Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 — 2006 May/June Paper 2 · Variant 1

0503/21/M/J/06

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - First Language papers

Question paper4 pages

Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 1 of 4
Page 1 of 4
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 2 of 4
Page 2 of 4
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 3 of 4
Page 3 of 4
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2006 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 4 of 4
Page 4 of 4

Mark scheme

No mark scheme is in the library for this paper.

Paper as text

Question paper, page 1

This document consists of 4 printed pages. SP (CW) T07120/3 © UCLES 2006 [Turn over UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/02 Paper 2 Reading and Directed Writing May/June 2006 2 hours 15 minutes Additional Materials: Answer Booklet/Paper READ THESE INSTRUCTIONS FIRST If you have been given an Answer Booklet, follow the instructions on the front cover of the Booklet. Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions. You should pay attention to punctuation, spelling and handwriting. At the end of the examination, fasten all your work securely together. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. LEES EERST DE VOLGENDE INSTRUCTIES Als je een antwoordboekje/antwoordvel hebt gekregen, volg dan de instructies op de voorzijde. Schrijf je schoolnummer, je kandidaatnummer en je naam op al het werk dat je inlevert. Schrijf met een blauwe of zwarte pen. Gebruik geen nietjes, paperclips, markeerstiften, lijm of correctievloeistof. Geef antwoord op alle vragen. Let op spelling, leestekens en handschrift. Maak al je werk aan elkaar vast, als je klaar bent met het examen. Het te behalen aantal punten staat tussen haakjes [ ] aan het einde van elke vraag of deelvraag. www.XtremePapers.com

Question paper, page 2

2 0503/02/M/J/06 © UCLES 2006 Deel 1 Lees de volgende twee teksten aandachtig door en beantwoord vervolgens de vragen. Tekst 1 REGELMAAT We reden door het Vondelpark, mijn jongste dochter en ik. Zij is acht en kan net als haar oudere zus geweldig met losse handen fietsen. Het was vrijdag. ‘Handen aan het stuur’, zei ik. ‘Ik stuur met mijn zadel’, antwoordde ze monter en ze liet zien hoe ze dat dan deed. Ze schoof wat met haar billen heen en weer. ‘Sturen doe je met je stuur’, zei ik. Je wordt als ouder wel eens moe van jezelf, maar herhaling is de kracht van de reclame, dus in de opvoeding zal het ook wel werken. ‘Ik niet hoor, zie je dat niet?’ Ik keek eens goed opzij. Ze bleef maar met losse handen rijden. Het fietsje ging recht vooruit. Niets wiebelde. Ze legde haar handen op haar rug. ‘Wat heb je vandaag op school?’ vroeg ik. Ze dacht na. ‘Niks’, antwoordde ze toen. Dit deed onvermijdelijk aan mijn eigen jeugd denken. Kwam ik thuis van school, vroeg mijn moeder hoe het geweest was. Zei ik altijd: ‘Ooh, gewoon.’ Hoe ouder je wordt, als kind, hoe meer je voor je wilt houden. En als je op een dag alles wilt vertellen, is er niemand meer die naar je luisteren wil. ‘Je hebt toch wel iets?’ probeerde ik. ‘Speelgoedmiddag’, antwoordde mijn dochter. ‘Dat is pas vanmiddag, wat heb je straks?’ ‘Taal’, zei ze. ‘Leuk.’ ‘Ik haat taal.’ ‘Ooh.’ We fietsten een tijdje zwijgend verder. Ze nam voorzichtig het stuur weer in handen. Er naderde een bocht, en daarna waren we het park uit. ‘Marnix moet een bril’, klonk het naast me. Marnix is de verloofde van mijn dochter, een serieus ventje. ‘Ooh’, zei ik. ‘Ik wil ook een bril’, vervolgde mijn dochter. ‘Je hebt hele goeie ogen’, zei ik. ‘Nietes, ik zie niks.’ We kruisten een drukke straat. Honderd meter verderop werd laatst nog een vrouw doodgereden toen ze met haar fiets ten val kwam. Op de tramhalte bij ons kruispunt stond maandenlang een kruis ter nagedachtenis van een ander verkeersslachtoffer. Fijne dingen om in de ochtendspits aan kinderen uit te leggen. In de winkelstraat verderop was de slager al volop bezig met zijn kant-en- klare maaltijden. Een weeë lucht hing tussen de huizen. ‘Ga je morgen vissen pap?’ vroeg mijn dochter ineens. ‘Wil je mee?’ vroeg ik hoopvol. Niets leukers dan met een dochter uit hengelen, al komt het de visvangst niet ten goede. ‘Nee’, antwoordde ze. Ik keek verbaasd opzij. ‘Alleen als ik een bril mag’, zei ze snel. We lachten. We waren bijna bij school. De lucht zag er klassiek uit: stapelwolken en blauw. Achter het Hilton kwam de zon op. Wie maar voldoende regelmaat in het leven aanbrengt, heeft nooit de tijd om ongelukkig te zijn en van alle regelmaat is schoolgang de mooiste. Ik kan er zelf hartstochtelijk naar verlangen.

Question paper, page 3

3 0503/02/M/J/06 © UCLES 2006 [Turn over Tekst 2 OP SCHOOL Het valt me al een tijdje op dat schoolkinderen de laatste jaren vaak het eerste uur vrij hebben, soms zelfs de eerste twee uur en, om het af te ronden, ook wel eens de laatste twee uur. Wat ze daartussenin doen wordt nooit erg duidelijk. ‘Hoe was het op school?’ ‘Ooh, leuk.’ Ja, dat haalt je de donder met dat anderhalve uur onderwijs per dag. Vroeger in mijn tijd, sprak vader grimmig, hadden we nooit vrij. We hadden niet eens uren. We hadden dagen en dagen en dagen. Ik geloof dat ik in al mijn schooljaren precies één onverwacht uur vrij heb gehad en dat was toen de leraar oude talen niet op kwam doemen omdat hij onder de paardentram was gelopen. Onwennig stonden we op het schoolplein, niet wetend wat met onze vrijheid te doen. Na een kwartiertje dropen we weer terug naar ons klaslokaal en begonnen maar vast ons huiswerk voor de volgende dag te maken. Het is misschien wel aardig hier eens uit de doeken te doen hoe vroeger zo’n schooldag verliep. Om vijf uur ’s ochtends liep de wekker af. Dat waren toen nog grote ijzeren uurwerken die, na aanschaf, het huis binnengetakeld moesten worden, omdat je ze meestal niet door de bocht in de trap kreeg. Je waste je dan van top tot teen met ijskoud water en zette je vervolgens aan je huiswerk, niet omdat je dat de vorige dag had verzuimd, maar omdat je niet beter wist: je zat òf op school òf je maakte je huiswerk. Dan brak het beste moment van de dag aan. Je ging aan het ontbijt dat bestond uit grote borden havermoutpap en stamppot van de vorige dag. Na het ontbijt stak je een geurige sigaar op en kamde je snor. Om zeven uur stond je op straat en sloot je aan bij de zwijgende, langzaam voortstappende rij lotgenoten. Het gewicht van je boekentas deed je sterk naar links overhellen. Soms viel er aan het einde van zijn krachten een kind om, maar dat liet je onbarmhartig achter op het trottoir, want je moest verder, verder … Na een pittige mars van een uur kwam je bij het schoolgebouw. Je passeerde de conciërge die reeds met zijn opschrijfboekje klaarstond om je te noteren. Iedere dag werd je door de conciërge genoteerd, niet omdat je te laat was gekomen of zo, maar omdat je bestond. Je haalde het niet in je hoofd om te laat te komen; je wist dat je dan, als de Vliegende Hollander, gedoemd was tot eeuwig zwerven door de mistflarden rond het schoolgebouw. Als alle kinderen binnen waren, sommige op brancards, want ziekte was ook geen excuus, ging de conciërge met een grote sleutel naar de gewelven onder de school en liet het lerarencorps vrij uit zijn kooien. Muisstil zat je in je bank en wachtte op de rituele klap met de aanwijsstok. Kletterend vlogen de blinden neer en sneden je af van ieder glimpje licht en alle geluiden buiten. Dan kon het onderwijs een aanvang nemen, meestal in Vondel of Duitse naamvallen. Een enkele keer, als je bijvoorbeeld je pen had laten vallen, werd je naar de directeur gestuurd. Deze keek je kil over zijn brillenglazen aan en sprak: ‘Zo, Campert, ben je daar weer?’ ‘Ja, meneer.’ ‘Wàt, nog praatjes ook?!’ En wàm, daar had je je eerste kopstoot te pakken. Met bebloede kop keerde je terug naar je klas, waar je, nog nasnotterend weer in je bank schoof en je voetklemmen dichtklikte. ‘Gekalmeerd?’ vroeg de leraar dan. Je knikte woordeloos en begon de tien bladzijden die je inmiddels was achtergeraakt in te halen. Bij het vallen van de schemering keerde je naar huis terug, meestal ook weer lopend, in bijzondere gevallen – als je ouders je wat vroeger thuis wilden hebben om te helpen met bijvoorbeeld het kolenhok schoonmaken – met de trekschuit. Opgelucht slingerde je je boekentas op het gangtafeltje dat krakend bezweek. ‘En, hoe was het op school?’ ‘Ooh, leuk.’

Question paper, page 4

1 Schrijf een stuk waarin je de verschillen en overeenkomsten bespreekt tussen het stuk van Bril (tekst 1) en dat van Campert (tekst 2). Gebruik niet meer dan 250 woorden. [20] 2 Schrijf een opstel waarin je duidelijk maakt wat je vindt van het volgende citaat uit Brils stuk (tekst 1): ‘… van alle regelmaat is schoolgang de mooiste …’. Gebruik niet meer dan 250 woorden. [20] Deel 2 3 Geef aan in hoeverre de onderwijssituatie van nu voor leerlingen en docenten anders is dan de situatie die bij Campert wordt beschreven. Je mag een verhaalvorm gebruiken, maar het mag ook een overtuigende tekst zijn. Gebruik 200 tot 250 woorden. [20] Copyright Acknowledgements: Tekst 1 © Martin Bril; De Afsluitdijk en verder, Pockethuis. Tekst 2 © Remco Campert; Op School ; De Bezige Bij. Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. 4 0503/02/M/J/06 © UCLES 2006