Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 — 2004 May/June Paper 2 · Variant 1

0503/21/M/J/04

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - First Language papers

Question paper4 pages

Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2004 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 1 of 4
Page 1 of 4
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2004 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 2 of 4
Page 2 of 4
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2004 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 3 of 4
Page 3 of 4
Cambridge IGCSE Dutch - First Language 0503 2004 May/June Paper 2 · Variant 1 question paper, page 4 of 4
Page 4 of 4

Mark scheme

No mark scheme is in the library for this paper.

Paper as text

Question paper, page 1

This document consists of 3 printed pages and 1 blank page. SP (SC) S56720/3 © UCLES 2004 [Turn over UNIVERSITY OF CAMBRIDGE INTERNATIONAL EXAMINATIONS International General Certificate of Secondary Education FIRST LANGUAGE DUTCH 0503/02 Paper 2 Reading and Directed Writing May/June 2004 2 hours 15 minutes Additional Materials: Answer Booklet/Paper INSTRUCTIONS TO CANDIDATES If you have been given an Answer Booklet, follow the instructions on the front cover of the Booklet. Write your Centre number, candidate number and name on all the work you hand in. Write in dark blue or black pen on both sides of the paper. Do not use staples, paper clips, highlighters, glue or correction fluid. Answer all questions. You should pay attention to spelling, punctuation and handwriting. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question. At the end of the examination, fasten all your work securely together. INSTRUCTIES VOOR KANDIDATEN Als je een antwoordboekje/antwoordvel hebt gekregen, volg dan de instructies op de voorzijde. Schrijf je schoolnummer, je kandidaatnummer en je naam op al het werk dat je inlevert. Schrijf met een blauwe of zwarte pen op de voor- en achterkant van je papier. Gebruik geen nietjes, paperclips, markeerstiften, lijm of correctievloeistof. Geef antwoord op alle vragen. Let op spelling, leestekens en handschrift. Het te behalen aantal punten staat tussen haakjes aan het einde van elke vraag of deelvraag. Maak al je werk aan elkaar vast, als je klaar bent met het examen. www.XtremePapers.com

Question paper, page 2

2 0503/02/S04 Deel 1 Lees de volgende twee teksten aandachtig door en beantwoord vervolgens de vragen. ‘ Suggesties voor een wellevender land Laten we er maar eens een commissie tegenaan gooien, opperde premier Balkenende, maar ook zonder een deftig rapport af te wachten, valt er over normen en waarden veel zinnigs te zeggen. Gewoon, met gezond verstand. Want Nederland, dat is pupillenvoetbal: met z’n allen op een kluitje. En de enige manier om de soms heftige strijd om de weinige vierkante meters en beperkte voorzieningen draaglijk te houden, is het naleven van een minimaal aantal spelregels. 1. Veiligheid: handhaving van de norm. Anders dan bijvoorbeeld zijn Amerikaanse collega, dwingt de Nederlandse agent te weinig respect af. Surveilleren gebeurt in tweemanschappen die vaak vooral oog voor elkaar hebben. Optreden gaat soms vooraf door een persbericht: jongens, de politie komt handhaven! Ingrijpen als incident, in plaats van patroon. Dat moet veranderen. De overheid zorgt voor een goed geleide politie, de burger is behulpzaam. 2. Welzijn: een kwestie van respect. Respect voor een ander is een waarde die normerend werkt in verkeer en voetbalstadion, disco en zwembad. Bumperkleven, beledigen, bedreigen of betasten zijn alle vormen van onfatsoen. Is een grens overschreden, dan niet bestraffend toespreken, maar justitie inschakelen. 3. Immigratie: een zelfbewuste natie. Nederland staat in een waardevolle westerse traditie van vrijheid en democratie en beroept zich van oudsher op een hoge mate van tolerantie. De overheid zorgt ervoor dat nieuwkomers daarvan kennis (kunnen) nemen, de immigrant grijpt die mogelijkheid aan. Inburgeren moet, assimileren mag. Het land van vestiging heeft recht op de loyaliteit van de immigrant. Aan iedere ingezetene de plicht het Nederlands althans passief machtig te zijn. 4. Economie: verantwoord ondernemerschap. Naast de overheid en individuele burgers dragen ondernemers een bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid. De normen binnen een bedrijf hebben gevolgen buiten de poort. Graaigrage topmannen met extreem hoge beloningen brengen ernstig schade toe aan de voorbeeldfunctie van zuiver ondernemerschap. 5. Religie: vrijheid zonder fundamentalisme. Geestelijken zonder (aanvullende) Nederlandse opleiding mogen niet wekelijks de gebedsdienst leiden. Vrouwen, homoseksuelen en andere bevolkingsgroepen worden niet door godsdienstig fundamentalisme gediscrimineerd. 6. Politiek: deelname is een noodzaak. Politieke partijen zien sinds de verkiezingen hun ledental licht stijgen. Dit valt zeer toe te juichen. Bij verantwoordelijk burgerschap past politiek bewustzijn. Politieke omgangsvormen zijn niet dogmatisch; ‘amateurs’ hebben evenveel recht van spreken als ‘professionals’. Wellevendheid en nadenkendheid blijven de norm. 7. Gezin: leerschool van het leven. Het gezin, hier bedoeld als de kleinste samenleving denkbaar, in welke samenstelling ook, is de basis voor normen- en waardenoverdracht. Ouders en/of opvoeders hebben de plicht hun kinderen het goede voorbeeld te geven en leggen daarmee de basis voor een wellevend Nederland. Remco Meijer de Volkskrant © UCLES 2004

Question paper, page 3

3 0503/02/S04 1 Schrijf een stuk waarin je de verschillen en overeenkomsten bespreekt tussen het artikel van Meijer en dat over Gerding. Gebruik voor de beantwoording van deze vraag niet meer dan 250 woorden. [20] 2 Schrijf een opstel, waarin je ingaat op één van de zeven door Meijer besproken onderwerpen. Geef je opstel ook een titiel. Gebruik voor de beantwoording van deze vraag niet meer dan 250 woorden. [20] Deel 2 3 Schrijf een brief voor de lezersrubriek van een krant, waarin je reageert op het artikel over Gerding. Gebruik 200–250 woorden. [20] De waarden van Micke Gerding (33, junk) ‘Wat betaal je voor een interview? Eten, daar heb ik niks aan. Ik heb net vijf uur op het politiebureau gezeten, ik moet scoren. Kan ik geen geld krijgen? Voor eten betaal ik nooit. Dat steel ik, of haal ik uit de vuilnisbak. Ik ben zo terug, ik ga even cocaïne scoren. Dan eten we daarna bij Burger King, dat is een van de beste zaken van de wereld. Daar hebben ze zulke grote porties, dat kan niemand op, er blijft altijd iets over. Ik ben al vijftien jaar verslaafd en nu acht maanden dakloos. Tegenwoordig woon ik op het Centraal Station. Hier is alles. Het is droog, ik heb eten en drinken, ik kan aan mijn geld komen en drugs kopen. Per dag heb ik tweehonderd à driehonderd euro nodig, die bedel of steel ik. Buitenlanders geven makkelijk, Nederlanders steeds minder, die weten dat je er drugs voor koopt. Met stelen heb ik geen problemen, maar ik jat alleen als ik geld nodig heb. Als iemand het merkt en zijn spullen terugvraagt, geef ik ze terug, anders is het van mij. Het is hier een harde wereld. Iedereen kan je verraden, helpen doen ze je nooit. Als een junk een stille ziet, verraadt hij meestal een andere junk. Aan de politie heb je niets, die sluiten je alleen maar op. Ze zijn ook corrupt. Mij mogen ze niet omdat ik de zwakste ben. Als ze tegen mij schreeuwen, ga ik weg. Maar wat denk je dat ze doen tegen een lastige junk, die zich verzet tegen arrestatie? Die laten ze liever lopen. Regels heb ik niet meer. Als ik een frietje op de grond zie liggen, eet ik het op. Als je dat doet, ben je je waardigheid kwijt.’ © UCLES 2004

Question paper, page 4

4 0503/02/S04 BLANK PAGE Copyright Acknowledgements: Deel 1. De Volkskrant 17th September 2002. The University of Cambridge Local Examinations Syndicate has made every effort to trace copyright holders, but if we have inadvertently overlooked any we will be pleased to make the necessary arrangements at the first opportunity. University of Cambridge International Examinations is part of the University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge.