beetje. [1] 41 Omdat ze na een sprong gevallen was. [1] 42 Ze wilde altijd liever in de stal zijn. [1] 43 (i) deuk in het ijzeren hek [1] (ii) slipsporen op het asfalt [1] (iii) hoefijzers verbogen [1] 44 Het meisje van wie de pony was kon eerst niet geloven, dat haar pony over het hek had kunnen springen. [1] [Total: 11]

Mark scheme, page 5

Page 4 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 Accuracy marks for Question 27 Language marks General notes This positive mark scheme is intended to reward both accuracy and ambition. No marks are deducted for errors. There is no ‘impression marking’. Punctuation: incorrect punctuation will be tolerated. Repetition: rule of three, i.e. that only the first three examples of identical lexis and structure in identical circumstances will be rewarded. Accuracy: in letters, ignore any address or date. Ignore also any title which the candidate has invented. No marks may be gained for these items. Irrelevant material: no marks may be obtained for clearly irrelevant material. Count such material in the word count, but bracket it. Word Limit: count up to exactly 100 words for Language, but allow up to 110 for Communication. Consequently, award no more marks after 100 words for Language and after 110 words for Communication Marking units: a tick is awarded for a correct marking unit of which each element is correct. The tick is recorded over the scoring word. A VERBS 1 Subject/verb accord Correctly spelt noun or pronoun + any correct finite verb in the correct word order = 1 tick. The personal pronouns: ik, je/jij etc. as well as the indefinite pronouns: (n)iemand etc. must be correctly written. The present tenses of hebben and zijn also score ticks, if appropriate.  Ik drink Ick drink  Niemand weet (het)  De hont drinkt/ De hond drinkt/Het hond drinkt (Nu) ik ga Ik heb koud

Mark scheme, page 6

Page 5 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 2 Compound tenses An auxiliary and a past participle in the correct position gains one tick (i.e. one tick per correct verbal unit).  Ik heb (een boek) gekocht Ik heb (met de bus) gegaan Ik heb gegaan (met de bus) 3 Separable verbs A tick for each correct siting of the separable prefix. Ik uitnodig   Wij wassen af  Ik heb (vier mensen) uitgenodigd 4 Imperative A tick for correct use.  Wacht! Schrijven op! 5 Correct use and positioning of infinitives (After modal verbs, om…te, zonder…te, etc.) One tick for the correct use and spelling of the infinitive, as part of a correct verbal unit, and an additional tick (i.e. conditional upon correct use of the infinitive) for the correct use and spelling of te, om te, zonder te etc.  Ik kan (goed) zwemmen Ik kan zwemmen goed   Zonder (een ogenblik) te verliezen   Hij staat te kijken

Mark scheme, page 7

Page 6 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 B NOUNS AND PRONOUNS 1 Nouns A tick will be given for any correctly used and spelt noun preceded by a correctly used possessive, demonstrative, negative (geen) or numeral, including correct use of genitive s as in ‘s morgens. In short, this means that a noun will only score as part of a unit. Give credit for correct use of meneer, mevrouw en (me-)juffrouw. Correctly used and spelt plural noun phrases/units will get an extra tick.      Mijn / onze / deze / geen / elke fiets     Jouw / alle / die / kinderen  Ze werkt ’s morgens   Mijn man werkt ‘s avonds  Ons vader werkt ‘s nachts Also credit with 1 tick when an article is left out correctly as in:  Hij is onderwijzer 2 Personal pronouns correctly used as direct or indirect object  Ik zie hem  Ik geef haar een hand   Ik heb het hem gegeven

Mark scheme, page 8

Page 7 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 C ADJECTIVES 1 Adjectives need to agree with the choice of article If there is no article, the ending of the adjective must agree with the gender and number of the noun. Please note that the adjective will only be credited if the spelling of the adjective and of the noun it describes is correct.  De jonge vrouw Een jong vrouw Zijn jonge vrauw   Koude wijn / koud water 2 Predicative adjectives  Hij is groot Hij is grote D PREPOSITIONS 1 Prepositional units are given one extra tick. A preposition + a pronoun = 1 tick.  Met de auto Met bus  Met jou Met jouw  Ik luister naar hem

Mark scheme, page 9

Page 8 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 E ADVERBS 1 Correct use of adverbial phrase/adverb Excluding alsjeblieft / alstublieft, dankjewel, dank u wel, bedankt, ja, nee, but including one-word adverbs such as graag, ook, dan, misschien, niet.  Hij rijdt hard Hij rijdt hard altijd   Hij rijdt nooit/niet hard  Hij komt misschien Misschien hij komt 2 Qualifiers such as tamelijk, vrij are also to be credited with 1 tick. Erg, zo, zeer and heel are not to be credited.  Ik ben vreselijk moe 3 The adverbs that are often used to make the imperative less direct and more friendly, i.e. eens, maar, toch, even, also score 1 tick.  Kom toch binnen  Laat maar 4 Correct use of forms with er also scores 1 tick, but not when used as subject (see A1). Er wordt gebeld Er loopt een kat in de tuin  Ik heb er gewoond  Je zit erop  Ik heb er genoeg

Mark scheme, page 10

Page 9 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 F CONJUNCTIONS AND WORD ORDER 1 Correct subordinating or co-ordinating conjunctions are to be credited (except those with en and maar and dat) as is the use of a correct relative pronoun.  Ik weet niet of hij komt Ik weet niet als hij komt  De stoel waarop ik zit  De stoel waar ik op zit 2 Correct word order - in relative and subordinate clauses - inversion main clauses - time, manner, place (TMP) - order of direct and indirect objects [2 noun objects: indirect object comes first] [2 pronoun objects: direct object comes first] In relative and subordinate clauses  Ik weet dat hij niet komt Ik weet dat hij komt niet Inversion in main clauses  Morgen gaat ze weg Morgen ze gaat weg Order of direct and indirect object  (WO) Ik geef hem een boek

Mark scheme, page 11

Page 10 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 MISCELLANEOUS MATTERS 1 Interrogatives plus inversion   Wie ben je? Wanneer je komt? 2 Times, dates and age Telling the time: 1 tick per preposition, up to a maximum of 2; the time must be correctly written.   Om kwart voor tien   Om 10 uur / om half tien Om half drei Dates: a tick for correct usage (ordinals should be spelt correctly).    12 mei / twaalf mei / de twaalfde mei 12 Mei In conjunction with preposition: plus 1 tick Please note: tot en met counts as one preposition   Tot en met 10 juni Van elf tot en met dertien Juli Age  Hij is zeventien (jaar) 3 Comparisons In comparisons, the correct adjective/adverb is credited as normal, but there is an extra tick for the correct usage in the comparison.   Zij zingt beter dan ik   Jan is even oud als Piet  Jij bent niet zo jong dan ik

Mark scheme, page 12

Page 11 Mark Scheme Syllabus Paper IGCSE – May/June 2006 0515 02 © University of Cambridge International Examinations 2006 4 Abbreviations will be rewarded if used with the correct punctuation:  d.w.z. 5 Units and prices however expressed, gain a tick, if used appropriately:    3 meter 80 / 3 m. 80 / drie meter tachtig  Dat boek kost 8,50 Hij is 8,50 6 Greetings etc.   Goedemiddag / goedenavond  Welterusten  Dag Conversion Table Number of ticks Maximum 20 Mark out of 5 (for Accuracy of Language) 20+ 5 16-19 4 12-15 3 8-11 2 4-7 1 0-3 0

What you needed in this session

Cambridge’s own grade thresholds for 2006 May/June, Paper 2 · Variant 1. A higher threshold means an easier paper — the bar moves with how the cohort did.

A49/65
C31/65
E20/65
F15/65