Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 — 2018 May/June Paper 2 · Variant 0

0515/20/M/J/18

The question paper and its mark scheme, free to read here and free to download. This is Cambridge’s own paper, exactly as it was sat.

← All Dutch - Foreign Language papers

Question paper16 pages

Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 1 of 16
Page 1 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 2 of 16
Page 2 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 3 of 16
Page 3 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 4 of 16
Page 4 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 5 of 16
Page 5 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 6 of 16
Page 6 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 7 of 16
Page 7 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 8 of 16
Page 8 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 9 of 16
Page 9 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 10 of 16
Page 10 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 11 of 16
Page 11 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 12 of 16
Page 12 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 13 of 16
Page 13 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 14 of 16
Page 14 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 15 of 16
Page 15 of 16
Cambridge IGCSE Dutch - Foreign Language 0515 2018 May/June Paper 2 · Variant 0 question paper, page 16 of 16
Page 16 of 16

Mark scheme

No mark scheme is in the library for this paper.

Paper as text

Question paper, page 1

* 3 5 4 4 0 3 7 2 8 1 * This document consists of 14 printed pages and 2 blank pages. DC (ST/SG) 149463/2 © UCLES 2018 [Turn over Cambridge International Examinations Cambridge International General Certificate of Secondary Education DUTCH 0515/02 Paper 2 Reading May/June 2018 1 hour Candidates answer on the Question Paper. No Additional Materials are required. READ THESE INSTRUCTIONS FIRST Write your Centre number, candidate number and name in the spaces at the top of this page. Write in dark blue or black pen. Do not use staples, paper clips, glue or correction fluid. DO NOT WRITE IN ANY BARCODES. Answer all questions. The number of marks is given in brackets [ ] at the end of each question or part question.

Question paper, page 2

2 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 BLANK PAGE

Question paper, page 3

3 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 [Turn over Deel 1 Oefening 1, vragen 1–5 Je leest een recept. Kruis (✗) het hokje bij het juiste antwoord aan. 1 In het recept staat: Neem een pan. Wat heb je nodig? A A B C D [1] B C D 2 Je leest: Snij de prei in stukjes. Wat moet je dan snijden? A A B C D [1] B C D

Question paper, page 4

4 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 3 Je leest: Doe 100 gram boter in de pan. Wat moet in de pan? A A B C D [1] B C D 4 Je leest: Neem 100 ml wijn. Wat moet je nemen? A A B C D [1] B C D 5 Je leest: Kook zeven minuten. Hoe lang moet het koken? A A B C D [1] B C D [Totaal: 5]

Question paper, page 5

5 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 [Turn over Oefening 2, vragen 6–10 Kijk naar de volgende plaatjes. B C A E F D Schrijf de letter (A, B, C, D, E of F) in het juiste hokje. 6 Bert bakt een taart. [1] 7 Carel loopt over een brug. [1] 8 Daan schopt een bal. [1] 9 Ed stapelt stenen. [1] 10 Frans gaat skateboarden. [1] [Totaal: 5]

Question paper, page 6

6 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 Oefening 3, vragen 11–15 De school stuurt een e-mail aan de klas. Lees de tekst. Hallo allemaal, We gaan over een week op schoolreis. We vertrekken om acht uur met de bus. Kunnen jullie om half acht op school zijn? Wij zorgen voor ontbijt, maar breng zelf water mee. We gaan eerst naar het kaasmuseum. Daar kunnen we kazen proberen. ’s Middags gaan we met de fiets naar een ander museum. Daar vertelt een man ons over een hele oude klok. Er is ook een film over interessante huizen in Amsterdam. Jullie hebben tijd om cadeautjes te kopen, maar de bus gaat om half zeven terug. Tot volgende week! Kruis (✗) het hokje bij het juiste antwoord aan. 11 De school schrijft dat ze … A morgen op schoolreis gaan. B een week op schoolreis gaan. C volgende week op schoolreis gaan. [1] 12 De leerlingen moeten om … A 7.30 op school zijn. B 8.00 op school zijn. C 8.30 op school zijn. [1]

Question paper, page 7

7 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 [Turn over 13 De leerlingen moeten … A eten meenemen. B drinken meenemen. C eten en drinken meenemen. [1] 14 ’s Morgens gaan de leerlingen … A kaas proeven. B naar een klok kijken. C een fietstocht maken. [1] 15 Er is een film over … A bussen. B gebouwen. C cadeautjes. [1] [Totaal: 5]

Question paper, page 8

8 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 Deel 2 Oefening 1, vragen 16–20 Lees de volgende tekst. Ik heb een nieuwe baan. Om drie uur wandel ik naar de basisschool onderaan mijn straat. Na school zorg ik voor de kinderen totdat hun ouders ze komen ophalen. Ik speel dus drie uur per dag en verdien ook nog! Sommige kinderen zijn niet erg beleefd, maar de meesten zijn lief. Als de kinderen in het klaslokaal komen, maken ze veel lawaai. We laten ze dan buiten rennen, dat helpt. Daarna mogen ze gaan doen wat ze leuk vinden. Kies één woord uit de tabel om de zin af te maken. alle ander eerst geen helpen later naast nooit spelen vlakbij 16 Ik heb … werk. [1] 17 De school is … mijn huis. [1] 18 Ik mag met kinderen … en ik krijg toch nog geld. [1] 19 Bijna … kinderen zijn lief. [1] 20 De kinderen mogen … buiten rennen. [1] [Totaal: 5]

Question paper, page 9

9 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 [Turn over OMSLAAN A.U.B. VOOR OEFENING 2.

Question paper, page 10

10 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 Oefening 2, vragen 21–28 Jan schrijft een e-mail aan zijn vriend Mathijs. Lees de e-mail en beantwoord de vragen in het Nederlands. Hoi Mathijs, Mijn moeder zeurt al jaren dat ik niets voor mijn oma doe. Ze heeft gelijk. Oma heeft geen idee waar ik mee bezig ben. Ze denkt nog steeds dat ik in de tweede klas zit. Ze weet niet eens dat ik in een band speel. Er moet dus iets veranderen. Het zou fijn zijn als oma weet wat ik doe, zonder dat ik haar iedere keer hoef te bellen. Gelukkig is er Omapost. Omapost is een hele leuke app. Die zorgt ervoor dat je oma of opa elke maand een kaartje van jou in de brievenbus krijgt. Je kiest zelf een foto voor de voorkant van de kaart en schrijft je eigen tekst. Het is dus heel persoonlijk. Bovendien helpt de app je onthouden dat je een kaartje moet sturen. Ik weet dat jij geen oma meer hebt. Het bedrijf kan ook een ouder persoon zonder familie voor je vinden. Dan stuur je via de app een kaartje aan iemand die zelf geen familie meer heeft. En zo doe je dan iedere maand wat goeds voor een ander. Jan

Question paper, page 11

11 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 [Turn over 21 Waarom zeurt Jans moeder? …[1] 22 Wat vindt hij ervan dat zijn moeder zeurt? …[1] 23 Waarom denkt Jan dat zijn oma niet weet wat hij doet? Geef twee details. (i) …[1] (ii) …[1] 24 Wat wil Jan niet doen? …[1] 25 Wat is Omapost? …[1] 26 Wat doet Omapost? …[1] 27 Waarom is Omapost persoonlijk? Geef twee details. (i) …[1] (ii) …[1] 28 Wat kan Omapost doen als je geen oma hebt? …[1] [Totaal: 10]

Question paper, page 12

12 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 Deel 3 Oefening 1, vragen 29–33 Lees de tekst en de beweringen. Kruis (✗) het hokje met WAAR aan als de bewering goed is. Kruis (✗) het hokje met NIET WAAR aan, als de bewering fout is EN verbeter de bewering zonder het woord ‘niet’ te gebruiken, zoals in het voorbeeld. LET OP: 2 beweringen zijn waar en 3 beweringen zijn niet waar. Teuns Talentenjacht Tegenwoordig zijn er veel zangwedstrijden op de televisie. Ze worden heel veel bekeken; niet alleen omdat je er nieuwe goede zangers kan ontdekken, maar ook omdat je erg kan lachen om mensen die eigenlijk niet kunnen zingen. In die shows worden niet erg veel nieuwe sterren ontdekt. Nu heeft een dj een ander soort zangwedstrijd verzonnen voor jong en oud: Teuns Talentenjacht. Iedereen kan zich aanmelden en je kunt alle genres zingen. Regels zijn er natuurlijk wel. Zo moet je het liedje zelf geschreven hebben, en het mag alleen maar op je slaapkamer worden opgenomen. Het resultaat stuur je via het internet naar Teun. Op de website van Teun kan iedereen naar de ingezonden liedjes kijken. Er zitten hele leuke filmpjes bij. Niet elke slaapkamer is bijvoorbeeld even groot: zo moest een zingende drummer zijn drumstel op zijn bed installeren omdat het anders niet in zijn kamer paste. In tegenstelling tot andere talentenjachten, komt er bij de show van Teun geen jury aan te pas. Er wordt gekeken naar het aantal likes dat ieder liedje krijgt. Het publiek stemt dus en de schrijver van het populairste liedje is de winnaar. Teun wil twee dingen met zijn wedstrijd te bereiken. Hij hoopt natuurlijk goede zangers en zangeressen te ontdekken, maar hij wil ook dat bekende artiesten naar de site gaan. Zij kunnen daar nieuwe talenten vinden en hen helpen om beter te worden. De site van Teun heeft al de aandacht getrokken van de televisie. De beste slaapkamerzangers worden uitgenodigd om hun liedjes live op de buis te zingen.

Question paper, page 13

13 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 [Turn over Voorbeeld: WAAR NIET WAAR Weinig mensen houden van zangwedstrijden op de televisie. ✗ Zangwedstrijden op de televisie zijn erg populair. … 29 Mensen van alle leeftijden kunnen meedoen aan Teuns Talentenjacht. … 30 Je kunt je aanmelden voor de talentenjacht door een brief te schrijven. … 31 Het aantal likes beslist wie de wedstrijd wint. … 32 Bekende artiesten kunnen met de nieuwe talenten meezingen. … 33 De site van Teun moet nog door tv-progammamakers worden ontdekt. … [Totaal: 8]

Question paper, page 14

14 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 Oefening 2, vragen 34–39 Lees de volgende tekst en beantwoord de vragen in het Nederlands. Een andere school voor Els In Nederland leerde ik pas één of twee dagen van tevoren voor een examen. Ik kletste veel met vriendinnen. Op mijn school kon je een heel schooljaar overdoen als je geen goede cijfers had gehaald en dat was heel gewoon. Ik hoefde eigenlijk nooit mijn best te doen. Toen verhuisde ik naar het buitenland en kwam ik terecht op een internationale kostschool. Hier moet je in alles de beste zijn, niet alleen in je schoolwerk maar ook in sport en als het kan in toneelspelen. Voor mij was dat best moeilijk. Ik dacht altijd dat ik goed was op school, maar hier ben ik zeker niet de beste. Om me heen vertellen leerlingen me over hun plannen om naar de beste universiteiten te gaan, waar je alleen naar toe kan als je overal goed in bent. Ik ben al blij met een zes of zeven voor een lastig examen. Paula uit mijn klas was bijna in tranen omdat ze een negen gehaald had in plaats van een tien! Er zijn ook mensen die de hele nacht wakker blijven om te leren, iets wat scholieren hier regelmatig doen. Ik niet: na middernacht stoppen mijn hersenen met werken en kan ik alleen nog maar aan mijn bed denken. Die ene keer dat ik wél na twaalf uur nog aan het werk was, was ik verrast door het grote aantal leerlingen op de campus dat nog wakker was. Ze waren nog druk aan het leren voor examens of maakten gewoon hun huiswerk. Mensen laten zich hier niet stoppen door de klok. Wat af moet, dat moet af. Ik vind het best lastig om te wennen aan zo’n andere manier van werken. Als iedereen zo hard werkt en zo slim is, gaat het mij dan wel lukken? Ik werk zo hard als ik kan en probeer me verder geen zorgen te maken. Zolang ik cijfers haal waar ik blij mee ben, ben ik tevreden. Ik kijk later wel waar ik ga studeren. els@blog.nl

Question paper, page 15

15 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 34 Wat vond Els van de school in Nederland? …[1] 35 Wat werd normaal gevonden op de Nederlandse school? …[1] 36 Noem twee dingen die belangrijk zijn op de internationale school. (i) …[1] (ii) …[1] 37 Wat is het verschil tussen Els en Paula? … …[1] 38 Waarom werken de leerlingen op de internationale school zo laat op de avond? …[1] 39 Waar maakt Els zich zorgen over? …[1] [Totaal: 7]

Question paper, page 16

16 0515/02/M/J/18 © UCLES 2018 Permission to reproduce items where third-party owned material protected by copyright is included has been sought and cleared where possible. Every reasonable effort has been made by the publisher (UCLES) to trace copyright holders, but if any items requiring clearance have unwittingly been included, the publisher will be pleased to make amends at the earliest possible opportunity. To avoid the issue of disclosure of answer-related information to candidates, all copyright acknowledgements are reproduced online in the Cambridge International Examinations Copyright Acknowledgements Booklet. This is produced for each series of examinations and is freely available to download at www.cie.org.uk after the live examination series. Cambridge International Examinations is part of the Cambridge Assessment Group. Cambridge Assessment is the brand name of University of Cambridge Local Examinations Syndicate (UCLES), which is itself a department of the University of Cambridge. BLANK PAGE